Jōdo-Shinshū, Een Wereldreligie

Rev. Prof. Gustavo Correa Pinto Shogyo

De groeiende belangstelling die de Jōdo-Shinshū tegenwoordig geniet bij Brazilianen die niet van Japanse afkomst zijn, veroorzaakt vaak grote verbazing. Waarom immers voelen die mensen zich aangetrokken tot een “Japanse godsdienst”? Deze verbazing treft men aan zowel binnen de Japans-Braziliaanse kolonie als daar buiten.

Het dunkt ons niet van belang ontbloot te zijn over deze vraag na te denken, temeer daar ze enkele relevante punten van Shinrans boodschap inhoudt.

Zo bijvoorbeeld, in hoeverre is het juist de Jōdo-Shinshū te beschouwen als een “Japanse godsdienst”? Indien men deze omschrijving enkel situeert binnen het kader van de huidige situatie, ja, dan zou men dit inderdaad zo kunnen bepalen Maar dan zou het even vreemd aandoen dat Brazilianen welke niet afstammen van volkeren van het Midden-Oosten, zich tot het Christendom geroepen voelen.

Waar het in feite om gaat, dat is de relatie welke bestaat tussen een bepaalde religie enerzijds en een bepaalde etnische groep anderzijds. Zo zijn er religies die in de loop van de geschiedenis beperkt zijn gebleven tot één bepaalde etnische groep, zonder er de grenzen van te overschrijden. Dat zijn dan de religies van één volk. Bekijkt men dat op het Japanse niveau, dan is de Shinto beslist zo een religie, want ze kan niet afgescheiden worden van de Japanse etnische achtergrond. Shintoist zijn en Japanner zijn, dat is in zekere zin een tautologie (ofschoon het omgekeerde niet noodzakelijk is: men kan Japanner zijn zonder Shintoist te zijn). De Shinto-mythen en symbolen vormen het bewustzijn en de uitdrukking van de Japanse ziel.

In India kan men hetzelfde vaststellen met het Hindoeïsme. Ook in dit geval hebben we te doen met de “religie van één volk”. Indiër zijn betekent niet per se Hindoe te zijn, maar men kan geen Hindoe zijn zonder Indiër te zijn, net zoals dit het geval is met Shinto in Japan. We hebben in beide gevallen te maken met nationaliteitsreligies, waarin het etnische element doorslaggevend is. In deze gevallen gaat het om tradities welke aangedreven worden door een middelpuntzoekende kracht en aldus de sterke neiging vertonen zich in zichzelf op te sluiten. Ze vertrekken vanuit de spirituele ervaring van één volk en keren steeds weer terug naar hun vertrekpunt.

Het tegendeel geschiedt met de universele religies. Zij worden aangedreven door een middelpuntvliedende kracht en streven naar een steeds nieuwe opening. Ze vertrekken vanuit één volk, maar zijn bestemd voor alle volkeren.

Wanneer we de Voortijdelijke Gelofte, ‘Hongan’, beschouwen, dan zien we dat erin gesproken wordt van het heil van alle wezens zonder onderscheid, dus ook van alle mensen zonder enig onderscheid van ras of cultuur.

Nemen we het geval van de Shinto-religie, dan zien we Amaterasu haar afstamming bestemmen om te heersen over Japan; zij is uitsluitend gekeerd naar het Japanse volk, en haar afstammelingen vormen de keizerlijke dynastie van Yamato. Dit onderscheidt duidelijk de keizer van Japan van alle andere keizers ter wereld.

Maar Amida Buddha beoogt met zijn gelofte het heil van alle volkeren, welke ze ook zijn of waar ze ook mogen leven. De Nembutsu is werkzaam in alle windrichtingen. De Geboorte in het Reine Land wordt bepaald door de Kracht van het Boeddhaschap, het in alle richtingen hinderloos uitstralend Licht. Het Ware Vertrouwen rijst niet op in slechts enkele mensen, vermits het niet afkomstig is uit de mens; het rijst op in de mens dankzij de werkzaamheid van Amida, het Grote Mededogen. Amida schenkt zijn weldadigheid zonder enige discriminatie en zonder enige voorkeur. In de Jōdo-Shinshū kàn er dus geen “uitverkoren volk” zijn en kàn er geen groep, ook geen etnische groep, zijn aan wie een exclusiviteit van het heil zou voorbehouden blijven. “Zelfs de goeden worden verlost,” leest men in Tannishō.

Het is daarom duidelijk dat de Jōdo-Shinshū geen “Japanse godsdienst” is. De Jōdo-Shinshū is duidelijk een universele religie. De Jōdo-Shinshū is het Grote Voertuig (Mahayana) bestemd om alle wezens naar de bevrijding uit het lijdensbestaan te voeren.

Heden wordt dit steeds meer duidelijk, nu dat mensen van alle rassen, verspreid over geheel de aardbol, de ons door Shinran Shōnin getoonde weg beginnen te bewandelen, als zijnde het Pad dat ons voert naar de énige vrijheid en de volheid welke alzo toegankelijk worden voor de onvolmaakte en verdwaasde wezens die we zijn.

(Naar een artikel verschenen in Jornal a Tooca, het maandblad van de Honpa Hongwanji do Brasil, São Paulo.)

Ekō 36

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home