Mededogen

Friedrich Fenzi, de verantwoordelijke voor de Jodo-Shinshu Gemeinschaft Oesterreich, sprak voor de radio volgende tekst.

Het was in de eerste verschrikkelijke naoorlogse winter dat een student van de medische hogeschool van Tokyo begon de talrijke oorlogswezen die in de straten van de Japanse hoofdstad rondzwierven rondom zich te scharen. Hij bracht ze onder in een verlaten tempelgebouw, zorgde voor voedingsmiddelen en brandstof en verzorgde ze toen een tyfusepidemie de stad teisterde. Agiro Noguchi heeft echter het gelukkige verloop van zijn reddingsactie niet mogen beleven: hijzelf stierf aan tyfus gedurende die vreselijke winter van het jaar 1946. Toen men hem vond, ontdekte men dat hij slechts twee voorwerpen bezat: zijn stethoscoop en een boeddhistische kralensnoer (o-juzu).

Dit gebeuren, dat zich meer dan veertig jaar geleden heeft afgespeeld, levert ons, Westerlingen, het beeld van een boeddhistisch mensentype dat blijkbaar niet zo best past in onze doordeweekse avondlandse opvattingen over Boeddhisme.

Het Boeddhisme als religie van wereldverzaken, van de inactieve kloosterlijke navelbeschouwing en van de maatschappelijke onverschilligheid domineert het imago dat heel wat van onze medeburgers koesteren over het Boeddhisme.

Het is inderdaad zo dat de Arhat, de volkomen passieloze heilige en wijze, die alle begeerten, haat en illusie afgelegd heeft en voor wie de poort van het nirvāna, hoogste en laatste doel van het boeddhistische heilsstreven, wijd opent staat, geldt als ideaal voor heel wat mensen in onze religie.

Maar dààrnaast is er ook een ander ideaalbeeld, dat van de Bodhisattva. “Bodhisattva” heet hij die zich als ideaal de verlichting van alle wezens voor ogen houdt. Ook hij zou het nirvāna kunnen verwezenlijken, maar hij keert vrijwillig in deze wereld van lijden en veranderlijkheid terug om bijstand te verlenen aan de wezens die zijn hulp nodig hebben.

Misschien is het u al opgevallen dat de Boeddha in verschillende gedaanten afgebeeld wordt. Zo is er het beeld van de Boeddha verzonken in diepe samādhi (meditatie), terwijl hij met gekruiste benen in de lotushouding zit. Dat is de afbeelding van de VerlIchte die in het nirvāna ingetreden is.

Maar er is ook de rechtop staande Boeddha, met het liefdevolle uitnodigende gebaar voor alle hulpbehoevenden en bedrukten. Dat is de dynamische, ook in deze lijdenswereld werkzame Boeddha.

De bodhisattva belichaamt zich ook vaak in die mensen, die wij in de Jōdo-Shinshū “myōkōnin”, de ‘wonderbaar goede mensen’, noemen. Ze zijn meestal geen grote geleerden noch briljante kenners van boeddhistische teksten. Het zijn vaak eenvoudige mensen uit alle volkslagen, die zich scherp bewust zijn van hun onvolkomenheid, maar daarbij (en daardoor) ook vol diepe goedheid en natuurlijkheid. Ze zijn steeds bereid anderen te helpen en hun de weg naar de verlichting te tonen.

U kan ze hier en nu ontmoeten, in onze genadeloze competitiewereld, in het turbulente gedreun van onze steden, ja zelfs binnen de enge muren van een gevangenis. Het zijn zulke mensen die ons een vonkje mededogen en erbarmen van een bodhisattva doen ervaren.

Ekō 38

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home