Mattoshō (1)

Lamp Voor Latere Tijden

Brieven van Shinran

1

Shin-Boeddhisme, de voltooiing van het Mahayana, is gebaseerd op Amida Boeddha’s Voortijdelijke Gelofte die zich in de mens, hier en nu, realiseert om diens uiteindelijke verlichting te verwezenlijken. Deze realisatie, voortkomend uit de Boeddha, maar ervaren door de mens, is shinjin. Shin hangt het traditionele onderricht van “redding op het stervensmoment” door de verzamelde verdiensten van religieuze praktijken, niet aan.

(Betreffende het Denken en Niet-denken)

De idee over Amida komst op het stervensmoment is voor diegenen die door het verrichten van religieuze praktijken streven naar verwezenlijking van geboorte in het Boeddha-land, omdat ze zelfkracht-beoefenaars zijn. Voor zulke mensen is het stervensmoment van groot belang, want ze hebben het ware shinjin nog niet bereikt. We kunnen ook spreken over Amida’s komst op het stervensmoment in het geval van een persoon die, hoewel hij tijdens zijn leven de 10 overtredingen en de ernstige vergrijpen beging, in het stervensuur een leraar ontmoet en ertoe wordt gebracht op het allerlaatste ogenblik de nembutsu uit te spreken.

De persoon echter die het ware shinjin beleeft, vertoeft in de staat van de waarlijk gevestigde, omdat hij reeds omvat werd om nooit meer te worden losgelaten. Het is niet nodig op voorhand op het stervensmoment te wachten, niet nodig te steunen op Amida’s komst.

Wanneer shinjin gevestigd wordt, wordt ook de geboorte gevestigd; er zijn geen sterfbedritussen nodig die iemand op Amida komst voorbereiden.

“Juiste Geestesgesteldheid” is dus de vestiging van het shinjin van de Voortijdelijke Gelofte. Wegens de realisatie van dit shinjin, bereikt men noodzakelijkerwijs het grote nirvāna. Shinjin is oprecht gemoed; oprecht gemoed is als het hart van diamant, het hart van diamant is het grote verlichtingsgemoed; en dit is Ander-Kracht die de ware Ander-Kracht is.

Er zijn bovendien twee andere soorten van juiste geestesgesteldheden: wat d.m.v. meditatieve en wat d.m.v. niet-meditatieve praktijken bereikt wordt. Deze zijn juiste geestesgesteldheden van zelfkracht binnenin de Ander-Kracht. De termen “meditatief goed” en “niet meditatief goed” worden gebruikt met betrekking tot de geboorte d.m.v. religieuze praktijken en wijzen op heilzame zelfkracht-praktijken binnenin de Ander-Kracht. Zonder op Amida’s komst te wachten zal de zelfkracht-beoefenaar de geboorte niet bereiken, zelfs niet in het Grensland of Baarmoeder van het Boeddhaland of Rijk van Laksheid. Om die reden formuleerde Amida de 19de Gelofte, belovende te verschijnen op het stervensmoment om mensen te verwelkomen die de geboorte wensen te bereiken door de verdienste van hun verzamelde goede werken naar het Boeddhaland te richten. Dus is het de persoon strevende naar meditatieve en niet-meditatieve praktijken die bezorgd moet zijn over het wachten op het stervensmoment en over het bereiken van de geboorte door Amida’s komst.

Shinjin van de uitverkoren Voortijdelijke Gelofte heeft niets te maken met ons “denken” of “niet-denken”.

“Denken” verwijst naar meditatie over kleur en vorm van een voorwerp; “niet-denken” betekent dat geen vorm wordt voorgesteld en geen kleur wordt geschouwd, zodat er hoegenaamd geen denken is. Beide zijn leringen van het Pad der Wijzen. Het Pad der Wijzen bevat leringen die verkondigd worden door mensen die het Boeddhaschap reeds bereikt hebben, om ons aan te moedigen; het omvat zulke scholen als Busshin, Shingon, Tendai, Kegon en Sanron waarvan gezegd wordt dat ze de uiterste ontwikkelingen van het Mahayana zijn. De Busshin-school is de tegenwoordig groeiende Zen-school. Er zijn eveneens de aangepaste Mahayana en Hinayana leringen zoals Hossho, Jojitsu en Kusha. Ze behoren alle tot de leringen van het Pad der Wijzen. “Aangepaste leringen” zijn diegene die Boeddha’s en Bodhisattva’s die het Boeddhaschap reeds bereikt hebben, bekendmaken door zich tijdelijk in allerlei gedaanten te manifesteren; dit is de betekenis van het woord “aangepast”.

De leer van het Reine Land omvat eveneens doctrines over “denken” en “niet-denken”, hoewel in dit geval “denken” naar niet-meditatief goed verwijst en “niet-denken” naar meditatief goed. Het “Niet-denken” is in de school van het Reine Land dus heel verschillend van dat van het Pad der Wijzen. Het “Niet-denken” van het Pad der Wijzen houdt ook een doctrine van “denken” in. Vraag iemand anders naar de volle omvang hiervan.

In de leer van het Reine Land, daar is er het ware en het tijdelijke. Het ware, dat is de uitverkoren Voortijdelijke Gelofte. Het tijdelijke leert het heilzame van meditatieve en niet-meditatieve praktijken. De uitverkoren Voortijdelijke Gelofte is de ware lering van het Reine Land; goede praktijken, hetzij meditatieve of niet-meditatieve, zijn tijdelijke wegen. Shin-Boeddhisme is de voltooiing van het Mahayana Boeddhisme; de tijdelijke wegen omvatten de andere Mahayana en Hinayana leringen, zowel de aangepaste als de echte. Shakyamuni had 110 leermeesters; dat wordt vermeld in de Avatamsaka sūtra.

Namu Amida Butsu

Kencho 3 (1251)
20ste dag van de 9de schrikkelmaand
Gutoku Shinran op zijn 79ste

Vertaald door H. Eerdekens naar de Engelse uitgave “Letters of Shinran”, Shin Buddhism Translation Series I, Hongwanji International Center, Kyoto.

Ekō 36

Mattoshō

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home