De Naam Is Namu Amida Butsu (6)

Shitoku A. Peel

Het Reine Land: Wat, Waar, Wanneer? (2de vervolg)

In de lange en vaak vervelende discussies tussen de Chinese Ch’an of Japanse Zen aan de ene kant, en de Reine-Landscholen aan de andere kant, was de ‘locatie’ van het Reine Land een geliefkoosde kluif. Eigenaardig hierbij is overigens dat geen van beide kanten er eigenlijk op uit was de realiteit of de functie van het Reine Land te ontkennen of zelfs maar in twijfel te trekken. Immers alle Mahayana stromingen, incluis de Tibetaanse Vajrayana, zijn vertrouwd niet het begrip ‘Boeddha-Land’ of ‘Reine Land’. De meeste van die scholen hadden (en hebben nog) wat men ‘Reine-Landpraktijken’ kan noemen, zij het soms ook als een soort valscherm of reddingsboei voor het geval dat de ‘meditatieve en niet-meditatieve zelf-praktijken’ zouden falen.

Die ‘Reine-Landpraktijken’ bestonden hoofdzakelijk uit het reciteren hetzij van een Amitabha-mantra (als om amrta tere hara hum) of de nembutsu. De verdienste van deze praktijk bracht de beoefenaar tot geboorte in het ‘Reine Land’, van waaruit hij dan de Volkomen Verlichting kon verwezenlijken. Het Reine Land treedt hier dus op als een soort tussenstadium, een tussenlanding op weg naar het nirvana. De letterlijke interpretatie van de conventionele Reine-Landsutra’s ondersteunt inderdaad deze opvatting; maar heel wat meesters in de Reine-Landscholen zelf verwierpen dergelijke lectuur.

Het ging in de geleerde discussies trouwens niet zozeer over dit onderwerp. Hoofd-topic was dat de vroege Reine-Landscholen over het algemeen stelden dat het Reine Land buiten het gemoed ligt, waartegen de Ch’an-meesters het Reine Land situeerden binnen het menselijke gemoed; voor hen was het Reine Land niets anders dan een bijzondere modus van het gemoed, in essentie niet verschillend van de Verlichting, satori, en dus in feite de ‘ware natuur’ van ons gemoed.

De stelling dat het Reine Land in onze geest aanwezig is, is filosofisch gezien een zeer aanlokkelijk argument. Op het eerste gezicht kadert het uitstekend met Nagarjuna’s niet-dualiteit en Chih-I’s absolute identiteit van begrippen die wij doorgaans als contradictorisch ervaren. Het is dan ook begrijpelijk dat sedert zovele eeuwen de diverse Zen-stromingen het erbij houden dat het Reine Land niets anders is dan onze eigen geest die nirvana verwezenlijkt.

Toch zien we dat de meest direct betrokkenen, namelijk de Reine-Landmeesters, zich bleven verzetten tegen deze opvatting. Zonder ze evenwel carrément af te breken. Het Reine Land is niet noodzakelijkerwijze binnen ons. We moeten evenwel toegeven dat ze nooit een algemeen geldend alternatief voorgesteld hebben. Nooit werd een duidelijke definitie gegeven over de locatie van het Reine Land noch over de ‘ware natuur’ ervan. Hun hoofddoel blijkt vooral pragmatisch geweest te zijn: in het Reine Land geboren worden, alle wezens in het Reine Land doen geboren worden. En zeker vermijden in louter getheoretiseer of àl te abstracte spiritualiteit te vervallen, waardoor de bedoeling van de Reine-Landlering, nl. een ‘gemakkelijke weg’ te zijn waarlangs alle wezens de Verlichting kunnen verwezenlijken, in het gedrang zou komen. De ‘mystiek’ van Amida’s Reine Land situeert zich niet op het niveau van de praktijk, maar op dat van de onzegbare, onmededeelbare innerlijke beleving.

Wat moeten we dan denken over die uiteenlopende meningen en sommige wazige uitspraken? Zullen we eens te meer geconfronteerd worden met die (afgezaagde) tegenstelling tussen Zen en Jodo?

Of zullen we liever die binnen/buiten-contradictie maar nemen als gewoon een paradox, een soort van ko-an die we dienen uit te werken om ten slotte te bevinden dat er geen binnen en geen buiten meer is?

Ja. Maar ook: nee.

