Mattoshō (7)

Lamp Voor Latere Tijden

Brieven van Shinran

Aangezien de persoon van shinjin niets anders is dan de manifestatie van Amida’s werkzaamheid, bereikt hij het hoogtepunt van spiritualiteit, afwisselend genoemd de ‘staat van niet-terugvallen’, de ‘staat van waarlijk gevestigde’ en de ‘staat die gelijk is aan de Verlichting’. Van hem wordt ook gezegd dat hij de bescherming evenals de lof van alle Boeddha’s krijgt. Er wordt aangenomen dat Shinrans brief aan Shinbutsu (brief nr 4, zie Eko 40 - maart ’89) getoond werd aan Joshin-bo, die daarop zelf naar Shinran schreef en het volgend antwoord kreeg. Brief nr 15 is eveneens aan Joshin gericht.

[Brief van Joshin]

Als we de Naam uitspreken, worden we gevestigd in de staat van niet-terugvallen, want we worden gegrepen door het ongehinderde licht van Tathagata’s mededogen. Aangezien dit het geval is, voel ik persoonlijk geen behoefte om opnieuw vragen te stellen omtrent gegrepen en niet meer losgelaten te worden. Bovendien zegt het Avatamsaka-sutra: “Hij die bij het horen van dit onderricht shinjin en vreugde bereikt en niet twijfelt, bereikt snel de Volkomen Verlichting en is gelijk aan alle Tathagata’s”. Daarenboven zegt de 17de Gelofte dat de Naam geprezen wordt door de ontelbare Boeddha’s in de tien richtingen. In de passage over de verwezenlijking van die Gelofte, versta ik onder de verwijzing naar ‘de Boeddha’s, ontelbaar als de zandkorrels van de Ganges’ de personen van shinjin. Ik geloof dat zulke mensen gelijk zijn aan de tathagata’s van dit huidig leven. Verder vertrouw ik niet op mijn berekening als dwaas wezen. Graag kreeg ik uw gedetailleerde opvattingen, aangaande deze aangelegenheid.

Met respect,

Joshin - 2de maand, 12de dag

[Shinrans antwoord: Betreffende het gelijk zijn aan alle Boeddha’s]

U zou moeten begrijpen dat het moment van vestiging van de persoon die zich toevertrouwt aan Tathagata’s Voortijdelijke Gelofte niets anders is dan de vestiging in de staat van niet-terugvallen, doordat hij de voordelen ontvangt van gegrepen te worden en niet meer te worden losgelaten. Of we nu spreken van de vestiging van ware shinjin of van de vestiging van diamant-harde shinjin, beide gebeuren door gegrepen en nooit meer losgelaten te worden. Alzo ontwaken het hart en de geest die de volkomen verlichting zullen bereiken. Dit wordt de staat van niet-terugvallen genoemd, de staat van de waarlijk gevestigde, en de staat gelijk zijnde aan de volkomen verlichting.

De Boeddha’s in de tien richtingen verheugen zich in de vestiging van dat gemoed en loven het als gelijk zijnde aan hart en geest van alle Boeddha’s. Aldus kan gezegd worden dat de persoon van ware shinjin gelijk is aan de Boeddha’s. Hij wordt eveneens beschouwd als zijnde zoals Maitreya, die ertoe bestemd is de volgende Boeddha te worden.

Aangezien de persoon van shinjin in deze wereld beschermd wordt, spreekt het Kleine Sutra van het Onmeetbare Leven over ‘de bescherming van de ontelbare Boeddha’s in de tien richtingen’. Dit betekent niet dat ze hem beschermen na zijn Geboorte in het Vredeland van de Boeddha, maar eerder dat ze over hem waken met hun beschermende gedachten terwijl hij in deze wereld is. De Tathagata’s in de tien richtingen, ontelbaar als het zand van de Ganges, loven het hart en de geest van de persoon van ware shinjin; vandaar dat onderricht wordt dat hij gelijk is aan de Boeddha’s.

Voorts betekent Ander-Kracht dat zelfwerkzaamheid geen ware werkzaamheid is. ‘Zelf-praktijk’ is de berekening en de bespiegeling van de beoefenaar. De Voortijdelijke Gelofte van de Tathagata overtreft het conceptuele begrijpen; het is een functie van de Wijsheid van de Boeddha. Het is niet een functie van de dwaze wezens. Niemand kan de wijsheid van de Boeddha, die het conceptuele begrijpen overtreft, doorgronden. Dit omvat ook Maitreya Bodhisattva, die ertoe bestemd is de volgende Boeddha te worden. Vandaar dat de grote leraar Honen zei: “Geen zelfwerkzaamheid is de ware werkzaamheid”.

ik heb het zo begrepen, dat niets anders dan deze verwezenlijking nodig is voor het bereiken van Geboorte in het Boeddhaland; daarom, wat anderen ook mogen zeggen, dat raakt mij niet.

2de maand, 25ste dag

Shinran

[Antwoord aan Joshin-bo]

Vertaald door H. Eerdekens, naar de Engelse uitgave ‘Letters of Shinran’, Shin Buddhist Translation Series I, Kyoto 1978.

Ekō 44

Mattoshō

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home