Bio-Ethiek (2)

R. Franck

‘n Vraag van een vriend

B. vroeg me gisteren, na afloop van het Hanamatsuri feest, verwijzend naar deze bijdrage over bio-ethiek:“Vrees je niet dat je, door te zeggen wat mag en wat niet mag, de indruk zult verwekken dat problemen, boeddhistisch bekeken, maar één, als het ware pasklare antwoord hebben?”

Inderdaad een treffende vaststelling.

En met de bezorgdheid en overtuiging van iemand die precies weet wat hij bedoelt en beseft waar het over gaat, merkte B. verder op: “Je weet dat niet iedereen, niet elke boeddhist, de zaken op dezelfde manier bekijkt? Mogelijk is er meer dan één antwoord, naargelang de omstandigheden, het karakter van de persoon of zijn graad van vordering in de Leer van de Boeddha en zelfs (en vooral) hoè hij/zij die Leer persoonlijk interpreteert of ervaart…”

Beste B., ik heb je toen meteen gerustgesteld. Ik voel me helemaal niet geroepen antwoorden te geven in aangelegenheden die verband houden met de Dharma. Meestal voel ik me onzeker, weet ik niet goed waar te beginnen, hoe ik mijn antwoord moet formuleren. Geef ik, gevraagd of ongevraagd, mijn mening? Zeg ik het zus of zeg ik het zo? Soms ook kom ik voor een keus te staan: grijp ik hier in of niet?

Net zoals jij ben ik me ten volle bewust van het subtiele gevaar dat schuilt in een goed bedoeld maar slecht geformuleerd antwoord. Hoe makkelijk kun je iemand niet door té veel of foutieve informatie in de war brengen?

In contrast met de euforie waarin je verkeert wanneer je zopas de Dharma ontdekt hebt, leer je na een tijd voorzichtig, ja zelfs terughoudend te zijn. Je leert meer aandacht te schenken aan het luisteren, ook naar het verzwegene. En als er dan toch op een antwoord aangedrongen wordt (wat niet altijd ècht het geval is) heb je geleerd dat zo bondig mogelijk te formuleren.

Om nu terug te komen op de ‘gevaren’ van het ‘innemen van standpunten’ in probleemsituaties. Sta me toe dat ik nog even opmerk dat de bijdrage over bio-ethiek was bedoeld als - zal ik maar zeggen - denkoefening, als forum voor de lezers van EKO: de gelegenheid bieden van gedachten te wisselen of te praten over de vele problemen waar ons dagelijks, samsarisch bestaan mee doordrongen is. Praten over de Leer doen we toch allemaal graag en het brengt kennis, inzicht en begrip bij. In één woord: “thought provoking”.

Anderzijds had ik erop gerekend dat Rev. Shitoku enige ogenblikken van zijn druk bezette tijd zou kunnen vrij maken voor een kritische bespreking om ons, met zijn rechtzettingen en wijze raad, weer op het juiste Pad terug te brengen. Zonder zijn aan- en opmerkingen heeft deze bijdrage m.i. geen nuttige impact.

De Toetssteen van de Boeddhist

In het licht van het voorgaande durf ik, ondanks mijn relatief recent ontwaken tot de Jodo-Shinshu én mijn geciteerde vrees, een bescheiden steentje bijdragen.

Zo heb ik gehoord dat je er, in het benaderen van een of ander probleem, in elk geval nooit verkeerd aan doet als je alle elementen toetst aan het licht van de Leer.

Bij zijn heengaan zei de Heer Boeddha immers: “Laat de Dharma je licht zijn.” De Leer is voor elk volgeling van Shakyamuni Buddha de enige lichtbaken, de enige wegwijzer in het leven dat hier en nu voor ons is weggelegd. Een gezond principe is dus altijd en overal, waar je maar kunt, de vraag te stellen: “Strookt dit wel met de Leer? Met de Vier Edele Waarheden? Met het Edele Achtvoudige Pad?”, zoals ook jij, vriend B., zoals je me opmerkte, altijd doet.

