Vragen Staat Vrij: over Tokudo en Kyoshi

(1) Waarom gebruikt men in het Shin-boeddhisme de term ‘priester’ i.p.v. ‘monnik’ zoals in de meeste andere boeddhistische stromingen?

Wat u zegt is eigenlijk maar gedeeltelijk waar. In Japan is het tegenwoordig meer en meer gebruikelijk de ‘beoefenaars van een eredienst’ (dit is de officiële “Belgische” titulatuur!) in het Engels om te zetten in ‘priest’. En u weet beslist wat de christelijke, zij het ook hoofdzakelijk Rooms-katholieke traditie onder ‘priester’ verstaat: een bedienaar van de sacramenten, een soort tussenpersoon tussen God en de gelovige. En dat is natuurlijk de Shin ‘priest’ allerminst.

Noch monnik noch leek. Zo betitelde Shinran zich nadat hij de kloosterberg Hiei verlaten had en enkele jaren nadien verbannen werd naar minder gastvrije oorden. Die uitspraak is paradoxaal en doet ons veronderstellen dat Shinran een soort van ‘derde weg’ zou uitgevonden hebben. Toch is dat niet helemaal zo. Men zou veeleer kunnen denken dat de ‘Shin-priest’ nu eens als monnik optreedt, dan weer als leek, liever dan dat hij een soort compromis of middelmatigheid zou zijn tussen twee extremen. Uiteindelijk gaat het hier om een gedragsproblematiek die veel verder reikt dan men op eerste gezicht zou veronderstellen.

 

(2) Hoe zit het dan ‘officieel’ volgens de schrifturen en de gebruiken?

Laten we dus naar de formele situatie binnen de Jodo-Shinshu kijken, en in het bijzonder in de Honganji-ha.

Het zog. traditionele boeddhisme kent twee formaliteiten van intrede en initiatie. Er is eerst het ‘gaan in de huisloosheid’, pabbajjā (Pāli, voor Sanskr. pravrajyā), dat in de kloosterpraktijk overeenkomt met een ordinantie als novice (samanera, Sanskr. sramanera). De hogere ordinantie, nI. tot volwaardig monnik (bhikkhu, Sanskr. bhiksu) is de upasampadā.

In tegenstelling hiermee kent de Jodo-Shinshu slechts één enkele ‘geestelijke’ graad: de ‘opname’ (tokudo), waardoor de geestelijke erkend wordt als gemachtigd vertegenwoordiger van zijn school of hoofdtempel. En alle Shin-priesters zonder enige uitzondering hebben deze éne graad, ook de Monshu’s (Hoofdabten) en de Zenmon’s (Ere-Hoofdabten). De functies kunnen uiteraard verschillen, maar de ‘geestelijke’ titels zijn alle gelijk.

 

(3) Hoe is het dan met het kloosterleven in de Jodo-Shinshu?

Er is helemaal geen kloosterleven. Een Shin-priester is geen kloosterling onderworpen aan enige vinaya-discipiine; hij leeft niet in het afgesloten kloosterverband. Hij is hoofdzakelijk een leraar, een tempelbeheerder, een pastoraal werker. Hij staat in de wereldsheid, temidden van zijn ‘mede-weggenoten’.

Hoogstens zou men kunnen stellen dat hij tijdens zijn typische opleiding voor tokudo verblijft binnen een zeker ‘claustrum’, een afgeslotenheid die kan vergeleken worden met die van onze vroegere kostscholen; - maar die tijd is heel beperkt en ligt overigens in de tijd vóór de tokudo-training en niet daarna, zoals dit wel met een noviciaat (pabbajā) het geval is.

 

(4) Shitoku, jij bent “kyoshi” dat is ‘sutra-leraar’. Dat is toch een hogere graad dan gewoon ‘tokudo’?

Die twee titels hebben niets met elkaar gemeen. Ik zei het al: tokudo is de énige en éne geestelijke graad. Laten we die tokudo maar ‘priester’ noemen bij gebrek aan iets beters, ook al is de tokudo-functie noch sacramenteel noch bemiddelend, maar eerder niet-priesterlijk, net zoals een dominee, een rabbijn of een imam.

Maar naast die éne geestelijke titel, die uitsluitend door de Hoofdabt verleend wordt, kent men in de Jodo-Shinshu een serie academische, zeg maar theologische of buddhologische of dharmalogische graden. Ze worden evenwel niet toegekend door de Hoofdabt, die bij bepaling geestelijk en moreel leider is, maar door een academisch-“theologische” autoriteit, in de praktijk door de ‘Board of Governors’ van de Jodo-Shinshu-Honganji-ha.

 

(5) Wat is een ‘kyoshi’?

Wel, dat is slechts de laagste academische graad in de Jodo-Shinshu. De hoogste is kangaku. Onze vorig jaar overleden ‘promotor’ Yamasaki Sensei, was een kangaku. Een kyoshi is gemachtigd in naam van de school of de hoofdtempel als leraar op te treden. Er wordt gezegd dat die graad, qua academisch niveau, overeenkomt met die van Magister van onze theologische faculteiten, met het Doctor of Divinity van de protestantse universiteiten of met het Geshe van het Tibetaans boeddhisme.

Tegenwoordig verlangt de Honganji-administratie dat de verantwoordelijke van een volwaardige tempel zowel de titel van tokudo als de academische graad van kyoshi zou hebben. Volgens mijn collega P. K. Eidmann zou deze combinatie dan ook overeenstemmen met die van een monsignore in de Rooms-katholieke kerk.

 

(6) Zeg me: hoe wordt men zo een tokudo of kyoshi?

Daar komt heel wat bij kijken, veel te lang om hier uit te leggen. Maar wat er het meest bij nodig is, dat is Namu Amida Butsu. Dat is misschien geen adequaat antwoord op de vraag, - maar alleszins toch een heerlijk programma, niet…?

Tokudo-certificaat, bekleed met het grote zegel van Monshu Koshin Ohtani.

Kyoshi-certificaat, bekleed met het zegel van de Raad van Bestuur van de Nishi-Honganji.

Ekō 45

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home