Seneca

Epistola XXVIII Ad Lucilium

Gij denkt dat zoiets u alleen is overkomen en ge staat versteld, alsof het totaal nieuw voor u is, nl. dat ge een lange reis hebt ondernomen en zoveel verschillende wegen hebt gevolgd zonder dat ge erin geslaagd zijt de droefheid van uw loodzwaar hart op te heffen?

Het is uw hart dat ge moet veranderen, en niet het landschap. Het doet er niet toe wijdse zeeŽn over te steken: waar ge aan wal stapt, volgen uw kwellingen u op de voet.

Aan iemand die hem een soortgelijke klacht voorlegde, antwoordde Socrates: Waarom zijt gij verbaasd dat deze lange omzwervingen u niet geholpen hebben? Datgene wat u heeft weggedreven, dat staat u al op te wachten.

Welk nieuw landschap zou u kunnen tot rust brengen? Welke ontdekking van steden of landen? Een dergelijk heen en weer hollen leidt alleen maar tot verwarring. En ge vraagt u af waarom zo een wegvluchten u niet kan helpen? Gij neemt uzelf mee in de vlucht.

Datgene wat uw hart drukt moet ge wegnemen: niet eerder zal er enige plek ter wereld zijn die u kan behagen. Ge loopt heen en weer om dat wat op u weegt af te schudden, maar dat druk aan en weer geloop maakt u alleen maar nog onrustiger. Denk maar aan de lading van een schip: wanneer die evenwichtig opgestapeld is, oefent ze weinig druk uit. Maar o wee als ze heen en weer flotst en botst, dan kan ze het schip naar de dieperik helpen.

Wat ge ook onderneemt, het is toch tegen uzelf dat ge tekeer gaat en door al dat druk-doen schaadt ge alleen uzelf. Het is alsof ge een zieke door elkaar zoudt schudden. Eens dat ge van die kwelling bevrijd zult zijn, zal elke reis u aangenaam zijn en al stuurt men u naar de uithoeken der wereld in de meest barbaarse gebieden, overal zal het landschap u vertrouwd zijn.

Het belangrijkste is niet waar ge terecht komt, maar in welke gemoedstoestand.

Gedeeltelijke en vrije vertaling van brief 28 van Seneca aan zijn vriend en leerling Lucilius (1ste eeuw n.C.) door K. Haemers.

Ekō 47

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home