Geschiedenis Van Het Ontstaan Van De Verschillende Obediënties In Het Shinboeddhisme (3)

S. S. Kibe Monshu

3. Opkomst En Bloei Van De Honganji

Alhoewel Japan zich in de eerste helft van de vijftiende eeuw bevond in een periode van politieke en religieuze stabiliteit, begonnen de troebelen weer vanaf de tweede helft van die eeuw. Het is rond die tijd dat Rennyo (1415-1499) ‘monshu’ werd van de Honganji. Hij was een sterke figuur en er bestaan heel wat verhalen, romans en geschreven historische documenten over zijn bewogen leven.

Ik wil hiervan slechts één enkel facet belichten. Gedurende de eerste helft van zijn leven was de Honganji in feite slechts een kleine, machteloze tempel. Maar vanaf 1460 werd Rennyo’s activiteit voelbaar en het aantal aanhangers nam snel toe.

Onder die nieuwe aanhangers waren er niet enkel lieden die daarvóór reeds tot de Shin-belijdenis behoorden, maar ook talrijke bekeerlingen van de Tendai en van andere stromingen. Dat leidde ertoe dat de Honganji gehaat begon te worden: in 1465 werd de Honganji-tempel zelfs aangevallen en in brand gestoken door monnik-soldaten van Hiei-zan. Daarbij kwam dat vanaf 1467 Kyoto een slachtveld werd, dat alle maatschappelijke en politieke orde verdwenen was en dat, afgezien van politieke of religieuze overwegingen, roversbenden van de onrust gebruik maakten om te plunderen en te brandschatten. Rennyo vond het veiliger Kyoto te verlaten en zich in het Omi-district (ten oosten van Kyoto) te vestigen, maar ook daar werd hij telkens aangevallen door oproermakers. Tenslotte vluchtte hij naar het Echizen-district (de huidige prefectuur Fukui) waar hij in het dorp Yoshizaki de Honganji-tempel vestigde: enkel om deze opnieuw in de vlammen te zien opgaan. Men dient er trouwens rekening mee te houden dat in die onrustige tijden de invloed van religieuze gemeenschappen vaak dooreen liep met de ambities van militaire machthebbers.

Ofschoon dit niet zo fraai is, moet toch gezegd worden dat er voorbeelden zijn van confrontaties, als b.v. die van de Honganji-aanhangers met die van de Senjūji-tempel. Wat er ook van zij, bestonden er nog geen geweren en kanonnen in Japan, toch bewapenden boeren-aanhangers van de landelijke tempels zich met spaden, sikkels en bamboesperen.

Rennyo zelf was niet erg geneigd om in die conflicten op te treden, want telkens dergelijke conflicten ontstonden werd zijn Honganji-tempel met de grond gelijk gemaakt. Niettemin nam zijn positie voortdurend in sterkte toe. Hij moet een bijzonder krachtig religieus charisma gehad hebben. Grote menigten stroomden toe om hem te steunen en zo bereikte hij een aanzienlijke sociale machtspositie in een tiental jaren tijd. In 1479 kon de Honganji een prachtige tempel optrekken te Yamashina, een oostelijke voorstad van Kyoto. Maar hiermee was nog geen einde gekomen aan Rennyo’s machtsuitbreiding. Door innerlijke onenigheid vielen in 1482 de aanhangers van de Bukkoji-tempel uiteen en liepen zowat 90 % van ze over naar de Honganji. In 1492 gebeurde hetzelfde met de aanhangers van de Kibe-gemeenschap en blijkbaar ook nog met andere Shinshu-volgelingen.

Dat maakt dat toen Rennyo op vergevorderde leeftijd was, zowat 90 % van de Jodo-Shinshu-aanhang behoorde tot de Honganji, zodat men mag zeggen dat hij praktisch de hele Jodo-Shinshu eenmaakte. De andere Shin-tempels bleven weliswaar bestaan en verdwenen niet, maar hun impact werd miniem.

Kortom: Rennyo was een opmerkelijk leider. Toch mogen we niet uit het oog verliezen dat zijn leiderschap niet enkel mogelijk was om religieuze gronden, maar dat ook de politieke en maatschappelijke verwarring van die dagen daar beslist toe bijgedragen heeft. Bovendien kon hij ook de laatste hand leggen aan de bouw van een nieuwe tempel op Ishiyama bij Osaka, op een strategisch belangrijke plaats waar nu het beroemde Osaka-kasteel staat. Deze locatie zou later leiden tot nieuwe krijgsverrichtingen.

4. De splitsing van de Honganji-tempel

De politieke verwarring in Japan duurde nog steeds voort in de 16de eeuw. De kleinere militaire machthebbers werden geleidelijk uitgeschakeld en van zowat 1565 tot 1570 was Nobunaga Oda de machtigste legeraanvoerder, die geheel centraal Japan onderworpen had en bijgevolg ook heerste over het kerngebied van de Jodo-Shinshu.

