Geschiedenis Van Het Ontstaan Van De Verschillende Obediënties In Het Shinboeddhisme (4)

S. S. Kibe Monshu

Na Nobunaga’s dood wist Hideyoshi Toyotomi de macht over geheel Japan aan zich te trekken en daarmee kwam een lange door burgeroorlogen verscheurde periode ten einde. Hideyoshi was van een volkse afstamming; dat verklaart misschien waarom hij het boeddhisme in bescherming nam. Nobunaga was in de eerste plaats een militair opperbevelhebber die alles aan dit militaire ondergeschikt maakte. Hierin verschilde Hideyoshi fundamenteel van Nobunaga. Eigenlijk geloof ik persoonlijk niet zozeer dat hij een echt devoot boeddhist was, maar dat hij zeker om politieke redenen het verstandiger vond de nog steeds machtige Honganji tempel gunstig gezind te zijn. Door aan de Honganji een ruim stuk land in het zuidwesten van Kyoto te schenken, liet hij de hoofdtempel van Saginori in 1591 terug naar de hoofdstad komen.

Het is op die plaats dat de huidige West Honganji nog steeds gevestigd is. Hideyoshi stierf in 1598; hij had een einde gesteld aan de vreselijke burgeroorlogen en men mag zeggen dat hij eigenlijk de reconstructie van de Japanse cultuur mogelijk maakte. Na zijn dood was er weliswaar weer wat heen en weer getrek, maar in 1400 werd de vrede hersteld door de machtsovername van Ieyasu Tokugawa. Deze gewiekste staatsman maakte dan ook van een intern conflict gebruik om de machtige Honganji tempel in twee te verdelen, door aan Kyonyo, oudste zoon van de toenmalige Monshu een stuk land te geven, net even groot als en enkele honderden meter ten oosten van de bestaande Honganji. Deze nieuwe tempelvestiging kreeg dan ook de naam “Oost Honganji”. De achtergrond van dit alles is eigenlijk dat, toen in 1580 Nobunaga vrede sloot met de Honganji, Kyonyo uitgesloten werd van de opvolging doordat hij tot het laatste toe zich verzet had tegen een wapenstilstand met Nobunaga. Aanvankelijk droegen beide tempels de naam Honganji, maar naderhand werden de begrippen West- en Oost-Honganji ingevoerd omwille van de duidelijkheid.

Als gevolg van deze beslissing werden alle tempels van de obediëntie en zelfs ook de volgelingen autoritatief in twee gelijke groepen ingedeeld. De overige Jodo-Shinshu-richtingen werden hierbij niet lastig gevallen: ze waren immers te klein en mochten blijven voortbestaan zoals ze waren.

In de periode van zowat 250 jaar dat de Tokugawa-macht de Japanse geschiedenis is blijven beheersen, wilde de politieke macht elke mogelijke verandering in de situatie tegengaan en werden de boeddhistische stromingen stilgelegd in elke mogelijke vorm van proselitisme en zelfs ruim boeddhologisch onderzoek verboden. De scholen en tempels verloren hierbij hun vitale kracht, mede ook dank zij de grote materiële voordelen die ze van de overheid ontvingen. Tijdens de eerste fase van het Tokugawa Shogunaat werd ook het Christendom onderdrukt en verboden, niet zozeer omwille van de leerinhoud, maar wel wegens de politieke lijn van de Tokugawa’s die elke vorm van vreemde inmenging in de Japanse zaken wilden belemmeren.

5. De Meiji periode en later

In 1867 kwam er een einde aan de Tokugawa-hegemonie en de keizer nam het bewind in handen. Er mag duidelijk gesteld worden dat sinds duizend en wat honderden jaren de keizer niet de minste politieke macht gehad heeft. De vernieuwing betekende ook een verandering in de benaming van het tijdperk en sedertdien praten we over het ‘Meiji’-tijdperk, waarin Japan op talrijke niveaus de Europese culturen, systemen en technieken overnam en meteen deel kon nemen aan het internationaal gebeuren. De religieuze politiek van de nieuwe macht betekende ook een versterking van de oorspronkelijke religie (het Shinto) die meteen de Nationale Religie (het z.g. Keizer-Shinto) werd.

In het begin van de Meiji-periode, tijdens de keizerlijke politiek van de ‘Haibutsu-kishaku’, werd het boeddhisme heftig vervolgd; talrijke boeddhistische tempels werden vernield, gesloten of omgebouwd. Een strikte scheiding tussen het ‘Tempel-Shinto’ en het boeddhisme werd doorgevoerd.

Ten gevolge hiervan kregen sommige stromingen, zoals de Tendai en de Shingon, zware klappen, terwijl andere, zoals de Jodo-Shinshu en de Nichiren-shu, minder getroffen werden doordat ze wegens de eigen aard van hun leerstellingen, niet gecombineerd geweest waren met enige shintoïstische vorm. Weliswaar werd de Oost-Honganji toch zwaarder getroffen dan de West-Honganji, omdat hij nauwere tanden had onderhouden met het Tokugawa-shogunaat.

Bij het begin van de Meiji-periode, maakte de ‘Kosho-ha’ zich los van de Honganji-ha, maar dat was slechts een onbeduidend gedeelte ervan. Dit feit had geen gevolgen voor de invloedssfeer van elke school. De huidige Jodo-Shinshu bestaat immers uit tien obediënties, waaronder ook de Kosho-ha. Overigens dateert de eigenlijke onafhankelijkheid van die Kosho-ha van in de 14de eeuw, maar ik verkies hier geen details over te geven om het algemene beeld niet te gecompliceerd te maken. Toen in 1945 Japan verslagen werd in de tweede wereldoorlog, konden nieuwe tempels vrij gebouwd worden en konden ook nieuwe scholen, strekkingen en ‘sekten’ ontstaan (voordien was zowel de bouw van nieuwe tempels als het oprichten van nieuwe ‘sekten’ bij wet verboden). De invloed van de ‘nieuwe religies’ staat buiten twijfel. ‘Tenrikyo’ en ‘Soka-Gakkai’ en dergelijke blijken overigens heel ver af te staan van het fundamentele Boeddhisme, het Shinto en zelfs de lekenmoraal. Toch is het zo dat ze blijkbaar een zelfde grote invloed hebben als Oost- en West-Honganji. Deze nieuwe religies hebben eigenlijk geen directe relatie tot het onderwerp van deze studie en daarom gaan we er niet dieper op in. Ik meen immers dat het hoofdthema van mijn uiteenzetting betrekking heeft op het ontstaan en de geschiedenis van de diverse obediënties in de Jodo-Shinshu. Ofschoon ikzelf met de meeste nadruk gesproken heb over de ‘Kibe-ha’ zoals u het mij gevraagd hebt (1), geloof ik dat ik de hele beschrijving zo oprecht en zo objectief mogelijk opgetekend heb.

(wordt voortgezet)

(1) Shitoku had vooreerst aan Kibe Monshu gevraagd de geschiedenis van de Kibe-ha voor Eko op te tekenen.

Ekō 44

Geschiedenis Van Het Ontstaan Van De Verschillende Obediënties In Het Shinboeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home