Geschiedenis Van Het Ontstaan Van De Verschillende Obediënties In Het Shinboeddhisme (5, slot)

S. S. Kibe Monshu

Om te besluiten, wil ik nog de algemene lijnen aantonen van elke obediëntie (ha) van de huidige Jodo-Shinshu.

naam van de obediëntie

hoofdtempel

plaats (1)

aantal tempels (±)

Honganji-ha

Nishi-Honganji

Kyoto

11 900

Ohtani-ha

Higashi-Honganji

Kyoto

9 500

Takada-ha

Senjuji

Tsu (Mie)

750

Bukko-ha

Bukkoji

Kyoto

500

Kosho-ha

Koshoki

Kyoto

400

Kibe-ha

Kinshokuji

Chuzu (Shiga)

230

Izumoji-ha

Goshoji

Takefu (Fukui)

70

Josho-ha

Joshoji

Sabae (Fukui)

70

San-monto-ha

Senshoji

Fukui

70

Yamamoto-ha

Shojoji

Sabae (Fukui)

20

Deze tien obediënties zijn tegenwoordig gegroepeerd In de Shinshu Kyodan Rengo (Unie van de Shinshu Gemeenschappen) en er bestaat onder ze geen enkele vijandigheid of concurrentie. De Unie komt niet tussenbeide in de regels en gebruiken van de diverse obediënties en ze heeft ook geen overkoepelende autoriteit. De interne vrijheid van de verschillende ha’s blijft geheel. Zo is er b,v. het geval van de Joko-ha (hoofdtempel Jokoji, een 20-tal tempels) in de Niigata prefectuur. Tijdens de Meiji-periode versmolt deze Joko-ha met de Ohtani-ha, maar zowat dertig jaar geleden werd hij opnieuw onafhankelijk.

Dan zijn er ook nog andere kleine obediënties en zelfs tempels die tot geen enkele obediëntie behoren, maar ofwel houden ze aan hun ‘apartheid’ of beantwoorden ze niet aan de criteria gesteld door de Shinshu Kyodan Rengo. Deze groep omvat een aantal dat schommelt tussen 50 en 100. Een ander geval is dat van de zowat 200 tempels die uit de Ohtani-ha getreden zijn omwille van interne problemen; hun situatie is evenwel niet steeds erg duidelijk en gemakkelijkheidhalve werden ze in onze lijst opgenomen bij Ohtani-ha.

De tien obediënties in de Unie gaan alle terug op een stichting door Shinran Shonin, maar zoals ik het vroeger reeds aanduidde, ze zijn als een bundel gras met talrijke stengels die alle bloeien van dezelfde vorm en dezelfde kleur dragen. Wel moet gezegd worden dat de twee Honganji’s bijzonder grote bloemen vertonen.

Toch zijn er verschillen onder deze tien obediënties. Zo draagt alleen de Honganji (Nishi of “Westelijke” Honganji) de benaming “Jodo-Shinshu” terwijl de negen andere kortweg “Shinshu” heten. Ze verschillen ook onder elkaar door details in de erediensten, hoofdzakelijk in het ritme van het sutra-reciteren; ook de kentekens zijn verschillend. Deze kentekens waren oorspronkelijk familie-wapens (in het bijzonder de ‘helmtekens’ van aristocratische geslachten) en werden waarschijnlijk rond het midden van de Tokugawa-periode (18de eeuw) aan de diverse obediënties toegewezen.

Toch is het zo dat deze verschillen nooit en nergens essentieel zijn. Ik verzet me met klem tegen beweringen als zouden de verschillen hun oorsprong hebben in uiteenlopende interpretaties van Shinrans onderricht. Wel is duidelijk dat bv. de splitsing van de Honganji (2) niet zonder fricties verliep.

Tegenwoordig zijn er twee universiteiten die gekwalificeerd zijn om academische graden in Jodo-Shinshu toe te kennen: de Ryukoku Universiteit, afhankelijk van de West-Honganji, en de Otani Universiteit afhankelijk van de Oost-Honganji. Qua curriculum zijn ze lichtjes van elkaar afwijkend, hoofdzakelijk door de typische universitaire tradities van elk van beide. De onderlinge verschillen zijn daarbij niet het gevolg van verschillen tussen de inrichtende obediënties, maar naar mijn mening hoofdzakelijk te wijten aan eigen opvattingen van de professors.

De meeste kinderen van de andere obediënties studeren aan een van beide Honganji-universiteiten; maar er zijn ook heel wat kinderen van beide Honganji’s zelf die Boeddhisme gaan studeren aan andere universiteiten. De ha’s zijn trouwens geen afgesloten groepen. Overal is er belangstelling voor zowel de exacte als de menswetenschappen. Wat zendingswerk betreft is de West-Honganji actiever dan de Oost-Honganji. De andere ha’s doen hier amper aan mee. Zeven van de kleinere obediënties hebben trouwens zware financiële problemen.