Nobunaga haatte het boeddhisme en bestreed systematisch alle tempels die zijn macht in de weg stonden: Shingon, Zen en zeker Jodo-Shinshu. Waar hij ook kon, liet hij de Honganji-aanhangers afslachten. Deze Honganji-aanhangers hadden overigens de wapens opgenomen in de strijd van de boeren tegen hun uitbuiting door de militaire edellieden. Dat komt doordat het merendeel van de Honganji aanhangers buitenlieden waren, geen stadsbewoners. Nobunaga had het trouwens niet enkel gemunt op de Honganji, maar stond vijandig tegenover alle boeddhistische tempels. Hij liet heel wat priesters en lekenvolgelingen vermoorden door zijn legers.

Daartegenover stond hij welwillend tegenover de Rooms-katholieke missionarissen die in de 16de eeuw naar Japan kwamen en er talrijke kerken bouwden. Nobunaga was weliswaar helemaal niet religieus geïnteresseerd en werd trouwens nooit christen; zijn belangstelling ging wèl uit naar de Europese beschaving en vooral naar de nieuwe wapens die de Portugezen te koop boden.

Om het vervolg goed te begrijpen, dient men zich te herinneren dat de Honganji tempel sedert 1483 gevestigd was te Yamashina; hij werd in 1532 platgebrand en de Honganji verplaatste zijn hoofdkwartier naar Ishiyama, in Osaka, op de plaats waar nu het indrukwekkende Osaka-kasteel oprijst.

In 1570 eiste Nobunaga dat de Honganji hem deze plaats zou afstaan: de plaats was strategisch voor Nobunaga van groot belang doordat ze de grote wegen tussen Kyoto en Osaka en verder oostwaarts controleerde. Toen de Honganji zijn eis afwees, begon Nobunaga een militaire actie. De Honganji riep zijn aanhangers op ter verdediging van hun hoofdtempel; ze kwamen dan ook in grote getale en streden een bittere strijd waarbij velen het leven lieten.

Om deze toeloop van vrijwilligers tegen te gaan, begon Nobunaga systematisch in alle streken de Honganji-aanhangers te vervolgen. Zo b.v. in Nagashima (in de huidige Aichi-prefectuur) en in Omi (in de Shiga-prefectuur), waar voor Honganji belangrijke bevoorradingsplaatsen waren, werden honderdduizenden Jodo-Shinshu-volgelingen afgeslacht. Deze jammerlijke toestand duurde tien jaar lang. Via bemiddeling van de keizer kwam er tenslotte een overeenkomst waarbij de Honganji Ishiyama verliet en zich ging vestigen te Saginomori (in het noorden van de huidige Wakayama-prefectuur).

Wat het voorkomen heeft van een godsdienstoorlog, is in feite niets anders dan een conflict tussen de Honganji-tempel en Nobunaga. Toch kunnen we hier vaststellen hoe sterk de overtuiging en het eenheidsgevoel van de Honganji aanhangers wel waren. Van belang is ook hierbij rekening te houden met de maatschappelijke situatie van het toenmalige Japan, met zijn burgeroorlogen, zijn hongersnoden en de voortdurende boerenopstanden.

Zodra Nobunaga vrede gesloten had met de Honganji, kon hij zijn zucht naar alleenheerschappij verder verwezenlijken door ten strijde te trekken tegen de machtige Mōri-clan, de militair sterkste feodale heer die zich nog niet aan hem onderworpen had. Nobunaga’s eis op beheersing van het Osaka-kasteel was immers een eerste voorwaarde om met succes de Mōri’s te bestrijden; anderzijds was het ook dankzij de krachtige logistieke steun van de Mōri-clan dat de Honganji het tien jaar tegen de oppermachtige Nobunaga kon uithouden.

In mei 1582 kon Nobunaga dan eindelijk een groot leger westwaarts sturen tegen de Mōri. Hijzelf trok op tegen het rumoerige Kyoto, vanuit zijn hoofdkwartier dat te Azuchi (Omi-prefectuur, zowat 15 km ten NO van de Kinshokuji-tempel) gevestigd was, maar op 2 juni werd hij vermoord door Mitsuhide Akechi, een van zijn vazallen. Op dat ogenblik had hij alweer een legereenheid gestuurd naar Saginomori met de opdracht de Honganji definitief uit te roeien; voor hem waren overeenkomsten uiteindelijk maar middelen om zijn innerlijk besluit te camoufleren. Het is door zijn dood dat de Honganji uiteindelijk uit een lastige situatie gered werd. Tijdens datzelfde jaar brandde de Kinshokuji tempel te Kibe helemaal af, maar het is historisch niet duidelijk of dit een natuurlijke ramp of een kwaad opzet was. Hierbij gingen waardevolle schatten en documenten daterend van de tijd van Shinran reddeloos verloren.

(wordt voortgezet)

Ekō 43

Geschiedenis Van Het Ontstaan Van De Verschillende Obediënties In Het Shinboeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home