Ik zou me bovendien, ik zou haast zeggen (en ik hoop streng terechtgewezen te worden als ik hier de prioriteiten in de onjuiste volgorde heb geplaatst!) vooral afvragen:

Is er geen tegenstrijdigheid met de Vier Kenmerken van het Leven: de pijlers van onze boeddhistische denkwijze, de vier toetsstenen waar we ons denken kunnen aan testen:

1. het lijden (duhkhā/dukkhā)

2. de veranderlijkheid (anityā/aniccā),

3. het niet-zelf, het niet-ik (anātman/anattā, Eng. ‘egolessness’ of ‘non-soul’),

drie kenmerken die, zoals alles in deze samsarische wereld, het gevolg zijn van ontelbare oorzaken en interrelaties, en enkel opgeheven kunnen worden door:

4. de uitdoving (nirvāna).

Neen nu bv. abortus

Aangezien door abortus, door ingreep of kunstmiddelen, aan een menselijke foetus of embryo de gelegenheid wordt ontnomen verder tot ontwikkeling te komen, kunnen we al meteen een reeks vragen stellen, zoals b.v. in welke mate een dergelijke karmische ingreep gevolgen heeft, en voor wie? In welke mate die gevolgen ‘onherstelbaar’, onherroepelijk zijn?

Zoals ik het persoonlijk zie, is een foetus of embryo inderdaad een menselijke levensvorm (een stelling die, naar ik meen, wel door geen enkele levensbeschouwing tegengesproken wordt…) en pleeg je met abortus een ingreep met vér-strekkende karmische gevolgen: het ongeboren “ik-wezen” is daardoor immers aangewezen op een volgende ‘gelegenheid’, zeg maar conceptie, om opnieuw in deze wereld geboren te worden. Dat wil zeggen wachten tot de volgende conceptie, om mogelijk naderhand tot een boeddhistisch inzicht (en dus tot de uiteindelijke Verlichting) te kunnen komen. Dus inderdaad een aanzienlijke impact.

Maar geeft deze vaststelling ons een richtlijn? Betekent dit alles dat abortus absoluut, objectief bekeken, verwerpelijk (wat niet hetzelfde is als “slecht” in tegenstelling tot “goed”) is, hoewel je ontegensprekelijk begrip kunt opbrengen voor de motieven van de betrokken partijen.

Is abortus een kwestie van wikken en wegen? Het maken van een zoveelste keus? Of ‘zomaar’ een zoveelste causaliteit in een toch al onmetelijke “overlopende” oceaan van oorzaken en gevolgen?

Of neem nu euthanasie

Het Leven hier en nu is een enige gebeurtenis. “Enig” in die zin dat de nu-gebeurtenis niet in dezelfde omstandigheden terugkeert. In een voortdurend veranderende samsara verschillen deze condities onophoudelijk. Euthanasie impliceert dat de persoon die euthanasie ondergaat, die nog geen shin-jin ervaren heeft bv., nu van deze laatste ervaring verstoken blijft. Zonder euthanasie heeft deze persoon nog altijd de mogelijkheid, hoe gering ook, om zijn/haar karmische configuratie positief te beïnvloeden. Euthanasie neemt deze mogelijkheid onverbiddelijk, brutaal weg.

Maar ik maak me al meteen, terwijl ik schrijf, de bedenking: zal ook ik, als mens, als boeddhist, ooit eens voor de pijnlijke, levensbelangrijke keus komen te staan en me de vraag moeten stellen: “Wat doe ik, hier en nu?”. Objectief dus ook in deze kwestie van leven en dood: begrip voor de door menslievendheid geïnspireerde en goedbedoelde daad… Maar verwerpelijk? Zoals abortus? Is het de bedoeling alleen die telt?

Of ook in deze aangelegenheid: de zoveelste causaliteit in de al geciteerde onmetelijke oceaan van oorzaken en gevolgen?

(vervolgt)

Ekō 41

Bio-Ethiek – Een Moeilijke Keuze, Ook Voor De (Westerse) Shin-Boeddhist?

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home