Ik wil mijn uiteenzetting besluiten met nogmaals te wijzen op het feit dat al deze Shinshu-obediënties in vroegere eeuwen op spontane, natuurlijke wijze ontstonden en dat de fundamentele reden voor hun huidig voortbestaan, of ze nu groot of klein zijn, berust bij de tradities en het karakter van de Japanners die een grote eerbied hebben voor historie en historische gebruiken en situaties.

Toch nog een bijkomende nota:

Het Japanse woord ‘ha’ is van oudsher in algemeen gebruik, maar het is eerst sedert het Meiji-tijdperk dat het publiek in gebruik kwam in de Shinshu. Tot dan werd het woord ‘monto’, d.i. ‘aanhanger’ gebezigd. ‘Monto’ wordt trouwens ook nu nog vaak gebruikt door de aanhangers van sommige zelfstandige tempels.

Voorts is er ook de benaming van de diverse Monshu-families, die tijdens de Meiji bij decreet werden herbepaald. Vóór die tijd werd enkel de benaming “Shaku” gebruikt. “Shaku” wordt ook nu nog gebruikt voor alle boeddhistische priesters en monniken in Japan, China, Korea en Vietnam. Dat betekent dat zij allen leden zijn van de Shakya-familie waartoe Boeddha Gautama behoorde. Het is tevens een aanduiding van de gelijkheid van alle geestelijk bij het Boeddhisme betrokkenen. Zo heet Kosho Ohtani, de vorige Monshu (nu ‘Zenmon’ met zijn Homyo (‘dharma-naam’) “Shaku Shonyo”; ik heet “Shaku Senji” en u heet “Shaku Shitoku”.

Er zijn ook heel wat gelegenheden waarbij de verschillende “Monshu”-families door bloedverwantschap of huwelijken verbonden zijn. Zo o.a. werd mijn vader in 1881 geboren als tweede zoon van de toenmalige Monshu van West-Honganji. In 1896 werd hij evenwel hoofdabt van de Kibe-obediëntie. Dat betekende echter niet dat er enige verandering kwam in de gebruiken van de Kibe-ha; zowel het familie-wapen als de zangwijzen bleven zoals ze steeds geweest waren. Mijn vaders oudste zuster huwde met de vorige Monshu van de Senjuji-tempel van de Takada-ha. Kosho Ohtani, vorig Monshu van West-Honganji en ik, wij zijn neven en leven in een hechte vriendschap. Maar nu dat de keuze van een levenspartner heel wat vrijer geworden is, kan men voorzien dat de verwantschappen tussen de diverse Shinshu-obediënties de kans lopen steeds dunner en dunner te worden.

Zoals gezegd, zijn de Honganji-ha en de Ohtani-ha de grootste obediënties van de Jodo-Shinshu, en hun aanhangers zijn verspreid over geheel Japan. Toch heeft de Honganji-ha zijn meeste tempels ten westen van Kyoto, en de Ohtani-ha ten oosten van die stad.

Voor vreemdelingen vaak verwarrend zijn de meerdere benamingen gebruikt voor beide Honganji’s. In de volksmond heten ze ‘Nishi-Honganji’ en ‘Higashi-Honganji’, maar officieel heten ze respectievelijk ‘Hompa’ en ‘Daiha’ wanneer men de kanji-tekens in het Chinees leest. Soms ook spreekt men van ‘Seiha’ en ‘Toha’.

De tempels die het meest documenten uit vroegere eeuwen (12de en 14de eeuw) bewaard hebben, dat zijn de Senjuji (van de Takada-obediëntie) en West Honganji. Higashi-Honganji heeft heel wat minder historische documenten; de meeste andere hoofdtempels hebben zo goed als niets.

De bouwjaren van de diverse nog bestaande hoofdtempels lopen nogal uiteen: de Nishi-Honganji is zowat 250 jaar oud, de Senjuji-tempel 320 jaar, de Kinshokuji ongeveer 280 jaar. Andere tempels zijn niet ouder dan een 150 jaar. Een periode van rond de 350 jaar is natuurlijk niet zo heel, heel oud, maar toch werden de drie vermelde tempels geklasseerd als belangrijke historische monumenten.

Ofschoon ik dit eigenlijk in het begin had moeten zeggen, is de Jodo-Shinshu een van de spontaan ontstane stromingen bij de volgelingen van Honen Shonin, Shinrans Meester. Het is duidelijk dat Shinran helemaal niet de bedoeling had een eigen school of sekte op te richten. Toch is de Jodo de belangrijkste Reine-Landbeweging voortgekomen uit Honen Shonin, naast de eigenlijke Jodo-shu, met Chion-in als hoofdtempel (ongeveer 8 000 tempels). Maar sedert die 800 jaar, is er een zeer duidelijk verschil in doctrine. In de Jodo-stroming zijn er ook andere scholen met lichtelijk verschillende leerstellingen, maar in dit verband kunnen wij daar niet over praten.

Dit is alles wat ik te zeggen had.

 

(1) minder gekende plaatsen, tussen haakjes de prefectuur.

(2) In 1602. Zie Eko 44, maart 1990, pag.10.

Ekō 45

Geschiedenis Van Het Ontstaan Van De Verschillende Obediënties In Het Shinboeddhisme

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home