Ja: want elk spiritueel, religieus vraagstuk dat we ontmoeten en dat we trachten met onze eigen middelen op te lossen, d.i. door gebruik te maken van de onvolmaakte instrumenten, de kreupele ervaringsgegevens en de o zo betrekkelijke technieken van het denken, is uiteindelijk onoplosbaar. Zo gezien is het Reine Land inderdaad een ko-an. Als bij bepaling onoplosbaar. We kunnen uit de problematiek van ons begrijpen uitbreken, met een ‘dwarse sprong’ in het absurde.

In Zen-terminologie heet die sprong satori. Maar in de Jodo-Shinshu optiek is dit, volgens Shinran Shonin, shinjin. En zoals satori een prefiguratie is van de Uiteindelijke Volkomen Verlichting, zo is shinjin reeds een be-vestiging van de Geboorte in het Reine Land. Neen: het is reeds “iets” van de Geboorte in het Reine Land.

Maar: wetende wat we zijn, praterige, dwaze wezens, zonder enige wijsheid maar die ‘de wijsheid in pacht hebben’, zullen we ooit bij machte zijn, gebruik makend van onze conceptuele denk-processen, die ko-an van het Reine Land op te lossen of uit te klaren? En dan rest die nog meer verbluffende ko-an die de nembutsu is.

Liever dan verloren te lopen in de intellectuele ‘scholarly’ discussies over het “Reine Land binnen of buiten”, kunnen we beter uitkijken naar sterke, onmiddellijke religieuze feitelijkheden. Wie immers onder ons is bij machte de grens af te tekenen tussen “mijn geest” en “de geest”, tussen wat “mijn” is en wat “niet-mijn” is? Deze vraag is niet langer een louter intellectueel spel: ze is beslissend, fundamenteel. Deze vraag is schijnbaar ook erg naïef. Wat niet belet dat met het antwoord dat men erop geeft het Mahayana-boeddhisme als filosofische maar vooral religieuze structuur in zijn geloofwaardigheid staat of valt.

We dienen te bedenken dat bv. de traditionele meditatie-scholen (of ze nu afgesloten sekten, systemen, structuren of schema’s voorstellen) alle stellen dat verlossing, bevrijding, verlichting enkel kan verwezenlijkt worden doorheen onze eigen persoonlijke, grondige en voortdurende inzet. Anderzijds postuleren de diverse Reine-Landscholen - en zeker de stellingname van Shinran Shonin - de virtuele onmogelijkheid, voor gewone mensen als u of ik, iets te vatten van het uiteindelijke heil, waarvan we wel beseffen dat het verder reikt dan ons denken of voelen, ja zelfs dat het plaats grijpt in een spirituele, soteriologische dimensie waar alle concepten, als van “ik” contra “niet-ik” opgehouden hebben voor te komen. Enkel door onze al te zeer geliefde gedachteconstructies op te geven en in te haken op de “Ander-Kracht”, die de werkzaamheid van Boeddha’s Grote Wijsheid-Mededogen is, door de grote witte vlag van de totale overgave uit te hangen, door het loslaten (niet het onderdrukken!) van alle persoonlijke berekeningen, kan het simpele wezen verlost worden. Zo worden begeerte, haat en begoocheling omgezet in verlichting en wordt het Boeddhaschap, de ware natuur van alle wezens, verwerkelijkt.

Voor ons, Shinboeddhisten, komt het heil tot ons, dank zij dat absoluut en onvoorwaardelijk uitwitten van onze individuele, zij het ook spirituele maar toch ik-gerichte wil. In de Zenschrifturen wordt deze toestand “niet-gemoed” (wu-shin) genoemd, maar in de Jodo-Shinshu is dit “gemoed van niet gemoed” veront-persoonlijkt. Het is niet langer “ik” die “wu-shin” denk, maar het is het gemoed van de NAMU dat versmelt met het gemoed van AMIDA BUTSU.

Daarom is dit “zichzelf overleveren aan Amida’s Gelofte-Kracht” niet zo een ‘laat maar los, laat alles gebeuren, trek het je niet aan’; het is een nieuwe vorm van activiteit, een nieuwe dynamiek. Het is de ware natuurlijkheid, de zoals-het-is-heid en niet langer de optelling van onze impulsen, karmische reacties en gedachteconstructies. Deze ware natuurlijkheid (jinen-honi) is het ultieme doordringen in het “andere”, in de boeddhaische werkzaamheid die Shinran zo duidelijk doet aanvoelen als genso-eko: de verdienste-overdracht van de terugkeer naar de wereld van het lijden.

(wordt voortgezet)

Ekō 44

De Naam Is Namu Amida Butsu

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home