Mattoshō (2)

Lamp Voor Latere Tijden

Brieven van Shinran

Deze brief bevat Shinrans definities van Ander-Kracht en zelfkracht. Ander-Kracht is Amida Boeddha, het Ongehinderde Licht van wijsheid en mededogen, wiens voornaamste zorg het is het wezen met blinde passies en karmisch kwaad te veranderen in het wezen van de volkomen Verlichting. De ontvanger van deze wijsheid en dit mededogen, gekend als myōkōnin of “wonderbaarlijk voortreffelijk persoon” bereikt de staat van de waarlijk gevestigde en wordt geacht gelijk te zijn aan Maitreya Buddha. Zelfkracht verwijst naar de waan, de arrogantie en hypocrisie in de mens die de werking van de Ander-Kracht belemmert. De “Ander” is geen dualistisch wezen maar de dynamische activiteit van de Boeddha die zich op het wezen met blinde passies en karmisch kwaad concentreert.

Antwoord op een vraag van Nembutsu-mensen uit Kasama

Volgens de ware lering van het Reine Land zijn er twee soorten van mensen die streven naar geboorte in het Boeddhaland: die van de Ander-Kracht en die van de zelfkracht. Dit werd door Indische meesters en Reine-Land patriarchen onderwezen. Zelfkracht is de inspanning om de geboorte te bereiken hetzij door de namen van Boeddha’s andere dan Amida aan te roepen en andere heilzame praktijken dan de nembutsu te beoefenen in overeenstemming met uw specifieke omstandigheden en mogelijkheden; hetzij door te trachten uzelf verdienstelijk te maken door de verwarring in uw daden, woorden en gedachten te verbeteren, vertrouwend op uw eigen krachten en geleid door uw eigen berekeningen. Ander-Kracht daarentegen is uzelf toevertrouwen aan de 18de onder Amida Tathagata’s Geloften, de Voortijdelijke Gelofte van geboorte door de nembutsu, die Amida selecteerde onder alle andere praktijken. Aangezien dit Tathagata’s Gelofte is zei Hōnen: “In Ander-Kracht is niet-zelfwerkzaamheid ware werkzaamheid”. “Zelfwerkzaamheid” is een term die berekening insluit. Vermits de berekening van de persoon die naar geboorte streeft zelfkracht is, is het zelfwerkzaamheid. Ander-Kracht is onszelf toevertrouwen aan de Voortijdelijke Gelofte en onze geboorte die stevig gevestigd wordt; vandaar volkomen zonder zelfwerkzaamheid. Dus enerzijds zou u niet bevreesd hoeven te zijn dat Tathagata u niet zal aannemen omdat u verkeerd handelt. Anderzijds zou u niet moeten denken dat u verdient de geboorte te bereiken omdat u goed bent. Door zulke zelfkracht-berekeningen kunt u niet in het ware en echte Boeddhaland geboren worden. Mij werd geleerd dat met zelfkracht-shinjin een persoon enkel geboorte kan bereiken in het Rijk van Laksheid, het Grensland, de Baarmoeder van het Boeddhaland of de Burcht van Twijfel.

Door de vervulling van de 18de Voortijdelijke Gelofte, werd Bodhisattva Dharmakara tot Amida Tathagata en de weldaad die alle bevattingsvermogen te boven gaat heeft alle begrenzingen opgeheven; om dit onder woorden te brengen sprak Bodhisattva Vasubandhu over “De Tathagata van het Ongehinderde Licht dat de tien richtingen vult”. Weet daarom dat, zonder enig onderscheid tussen goede en kwade mensen en ongeacht of men een hart vol blinde passies heeft, alle wezens met zekerheid de geboorte bereiken. De wijze van toevertrouwen in de nembutsu van de Voortijdelijke Gelofte beschrijvende, zegt Genshin, de Meester van de Eshin-in Tempel in zijn Hoofdzaken voor het Bereiken van de Geboorte het volgende: “Het maakt niets uit of u gaat, staat, zit of ligt; noch dient er een keuze gemaakt te worden tussen tijden, plaatsen of andere omstandigheden”. Zonder enige twijfel verzekert hij dat de persoon die het ware shinjin bereikt heeft, door het mededogende licht gegrepen is geworden. En aldus bereiken wij, zoals Shakyamuni heeft onderwezen, op het precieze moment dat wij, bezeten van onwetendheid en blinde passies, in het Boeddhaland van Vrede geboren worden, meteen het volkomen Boeddhaschap.

