O-Bon - Het Boeddhistisch Dodenfeest (1)

Shitoku A. Peel

O-bon is feitelijk een heel oud boeddhistisch feest dat teruggaat tot de eeuwen kort nadat Shakyamuni Buddha de Leer gepredikt had. De eigenlijke, volledige benaming is Ura-Bon: in het Sanskriet wordt het Ullambana genoemd. Vanuit India kwam het samen met het boeddhisme naar China en van China weer naar Japan (oudste sporen 657), waar het feest een eigen, bijzondere vorm aannam: het gaat vergezeld van een speciale soort van dansen (bon-odori) waaraan de hele tempelgemeenschap deelneemt.

Oorspronkelijk werd het gevierd van de 13de tot de 15de dag van de zevende maand volgens de maankalender; tegenwoordig, met het zonnejaar, viert men O-Bon rond 15 juli of 15 augustus (naargelang de tempel).

Bij de Europese boeddhisten is O-Bon zo goed als onbekend en meestal staan we er ook, via onze christelijke culturele achtergrond, nogal kritisch tegenover. Nog tot in de late middeleeuwen hebben kerkvaders en concilies dergelijke ‘heidense’ gebruiken moeten bestrijden. Het Allerzielenfeest in de R.-K. kerk moest een gelegenheid van rouw en berouw zijn, van bidden voor het heil van de zielen in vagevuur of hel.

Toch, ondanks en misschien juist wel door het vreugdig beleven van O-Bon, is deze viering een diep religieuze ervaring. Niet enkel omdat ze uitdrukking geeft aan de voortdurende aanwezigheid van de afgestorvenen in ons bestaan, maar tevens wijst op de niet-aflatende aanwezigheid van de dood.

Het is immers van belang te leren met de dood te leven, zeker daar de dood in de Jodo-Shinshu bovendien een speciale betekenis heeft. Het is in de Bon-odori dat men uitdrukking geeft aan zijn vreugde samen, de doden èn de levenden, de wonderlijke lering van de Tariki-Nembutsu te beleven. Shinran Shonin leerde ons een dynamische levenswijze welke de afspiegeling is van de permanente aanwezigheid in deze lijdenswereld van Amida’s Onmeetbare Licht.

De ouders, grootouders, voorouders die heengegaan zijn, leven nog steeds in ons lichaam en in onze geest. Onze naaste ascendenten hebben ons een duidelijke herinnering nagelaten en zeker wanneer we de wilde jeugdjaren ontgroeid zijn raadplegen wij deze herinnering als voorbeeld of raadgever. Laten we niet vergeten dat we, ondanks onze individuele, karmische of genetische eigenheden, hun voortzetting zijn. Zonder de collectiviteit van hun bestaan zouden wij zelfs niet leven. Zij en wij, wij zijn samengebonden in de éne stroom van het Leven. Zij maken het ons mogelijk het verleden beter te vatten, en het is dàt verleden, hùn heden, dat het heden schept waarin wij nù leven

Wanneer we deze komst van het verleden in het heden bekijken, dan wordt de O-Bon viering een soort van feedback waarbij onze tijd teruggeschakeld wordt naar hun tijd. Op die wijze overtreffen wij die tijdsbegrenzingen die we “verleden” of “heden” of zelfs “toekomst” heten. Wij leveren ons over aan het eeuwige nu. Jodo-Shinshu is de religie van het eeuwige nu.

Namu Amida Butsu reflecteert de één-heid van het leven en overspant verleden, heden en toekomst. In de Nembutsu worden zij die heengingen, één met ons, nù. Daarvan dienen we ons bewust te zijn. En daarvoor voelen we vreugde en dankbaarheid.

Jodo-Shinshu is geen levensweg van tranen en droefenis. Amida omvat ons in zijn Mededogende Gelofte-Kracht. In zijn naam voelen we de smaak van Verlichting. En Verlichting is het uiteindelijke, natuurlijke doel van alle wezens.

