Editoriaal

Vertrouwd geraken met de boeddhistische leer, brr, wat ‘n moeilijk iets!

Toegegeven: de 3 kenmerken, de 4 Edele Waarheden, de 5 moraliteiten, de 6 volkomenheden, de 7 factoren ter verlichting, de 8 spaken van het Pad, de 12 nidana’s, de 24 vormen van oorzakelijkheid, de 75 of 100 dharma’s… en we kunnen herbeginnen met de diverse niveaus van nirvana, de 2 of 3 of 4 boeddhalichamen, de 3 of 4 waarheidstypes, de 8 of 9 bewustzijnsvormen… en dat dan allemaal nog doorspekt met Sanskriet, Pali, Chinees, Tibetaans, Japans…

Het probleem van deze problemen is evenwel dat, wanneer je die ingewikkeldheden per se wil vereenvoudigen, “uitleggen in verstaanbare taal voor gewone mensen”, tenzij je de Boeddha in hoogst eigen persoon bent (of denkt dat te zijn…), je onvermijdelijk fout zit. Onvermijdelijk. Elke simplificatie is simplistisch, elke verkorting is een verdraaiing. Gautama Buddha zelf deed er zes jaar over om de ‘Oorsprong in Afhankelijkheid’ te begrijpen. Bodhidharma (tenminste als we de legende mogen/willen geloven) zat negen jaar vóór een witte muur. Grote T’ien-t’ai, Ch’an, Tantra of Theravada meesters mediteerden 30, 40 jaar vooraleer ze, naar eigen zeggen, ‘iets’ begonnen te begrijpen. Wij, Europeanen, we denken dat we het fin du fin doorhebben als we over een onderwerp één of twee boekjes gelezen of één of twee tv-uitzendingen gezien hebben…

Meer nog. Daarbij moeten we het verschil in culturele denk- en leefvormen voegen. Wij zitten hier in een Grieks-Romeins-Joods-Christelijk complex, met dialectische, materialistische, competitieve impulsen. Onze begrippenwereld van god, ziel, goed en kwaad, tijd en historie en noem zo verder maar op, ligt helemaal anders dan hetgeen we, met de beste bedoelingen, vanuit het “oosten” in onze talen en denkvormen omzetten.

Willen we die hindernissen overkomen en niet in afdwalingen en verdromingen vervallen, dan moeten we in de mate van onze mogelijkheden, ons ook inspannen de Leer te bestuderen en ons niet sussen met een verleidelijk afkooksel ervan.

De meesters wijzen ons de weg die zij begaan hebben, en die weg moeten wij zelf begaan, - met čn tegen onze ego illusies, met čn tegen onze verblindingen en zelfvertroostingen.

Daarom wordt, in geheel de boeddhistische wereld, ook de intellectuele studie hoog aangeslagen. Ook in Zen, - waar men de sutra’s verscheurt na men ze bestudeerd heeft; ook in de Reine-Landschool, waar Honen aan zijn discipelen zegt: “Wordt ongeletterd”, wat veronderstelt dat men eerst echt ‘geletterd’ dient te zijn.

Ik herinner me een oude dame die getrouw de Honganji tempel te Kealakekua, op het eiland Hawaď, bezocht en er aandachtig geluisterd had naar mijn ‘geletterde’ lezingen tijdens een Summer Session. Op het eind van de session kwam ze mij vinden: “Sensei, ik heb zo aandachtig naar u geluisterd, maar ik ben slechts een oude dwaze vrouw die er niets van begrepen heeft. Moet ik dat nu allemaal kennen?” Ik vermoedde dat ik met een myokonin te maken had: “Heb je ooit behoefte gevoeld te weten, heb je je ooit vragen gesteld?” - “Neen, daar heb ik nooit tijd toe gehad… maar ik heb altijd en overal geleefd in vertrouwen op de Boeddha, ik heb zoveel mogelijk de nembutsu gezegd en bovendien gedacht dat, hoe dwaas ik ook ben, Amida die dingen wel voor mij weet en dus heb ik me er ook nooit zorgen over gemaakt.”

Want wie vertrouwen heeft, wie absoluut vertrouwen heeft in de Ander-Kracht, die stelt zich immers geen vragen meer en behoeft geen antwoorden.

Maar zeg me, lieve lezer(es), heb jij dan zoveel vertrouwen in je boeddha-gemoed dat jij je geen vragen meer te stellen hebt? Zo ja: dan is “leren” en “proberen te begrijpen” overbodig, nutteloos, tijdverlies.

Zo niet?

Shitoku

Ekō 41

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home