Glossarium Voor Het Shin-Boeddhisme (18)

kihō-ittai (eenheid van ontvanger en dharma)

Deze term komt bij Shinran niet voor, wél in het latere en anonieme werk Anjin-ketsu-jōshō. Wordt gebruikt in Seizan-Jōdo-shū en in Jōdo-Shinshū om de fundamentele niet-tweeheid aan te duiden van het onverlichte wezen en Amida Buddha. Ki verwijst a) naar de levende wezens, b) naar het vertrouwen van de levende wezens in de werkzaamheid van Amida’s Gelofte-Kracht; hō (Sanskr. dharma) verwijst 1) naar Amida, 2) naar de Gelofte Kracht. Ki en hō zijn versmolten in de Naam (myōgō) die aldus ervaren wordt als de manifestering van deze eenheid.

ki-myō

Komt overeen met het Sanskr. namas, b.v. in Namo Amitābhāya Buddhāya = Chin.Jap. ki myō muryō-ju nyorai. De eigenlijke betekenis ervan kan variëren in functie van de beklemtoonde nuancering: 1) ‘toevlucht nemen’ (ki = terugkeren), zoals b.v. in Pāli Buddham saranam gacchāmi, lett. ‘ik ga tot de Boeddha (als tot mijn) toevlucht’; 2) ‘terugkeren naar het oorspronkelijke’ (b.v. “de zintuiglijke werking keert terug tot de geest” of “het betrekkelijke fenomenale keert terug tot zijn ware natuur, die de leegheid is”); 3) ‘inwilliging’ (ki) + ‘roep’ (myō), wat geeft: “De roep van de Boeddha is: Keer naar mij terug!”; 4) ‘hulde’, ‘ere zij’, welke laatste betekenis het dichtst bij het Pāli-Sanskr. origineel ligt.

kō (kalpa)

Chin. chieh. Een Indische tijdsaanduiding voor een heel lange periode. Komt in het Hindoeïsme overeen met 1 000 yuga’s, dus zijnde 4 320 000 000 jaar. Boeddhistische teksten geven geen juiste aanduiding van tijdsduur, maar verschillende vergelijkingen stellen dat het een onberekenbaar lange periode is.

kōmyō (stralend licht)

“Licht” wordt gebruikt als voorstelling van Wijsheid. Amitābha als Boeddha van het Oneindige Licht, is dan ook de Oneindige Wijsheid van het Boeddhaschap dat zonder enige hindernis de hele denkbare ruimte doorstraalt. “Het Hinderloze Licht is de zon van wijsheid die het duister van de onwetendheid verdrijft.” (KGSS, Introd.) Hiermee wijst Shinran erop dat de Boeddha geen fysisch wezen is dat licht uitstraalt en ook dat het Reine Land niet kan gezien worden als een aards of hemels gebied dat licht uitstraalt. Licht (dus Wijsheid en, onafscheidelijk daarvan, Mededogen = Leven, in Amitāyus, Boeddha van het Oneindige Leven) is de ware essentie en wezenheid van het Boeddhaschap. In het leven van de persoon die shinjin verwezenlijkt heeft, werkt Boeddha’s Kracht als een licht dat 1) doorheen de harde korst en de donkere massa van verblinding en passies breekt, 2) door zijn warmte de taaie massa door eeuwen samsarisch zwerven opgestapelde gehechtheden smelt, en 3) een nieuw leven schept. Daarom prijst Shinran de wonderbare werkzaamheid van het Licht en gebruikt hij voor Amida de twaalf “lichtbenamingen” die in Dai-kyō vermeld worden: “Daarom wordt de Boeddha van het Oneindige Leven met deze namen aangeduid: Boeddha van het Oneindige Licht, Boeddha van het Grenzeloze Licht, Boeddha van het Hinderloze Licht, Boeddha van het Onvergelijkbare Licht, Boeddha van het Majestatische Licht, Boeddha van het Vreugdevolle Licht, Boeddha van het Wijsheidslicht, Boeddha van het Ononderbroken Licht, Boeddha van het Onvoorstelbare Licht, Boeddha van het Ondenkbare Licht en Boeddha van het Licht dat zon en maan overtreft.” (I,11).

Ekō 40

Glossarium Voor Het Shin-Boeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home