Het komt echter zeer zelden voor dat mensen van deze corrupte wereld der vijf bezoedelingen de leer van Boeddha Shakyamuni alleen aanvaarden; om die reden zijn alle Boeddha’s in de tien richtingen, talrijk als de zandkorrels van de Ganges, komen getuigen van de verwezenlijking van de geboorte door de nembutsu. Dit heeft Meester Shan-tao in zijn commentaar geschreven. Hij legt daar uit dat Shakyamuni, Amida en de Boeddha’s in de tien richtingen, allen in dezelfde geest, niet méér van de voelende wezens gescheiden zijn dan de schaduwen van de dingen. Vandaar dat Shakyamuni zich in de persoon van shinjin verheugt, zeggende: “Hij is mijn ware metgezel”. Deze persoon van shinjin is de ware discipel van de Boeddha; hij is degene die vertoeft in de juiste geestes-gesteldheid. Vermits hij gegrepen wordt om nooit meer losgelaten te worden, wordt van hem gezegd dat hij het diamantharde hart bereikt heeft. Hij wordt de “beste onder de besten”, de “voortreffelijke persoon”, de “wonderbaarlijk voortreffelijke persoon”, de “fijnste der mensen”, de “echt zeldzame mens” genoemd.

Zulk een mens is gegrondvest geworden in de staat van de waarlijk gevestigden en wordt daarom gelijk aan Maitreya Buddha verklaard. Dit betekent dat, aangezien hij het ware shinjin heeft gerealiseerd, hij noodzakelijkerwijs in het ware en echte Boeddhaland zal geboren worden. U dient te weten dat dit shinjin geschonken is door de mededogende geschikte middelen van Shakyamuni, van Amida en van alle Boeddha’s in de tien richtingen. Daarom zou u de leringen van andere Boeddha’s of van mensen die heilzame daden verrichten andere dan de nembutsu, niet mogen kleineren. Noch zou u diegenen die de nembutsu smaden en belasteren, mogen verachten. U zou veeleer medelijden met hen moeten hebben en voor hen dienen te zorgen. Dat was Hōnens lering.

Met achting.

De diepte van Boeddha’s weldadigheid is zodanig dat zelfs met een geboorte in het Rijk van Laksheid, Grensland, Burcht van Twijfel of Paleis van de Baarmoeder, die enkel wordt voortgebracht door het mededogen geopenbaard in Amida’s 19de en 20ste Geloften, wij elkaar ontmoeten met een geluk dat elk begrip te boven gaat. Dus is de diepte van Boeddha’s weldadigheid grenzeloos. Maar hoeveel te meer zouden wij ons de weldadigheid van de Boeddha dienen te realiseren bij de geboorte in het ware en echte land en het bereiken van de Verlichting van het Volkomen Nirvāna. Dit is geen zaak die Shōshin-bō of ikzelf beslist hebben. Dat in geen enkel geval.

Kenchō 7 (1255)
10de maand 3de dag
Gutoku Shinran
geschreven op 83 jaar

(Er wordt gezegd dat deze brief gekopieerd werd van Shinran Shōnins eigen tekst, gevonden werd in de nalatenschap van Shōshin-bō en in omloop was onder de volgelingen.)

* De zeven patriarchen van het Shin-Boeddhisme zijn: Nāgārjuna, Vasubandhu, T’an-luan, Tao-ch’o, Shan-tao, Genshin en Hōnen.

Ekō 37

Mattoshō

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home