Glossarium Voor Het Shin-Boeddhisme (16)

Jushutsu (verticale progressie)

Staat in verband met de benadering van de Verlichting; deze is immers hetzij gradueel (geleidelijk, progressief), hetzij plots (sprongsgewijs). Ze kan eveneens een causale (‘verticale’) weg volgen of een ‘dwarse’ weg. In KGSS III,52 definieert Shinran de verticale progressie als: “Verder, het gemoed dat naar de Verlichting verlangt, heeft twee mogelijkheden (van gerichtheid): verticaal of dwars.-” De verticale wijze biedt twee mogelijkheden: verticaal progressief of verticaal plots. Dat wordt uitgelegd in diverse leringen, de aangepaste en de ware, de exoterische en de esoterische, het Mahāyāna en het Hīnayāna. Deze betreffen het gemoed dat talrijke kalpa’s rondzwerft, het diamant-harde gemoed van de zelf-kracht en het grote gemoed van de bodhisattva.

De aangepaste leringen zijn hoofdzakelijk Hīnayāna, Hossō enz.; de ware leringen worden verkondigd o. a. in Zen, Shingon, Tendai, Kegon.

De “verticale progressieve” Verlichting resulteert uit de opstapeling van ontelbare praktijken.

Volgens Shinran, behoort het onderricht van de Jōdo-Shinshu tot de “dwarse en plotse” leringen (ōchō: de ‘dwarse sprong’).

(Zie ook juchō).

kai (vervullingsstadium)

Het stadium dat de vervulling is van een causale toestand. Zo is Amida het vervullingsstadium van Dharmākāra Bodhisattva (Hōzō Bosatsu).

(Zie ook inji).

kai (moraliteit)

Sanskr. sīla

Traditioneel vormt de moraliteit (d.i. de moraliteitsvoorschriften), tezamen met de wijsheid (prajñā) en contemplatie (samādhi), de elementen (Sanskr. anga) van het Edel Achtvoudige Pad.

Het oude Boeddhisme kende de 10 voorschriften voor monniken en nonnen, met bovendien de regels voor de kloosterdiscipline (Sanskr. prāthimoksa), plus de vijf traditionele voorschriften voor leken (Sanskr. pañcasīla). Later werd sīla gecodificeerd tot een groot aantal regels en voorschriften die alle evenwel gemeenschappelijke trekken vertonen: zelfdiscipline aankweken, verstrooiing van de geest uitbannen en het denken aanscherpen en beheersen.

Shinran (in Yuishinshō-mon’i): “Weet dat het onmogelijk is in het ware vervulde Reine Land geboren te worden enkel door de moraliteitsvoorschriften na te leven.”

In Matosshō, 20 stelt Shinran de moraliteit voor als een automatisch gevolg (en niet een oorzaak!) van shinjin: “In wie lange tijd de Naam gehoord en de Nembutsu uitgesproken heeft zijn er tekens van het verwerpen van het karmisch kwaad en tekens van het verlangen het kwaad in zichzelf te verwerpen.”

kangi-ji (vreugde-stadium)

Sanskr. pramuditā-bhūmi

Is in de ‘loopbaan’ van de bodhisattva het 41ste stadium. De vreugde alle moeilijkheden te boven gekomen te zijn en op het pad naar boeddhaschap getreden te zijn. Wordt gelijkgesteld met futaiten-ji (zie ook futaiten): Sanskr. avaivartika of avinivartya, “niet onderhevig aan terugvallen”.

In Shin-Boeddhisme komt kangi-ji overeen niet het verwezenlijken van shinjin (zie KGSS II, 71).

ke (voorlopig, tijdelijk)

Komt vooral voor in samenstellingen.

Zo spreekt Shinran (KGSS III, 84-112) over de drie soorten volgelingen van de Boeddha: de “ware” (shin-butsu-deshi), welke de “gezellen op het pad van de Ander-Kracht” zijn; de “voorlopige” (ke-butsu-deshi) zijn de volgelingen van het Pad der Wijzen en/of de beoefenaars van de zelf-kracht leringen van het Reine Land, volgens de 19de en 20ste Geloften; de “verkeerde” (gi-deshi) zijn de volgelingen van de niet-boeddhistische leringen (volgens de Sanskriet-traditie de “62 verkeerde inzichten” van de brahmanistische scholen en de “95 verkeerde paden” van de niet-brahmanistische scholen in India).

ke (transformatie, metamorfose)

Vaak voorkomend als synoniem of parallel met vorige “ke’, maar wordt met een ander Chinees ideogram aangeduid. Komt meestal eveneens in samenstellingen voor: ke-butsu ke-do, ke-shō.

kebutsu (verschijningsboeddha)

Sanskr. nirmāna-buddha. Boeddha’s lichaam zoals het door geestelijke transformatie in de wereld verschijnt als manifestatie van het boeddhaschap. De term komt overeen met nirmāna-kāya, het ‘verschijningslichaam van de boeddha’.

Volgens de traditie vertoeven ontelbare kebutsu’s in de stralen van Amida Buddha (die in dit verband gezien wordt als Lichaam van de Leer, dharma-kāya). De Meditatiesūtra spreekt over de ontelbare kebutsu’s die tot de Nembutsu-volgelingen komen in Jōdo-Wasan, 109 schrijft Shinran:

“In de stralen van de Boeddha van het Ongehinderde Licht
daar vertoeven ontelbare Amida-Buddha’s;
deze kebutsu’s zovele als er zijn
beschermen de mens van shinjin.”

Ekō 37

Glossarium Voor Het Shin-Boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home