Het Edele Achtvoudige Pad (2)

De Juiste Achtzaamheid is de noodzakelijke aanvulling van de Juiste Inspanning: immers, inspanning alleen is niet voldoende om effectief te zijn. Er moet een blijvend besef van gerichtheid op het doel aanwezig zijn. De Juiste Achtzaamheid is dit besef en leidt tot continu onderzoek van het licht waarin de ‘dingen van het bestaan’ komen te staan wanneer men ze afweegt in functie van het doel. Een niet juist geordende inspanning is niet alleen nutteloos, maar kan ook nadelig, ja zelfs schadelijk zijn.

De Juiste Geestesconcentratie: hier zullen geleidelijk de goede resultaten van het volgen van het Edele Achtvoudige Pad gemanifesteerd worden; hier verschijnen ze ons in de eensgerichtheid van de geest. Hier ligt het middelpunt van de gemoedsrust zoals die enkel kan herkend worden in geestesconcentratie. Maar waarop is die eensgerichtheid van de geest dan gericht? Heel eenvoudig: op het Juiste inzicht, - en een nieuwe cyclus begint, een opnieuw volgen van het Edele Achtvoudige Pad; en telkens die cyclus herhaald wordt, is er een progressief groeien van de spiritualiteit.

Wat is de verwantschap tussen het Edele Achtvoudige Pad en de Zes Paramita’s?

Het Edele Achtvoudige Pad is uiteindelijk de persoonlijke praktijk van het boeddhisme, gericht op de verwerkelijking van het Juiste Inzicht. Het Achtvoudige Pad is als het ware de vertaling naar binnen van de Leer. Deze persoonlijke benadering wordt, bij contact met andere wezens, evenwel verwoord in de Zes Paramita’s. Men zou aldus kunnen voorhouden dat de Zes Paramita’s de maatschappelijke praktijk zijn, een vertaling naar buiten van de Leer. Maar deze uitdrukking dient met voorbehoud omkleed te worden, want op het ultieme niveau zowel van het Edele Achtvoudige Pad als van de Zes Paramita’s, kan er geen sprake meer zijn van ‘naar binnen’ of ‘naar buiten’.

1. Dana: Vrijgevigheid, vriendelijkheid, openheid. Hoe dichter we het Juiste Inzicht benaderen, des te krachtiger wordt dana, het spontaan zichzelf schenken aan anderen, zonder onderscheid, doordat we voortdurend een krachtiger besef hebben van de eenheid van alle leven. Traditioneel werd dat uitgedrukt in de ‘Drie Zuiverheden: 1) de zuiverheid van de gever: de gever is vrij van zelfzuchtige beweeggronden; het schenken houdt op bij het einde van de handeling en men is niet langer betrokken bij hetgeen men gegeven heeft, men verwacht ook geen dank of dankbaarheid; 2) de zuiverheid van de gave: er is geen gehechtheid meer aan hetgeen men geschonken heeft, of dit nu materieel of onstoffelijk is; 3) de zuiverheid van de ontvanger van de gave: de gever ziet geen ontvanger; er is geen onderscheid meer, de gever is de gave geworden.

2. Sila: Zelfdiscipline, meester worden over zijn handelingen, niet door onderdrukken, maar door morele volwassenheid; de moraliteit wordt spontaan, natuurlijk. Doel van sila is niet de moraliteit op zichzelf, maar het zich richten op mededogen. Hoe kan men anderen helpen als men met zichzelf geen blijf weet?

3. Kshanti: Geduld, aanvaarding, volharding. Dana en Sila kunnen niet ogenblikkelijk verkregen worden, maar eisen geduld en volharding. Geduld is de sleutel voor het verwezenlijken van het doel. In het boeddhisme wordt geduld, vastberadenheid, volharding beklemtoond omdat de tijdloze waarde van een handeling bepaald wordt door de lengte en de diepte van het geduld dat men in die handeling legt.

4. Virya: Energie. Geduld en energie gaan hand in hand. De kracht opbrengen naar het doel te streven, eventueel de strijd aan te gaan. Trouwens: niets wordt verkregen zonder strijd, noch de wijsheid noch de verlichting.

5. Dhyana: Meditatie, bewustheid, reflectie. Zich bewust worden van het Juiste Inzicht en de betrekking ervan tot het dagelijkse leven. Door de meditatie wordt de boeddhist in staat gesteld in zijn innerlijke diepte vrede te scheppen. Maar meditatie is veel meer dan zomaar in meditatiehouding gaan zitten. De ware meditatie is de meditatie van elk gedachte-moment, gericht op elk gedachte-object.

6. Prajña: Wijsheid, het Juiste Inzicht dat tot zijn volkomenheid geraakt is. Door de wijsheid worden de dingen gezien zoals ze in hun werkelijkheid zijn: in hun leegheid, in hun wederzijdse afhankelijkheid, in hun interpenetratie. Prajña omgezet in handeling is Dana. Hiermee is de cyclus van de Zes Paramita’s vervolledigd. De Wijsheid van de Boeddha omgezet in handeling is Mededogen. Prajña en Dana zijn één: Prajña is de Volkomenheid van Wijsheid en Dana is het Grote Mededogen. Samen vormen zij de Volkomenheid van het Boeddhaschap.

Het Edele Achtvoudige Pad en de Zes Paramita’s behouden hun volle betekenis in alle boeddhistische stromingen, want ze hebben de functie de mens op te wekken tot het besef dat hij moet zoeken en streven, zij het ook met vallen en opstaan. Enkel op die wijze kan hij hier en nu vrede van het gemoed vinden, en buiten ruimte en tijd, de vreugde en de vrede van het nirvana.

Prof. Masao Abe tijdens zijn lezing in Jikoji, op 12 juni (foto Gazet van Antwerpen).

Ekō 46

Het Edele Achtvoudige Pad

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home