Allen gaan we naar dat ogenblik van Verlichting: de enen traag, de anderen vlug, de enen met moeite, de anderen vlot, de enen wijs, de anderen dwaas. Het ogenblik van verlichting is ōjō, Geboorte in het Reine Land. Dank zij deze Geboorte hebben wij deel aan Boeddha’s natuurlijke werkzaamheid alle wezens uit hun lijden te verlossen. Wat hier zo wonderlijk aan is, is niet zozeer dat de Boeddha ons verlost, maar dat hij hiervoor geen enkele voorwaarde stelt. Amida bevrijdt ons uit het lijden precies zoals we zijn, met onze verblindingen, onze passies, onze haat en nijd, onze illusies en bedrieglijkheden. Juist zoals we zijn.

Zij die heengegaan zijn en ook wij die vandaag of morgen zullen heengaan, wij bevinden ons in dezelfde Boeddha-omvatting. Onze gemeenschap is het effectieve beeld van deze omvatting in die éne en zelfde niet-tweeheid.

Ondanks het aspect dat O-Bon een feest van dansen is, dient het innerlijke van deze viering ons aan te sporen tot serene reflectie over deze eenheid van het leven, die elk verschijnsel van sterven of dood transcendeert. Gaat men nog verder in deze reflectie, dan kunnen we ons de vraag stellen of er werkelijk zo’n sterke aflijning is tussen leven en dood?

Zowat 5 000 jaar geleden geloofden de oude Egyptenaren al dat een persoon niet ècht dood was zo lang zijn naam overleefde. Ik weet niet in hoeverre ze hierin juist waren, maar ik heb het gevoel dat er toch iets waars in deze bewering moet zitten. Door onze naaste en verre overledenen te gedenken, brengen we ze tot een nieuw leven: ze bestaan in onze geest. Wij verwerken hun heengaan en geven het een nieuwe dimensie waarin zij opnieuw worden, geboren worden in ons hart en zo tot nieuw leven komen. Niet dat hun lichamen weer opgebouwd worden en herrijzen; niet dat we dan beschikken over machtige toverspreuken om hun zielen op te roepen en aan necromantie te doen. De Leer van de Boeddha maakt ons duidelijk dat alle dingen aan verandering onderhevig zijn; en wat de ziel betreft, is het boeddhisme duidelijk in de afwijzing van enige permanente vorm van ego of ātman.

Maar binnen in ons bestaan krijgen de herinneringen aan de overledenen een nieuwe vorm. Zij komen opnieuw tot leven op elk ogenblik dat wij ze gedenken. En de beste vorm van hulde die wij hun kunnen bieden is geen wierook branden of gasshō-en bij hun graf, maar ze danken voor het leven dat zij ons mogelijk gemaakt hebben en voor het voorbeeld waaruit wij iets kunnen leren, zelfs al was dat een “slecht” voorbeeld…, want uit elk voorbeeld valt er te leren. Zij die heengegaan zijn, leren ons hoe te leven - en hoe te sterven.

Zoals ik hiervóór al zei: volgens de Jodo-Shinshu is de dood een heel bijzondere gebeurtenis, zo bijzonder dat ze feitelijk elk moment van een nembutsu-leven doortintelt.

We geloven immers dat het precieze ogenblik van de dood tevens het precieze ogenblik is waarin Geboorte in het Reine Land (nirvana) verwezenlijkt wordt. Dat is een bijzonder kenmerk in het onderricht van Shinran Shonin: we gaan dood en, hop, daar is Geboorte. De Dood als Geboorte, is dat geen wonderlijk gevoel? En eenmaal “geboren”, worden we één met Amida Buddha, met het Oneindige Boeddhaschap om alle andere wezens te bevrijden: dat is het ware programma voor ons bestaan hier en nu.

Ekō 42

O-Bon - Het Boeddhistisch Dodenfeest

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home