Editoriaal - Kritisch Blijven

Beslist een van de sterkste punten van de Leer van de Boeddha is de nadruk gelegd op ‘kritisch blijven’. in dit nummer wijdt Zenkai M. Vermeir er trouwens een interessante bijdrage aan. Bij ‘kritisch blijven’ hoort ook kritisch blijven over al wat om en rondom het ‘boeddhisme’ wentelt.

Neofietenijver brengt ons, westerse boeddhisten, er al te vlug toe niet enkel op te lopen met de Leer die we ontdekten, maar ook (en soms vooral!) met culturele aspecten van landen waarvan wij menen dat ze ‘boeddhistisch’ zijn. We doen dan net alsof de boeddhisten boeddhistischer zouden zijn dan de christenen christelijk… We haspelen spiritualiteit dooreen met gebruiken en gewoontes van vreemde volkeren. We verwarren oorzaak en gevolg. Is b.v. ahimsā, geweldloosheid, allicht niet ontstaan uit één van de meest gewelddadige geschiedenissen van de mensheid, nl. de Indische?

Tibetaanse lama’s die met geweren rondlopen, Srilankese monniken die de bevolking aanzetten tot moordpartijen op Tamils, Japanse boeddhisten die de gruweldaden gedurende meer dan 8 jaar op de Chinezen en Koreanen begaan, goedpraten… wat heeft dit met de Leer van de Boeddha te maken? Hoe verrechtvaardigd soms ook dergelijke handelingen kunnen blijken, ze hebben niets met de kern van de Dharma te maken. Ze zijn vooral nuttig om de tegenstanders van het boeddhisme verwarring stichtende argumenten toe te spelen.

Inderdaad er is nooit oorlog gevoerd in naam van de Boeddha, er werd nooit iemand verplicht zich tot het boeddhisme te bekeren. Maar dat belet niet dat ‘boeddhisten’ oorlogen, soms gruwelijke, hebben gevoerd; dat ‘boeddhisten’ gemoord, geplunderd, verkracht, uitgehongerd hebben. Ik zie daar overigens een soort karmische noodzaak in: het verkondigen van de Leer van de Boeddha is allicht het sterkst noodzakelijk op de plaatsen en in de tijden van geweld en voor de mensen die op geweld leven. De Dharma wil vrede. “Mochten alle wezens gelukkig zijn” heeft noodzakelijkerwijze de sterkste weerklank dŕŕr waar de wezens dat allerminst zijn.

Vergapen we ons dus ook niet aan cultuurverschijnselen. Het is niet omdat we ons tot een uit Japan afkomstig onderricht bekennen, dat we alles wat Japans is, dienen te verafgoden. Ook hier, zeker hier dienen we kritisch te blijven.

Hoe mooi de uitleg ook is die men bv. geeft over de Japanse krijgskunsten, het blijft een historisch onweerlegbaar feit dat ze, onder een Zen-mon, feitelijk tot bedoeling hadden de samurai, dat machtsinstrument van de Ashikaga en alle latere shoguns, ertoe te brengen onbevreesd te doden en onbevreesd te sterven, ter meerdere ere van de shogun of de daimyo. Hoe brengt men dit in overeenstemming met het Edele Achtvoudige Pad?

Men zou gelijkaardige argumenten, met min of meer slagkracht kunnen optrommelen over andere ‘culturele’ aspecten. Zeker mag (en kan) men iets niet zomaar gaan verafgoden of goedpraten omdat het Japans is. Ook de geschiedenis van het ‘boeddhistische’ Japan is vol gruwelen. We hoeven heus niet terug te gaan tot de zevende eeuw of de burgeroorlogen van de 11de tot de 17de eeuw, of de christenvervolging en de moordpartijen op Honganji- aanhangers, noch aan de bezetting van Korea in de 19de eeuw. Het volstaat even terug te denken aan de eerste luchtbombardementen op burgerbevolking (China 1937), of de concentratiekampen in Maleisië en Nederlands-Indië.

Ondanks het feit dat dit jaar de Europalia aan Japan gewijd zijn, ondanks de persoonlijke sympathie die ik voor heel wat Japanners koester, ondanks mijn oprecht respect voor allerlei aspecten van het Japanse leven, wil ik kritisch blijven en beslist niet voor een Japan aanbidder doorgaan.

Trouwens, heel wat kenmerken die we ‘Japans’ noemen hebben geen uitstaans met het boeddhisme maar zijn het resultaat van confucianistische ideeën en (politieke) ingrepen: strakke samenhorigheid, werkkracht, gehoorzaamheid aan de overheid, blinde eerbied voor gevestigde gewoontes, conventioneel gericht denken… Dat zijn weliswaar de bronnen van het Japanse Wirtschaftswunder, maar dat betekent beslist niet dat de doorsnee Japanner moreel boven de andere wereldbewoners zou staan noch dat het boeddhisme er veel veranderd heeft aan de menselijke natuur van begeerte, haat en dwaasheid. Wat Japan betreft, kan men even kijken naar de carričre van zijn laatste drie eerste ministers: een Nakasone (“Zen-boeddhist”) die valt wegens corruptie (de Lockheed-affaire), een Takeshita (“Shin-boeddhist”) die aftreedt wegens corruptie (het Recruit-schandaal), een UNO die verwikkeld zit in een seksschandaal. Wie het leven in Japan van naderbij bekeken heeft, verbaast zich er niet meer over. En dan hebben we nog niet gesproken over de stress-verschijnselen in scholen en bedrijven, over de situatie van de vrouw, over de behandeling van de eta’s (Koreaanse paria’s).

Laten we dus - ook tijdens dit Europalia-jaar - kritisch blijven en ons concentreren op wat voor ons, boeddhisten, belangrijk is: de Boeddha, de Leer, de Gemeenschap, Shinran Shonin, de nembutsu, shinjin. Shinjin alleen is noodzakelijk.

Shitoku

Ekō 42

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home