Enkele lezersvragen

Godsdienst/zedenleer… of niets?

Mijn kinderen volgen momenteel niet-confessionele zedenleer in de Lagere School. Als boeddhist zie ik het belang in van een opvoeding (ook op school) met inbreng van geestelijke waarden. Thuis valt dit natuurlijk niet te moeilijk. Maar daar waar je die verantwoordelijkheid moet overlaten aan het onderwijzend personeel (en/of ‘geestelijken’!) rijzen er natuurlijk vragen op. Is het dan toch verkieslijker te opteren voor zedenleer i.p.v. een of andere godsdienst? Of voor geen van heide? (F. L. uit T.)

Kunstmatige inseminatie

Een vriendin van me overweegt zich te laten bevruchten door kunstmatige inseminatie. Zij is ongehuwd en verkiest deze neutrale, onpersoonlijke methode om geen emotionele banden te hebben met de biologische vader, vooral moest het naderhand blijken dat ze met hem geen verdere relatie wenst te hebben of te behouden. Als boeddhiste zou ik graag uw standpunt kennen. (C.F. uit B.)

Een Credo?

Uit Canada kregen we een piepklein foldertje “A Buddhist Creed”. Nu bestaan er al zoveel ‘creeds’ en ‘credo‘s’ en ‘beginselen’ waarin men poogt het Boeddhisme in het heel kort vast te leggen en geen enkele ervan biedt absolute voldoening… ook deze Canadese niet. Maar hij getuigt toch van zoveel originaliteit, dat Eko deze Creed met voldoening opneemt.

Onze levensbeschouwing leert ons dat waarheid en deugd moeten verwezenlijkt worden door een geestelijke evolutie. Ze kunnen niet bekomen worden enkel door credo’s te onderschrijven of in doctrines te geloven. De volgende ideeën zijn gangbaar onder boeddhisten en worden hier enkel naar voren gebracht als behulpzame wegwijzers, geplaatst door diegenen die voor ons het Pad bewandeld hebben.

I. Wij menen dat de werelden ontstaan, evolueren, veranderen en vergaan door de werking van natuurlijke en inherente oorzaken en dat deze reeksen van cyclussen noch begin noch einde hebben.

II. Wij menen dat de mens niet zomaar een mengeling is van lichamelijke vormen en eeuwigdurende geestelijke substantie, maar wél een complex van processen dat voortduurt zolang het functioneert, net als een vuur dat blijft branden zolang er brandstof is

III. Wij menen dat bij de dood de levenskrachten zich bundelen en na een onderbreking neerslaan in een nieuwe biologische geboorte.

IV. Wij menen dat het onverlichte bestaan lijden, veranderlijkheid en ijdelheid is en wij verlangen dààruit bevrijd te worden.

V. Wij menen dat de zonde bestaat uit denken, spreken en handelen dat voortkomt uit verkeerde inzichten en blinde driften, waardoor mededogen en inzicht belemmerd worden.

VI. Wij menen dat onheilzame daden moeten vermeden worden en heilzame daden moeten begaan worden, niet uit vrees voor straf of uit begeren naar beloning, maar uit diepe overtuiging en mededogen en door een zelfloze inzet voor de anderen.

VII. Wij menen dat het doel van dit bestaan niet is het najagen van weelde en genot, maar het vergroten van deugd en wijsheid.

VIII. Wij menen dat wanneer de wolken van driften en onwetendheid verdreven zijn, de zon van het inzicht deze wereld zal verlichten en diens ware natuur zal onthullen: het Boeddhaschap.

IX. Wij menen dat het Boeddhaschap volmaakte wijsheid en volkomen mededogen is, de uiteindelijke kracht het heilzame te verwezenlijken, de diepe grond van alle bestaande dingen en wezens, en het zaad van de verlichting dat in alle wezens op ontkiemen wacht.

Ekō 41

Vragen En Antwoorden

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home