De Leer Beleven

Danielle Girardin

Toen een van Wittgensteins leerlingen hem schreef dat hij zich tot het Rooms Katholicisme bekeerd had, antwoordde Wittgenstein dat wanneer iemand hem vertelde dat hij de uitrusting van een koorddanser gekocht had, dat hij niet onder de indruk was, tot hij zag wat daarmee gedaan werd. Ik denk dat dit een erg gezonde houding is, die we ook zouden kunnen aannemen met betrekking tot de Leer. We hoeven niet onder de indruk te zijn wanneer iemand ons vertelt dat hij boeddhist is, of dat hij de Drievoudige Toevlucht genomen heeft: immers waar het om gaat is hoe de Leer tastbaar gemaakt wordt in iemands leven.

Toen de historische Boeddha na enige aarzeling de Leer toch verkondigde, was deze bedoeld als een geschikt middel, als een voertuig dat de wezens in staat zou stellen om, vanuit een toestand van onwetendheid en geconditioneerdheid, tot de realisatie van wijsheid en de opheffing van alle lijden te komen. Maar de Leer, bedoeld als instrument ter bevrijding, kan inadequaat aangewend worden en zó verhinderd worden zijn werk te doen, - of erger, de Leer kan tot een kluister worden, net zoals we onszelf kunnen vergiftigen wanneer we een medicijn bewust of onbewust misbruiken.

Zo kan het gebeuren dat we de Leer slechts op één vlak van ons bestaan beleven. Het kan zijn dat iemand een perfect intellectueel begrijpen van de Leer gerealiseerd heeft en in staat is tot een enorme conceptuele verfijning, en zich toch in tal van situaties gedraagt vanuit een ingesteldheid alsof hij nog nooit van de Leer gehoord had.

Er zijn zovele verschillende persoonlijkheidstypen, en we hebben allen onze eigen obstakels die ons beletten de Leer op een adequate wijze aan te wenden in ons leven. Er zijn mensen voor wie de Leer een bron wordt van zelfverheerlijking, alsof verlichting zou kunnen gemeten worden aan hoelang je in een correcte meditatiehouding kan zitten of hoeveel teksten je bestudeerd hebt.

Er zijn mensen die behoefte hebben aan de zekerheid van regels en maatstaven, en die in de Leer een prachtige legitimatie vinden om zich vast te klampen aan loutere vormen, steeds zichzelf en anderen beoordelend. Ze zijn vergeten dat de regels geen doel op zichzelf vormen, maar geformuleerd werden als een soort algemene leidraad, om het contact tussen mensen vlotter te laten verlopen en een context te creëren waarin een harmonisch samenleven mogelijk wordt.

Omgekeerd zijn er ook mensen voor wie de Leer juist een legitimatie wordt om - onder het mom van spontaneïteit - alle mogelijke regels radicaal overboord te gooien en zich over te geven aan al hun impulsen, zonder dat ze de opbouwende functie begrijpen die sociale conventies kunnen hebben in het maatschappelijke leven.

Ook kan iemand zozeer overweldigd worden door de schoonheid en de meeslependheid van ritueel of liturgie, dat hij de diepere bedoeling ervan vergeet en zich verliest in een narcistisch universum, van waaruit hij blind blijft voor het lijden dat zich afspeelt in zijn onmiddellijke omgeving.

Maar evengoed kan het voorkomen dat iemand steeds maar onderweg is om anderen te helpen, niet als een spontane handeling maar omdat de problemen van anderen hem helpen om niet stil te moeten blijven staan bij zijn eigen pijn of angst of eenzaamheid.

Of het kan een gewoonte worden om naar de tempel te komen, de diensten bij te wonen en de anderen te ontmoeten, een gewoonte die wel aangenaam kan zijn, maar die nog waar weinig te maken heeft met het beleven van de Leer.

Er zijn talloze manieren om de Leer te betrekken in onze eigen geconditioneerde psychische constructies, en daarmee juist te beletten dat de Leer zijn bevrijdend werk verricht. En dit heeft te maken met het feit dat we vaak onszelf niet aanvaarden zoals we zijn, zodat we de Leer misbruiken om allerlei psychische tendensen die tot onszelf behoren, weg te rationaliseren, ze een draai te geven dat ze tenminste in onze eigen ogen aanvaardbaar worden.

Maar als we niet eens onszelf aanvaarden, wat kan het nog betekenen wanneer we zeggen dat we als boeddhist ernaar streven andere wezens te aanvaarden zoals ze zijn?

En het is zo nodeloos. Want we hoeven niets weg te rationaliseren. Ons leven wordt zoveel eenvoudiger wanneer we onszelf zien voor wat we zijn, wanneer we onze angst als angst zien, onze haat als haat, onze begeerte als begeerte, wanneer we onze gevoelens laten zijn wat ze zijn en er met aandacht bij blijven, zonder oordeel, zonder maatstaf, zonder legitimatie.

En hierbij kan de Leer ons juist helpen. Want hoe destructief of chaotisch onze neigingen ook mogen zijn, wat vermogen ze tegen het grote mededogen van Amida? Wanneer we dit mededogen gewoonweg toelaten in ons leven, is er geen behoefte meer aan welke psychische constructie dan ook.

Dan kan de Leer zijn werk doen, dan geschiedt het doorstralen van Amida’s grote mededogen, naar alle wezens toe - waaronder wijzelf - hoe die wezens ook zijn, grote en kleine, nabije en verre, wezens die heilzaam handelen en wezens met minder heilzame tendensen.

Namu Amida Butsu

Ekō 45

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home