Mattoshō (4)

Lamp Voor Latere Tijden

Brieven van Shinran

In deze brief haalt Shinran passages aan uit de sutra’s die leren dat een persoon van shinjin gelijk is aan Tathagata’s. Dat hij gelijk is aan Tathagata’s betekent dat hij deel heeft aan de werkzaamheid van de Boeddha’s. Hiermee wordt het standpunt van het Shin-Boeddhisme binnen de hoofdstroom van het Mahayana-boeddhisme aangetoond. De brief is gericht aan Shinbutsu, een toonaangevend discipel, die goed in de geschriften onderlegd was.

Waar U naar informeert in uw brief, is een passage uit een sutra die zegt: “Hij die shinjin en vreugde bereikt, is gelijk aan Tathagata’s.” Dit komt uit het Avatamsaka-sutra en betekent dat de persoon die vreugde schept in shinjin gelijk is aan alle Tathagata’s. Dit wordt eveneens aangeduid in Shakyamuni’s verklaring over diegenen die shinjin verwezenlijken en zich uitermate verheugen: “De persoon die ziet en vereert en een grote vreugde bereikt, hij is mijn ware gezel.”

Verder stelt Amida’s 17de Gelofte (*) dat hij de volmaakte verlichting niet zal binnengaan indien zij die de Naam zeggen niet geprezen worden door alle ontelbare boeddha’s doorheen alle werelden in de tien richtingen.

De passage betreffende de vervulling van de Gelofte zegt: “Zulke mensen moeten geprezen worden door alle boeddha’s en zich verheugen.”

Betreffende deze aangelegenheid zou U geen twijfels moeten hebben. Ik heb hier de passages opgetekend die het gelijk-zijn aan Tathagata’s behandelen.

Shōka I (1257) - 10de maand, 10de dag - Shinran

Aan Shinbutsu-bō

(*) “Indien ik een boeddha word en de ontelbare boeddha’s van de boeddhawerelden in de tien richtingen zouden de roem van mijn naam niet verkondigen, moge ik dan de volkomen verlichting niet verwezenlijken.”(Dai-Kyō, I)

Vertaald door H. Eerdekens, naar de Engelse uitgave ‘Letters of Shinran”, Shin Buddhist Translation Series I, Hongwanji International Center, Kyoto.

Uit de inleiding van deze Engelse uitgave: “In Shinrans understanding Buddha-nature is neither an abstract concept nor a mere potential; it is the reality of Buddha hood awaiting to be fully realized, made possible by shinjin whose source is Amida Buddha. Thus, here again the equation between shinjin, Buddha-nature and Tathagata is made. (…) Shinran interprets [Amida’s 17th Vow] to read: “If those who say my Name are not praised…” Thus the Buddha’s in the ten quarters praise those who say the nembutsu. In this sense, nembutsu practicers are placed on a level with the Buddhas; that is, they are equal to Tathagatas. The verse on fulfilling the 17th Vow is cited as another substantiation of this view. It contains the phrase: “All the Buddha-Tathagatas in the ten quarters, countless as the sands of the Ganges, praise the awe-inspiring dignity and the inconceivable merits of the Buddha of Immeasurable Life.” Shinran states that the person who lives the nembutsu is included in the “awe-inspiring dignity and inconceivable merits of the Buddha of Immeasurable Life,” so here again the person of shinjin is placed on equal basis with the Tathagatas.”

Ekō 40

Mattoshō

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home