Upasaka-Sila-Sutra

Leerrede over de Lekenmoraliteit

(fragment)

1. De Verhevene zag de mensen verdrinken in de grote zee
van geboorte, dood en lijden
en in zijn hart was een groot verlangen hen te bevrijden.
Daarom was hij tot diep mededogen bewogen.

2. De Verhevene zag de mensen de wereld ronddwalen op een vals pad
en dat er niemand was om hen te leiden.
Daarom was hij tot diep mededogen bewogen.

3. De Verhevene zag de mensen in zedeloze overgave in de modderpoel
van de vijf lusten wegzinken.
Daarom was hij tot diep mededogen bewogen.

4. De Verhevene zag de mensen vastgekluisterd aan hun weelde,
hun echtgenoten en hun kinderen,
niet wetend hoe zij er zich van moesten onthechten.
Daarom was hij tot diep mededogen bewogen.

5. De Verhevene zag de mensen met hand, hart en tong kwaad begaan
en hoe zij vele keren er de bittere vrucht van erfden
en hij zag hoe zij zich, ten spijt hiervan,
aan hun passies bleven overgeven.
Daarom was hij tot diep mededogen bewogen.

6. De Verhevene zag de mensen hun dorst lessen aan de vijf lusten
en hoe zij niet beseften dat ze zich aldus laafden aan brak water.
Daarom was hij tot diep mededogen bewogen.

7. De Verhevene zag dat de mensen zich geen karma van geluk maakten
hoewel zij snakten naar geluk;
hoe zij zich, wetens en willens, een karma van lijden berokkenden,
hoewel zij lijden verafschuwden;
hoe zij van het rechte pad afdwaalden
hoewel zij hartstochtelijk eeuwig geluk begeerden.
Daarom was hij tot diep mededogen bewogen.

8. De Verhevene zag de mensen bevreesd voor geboorte, ouderdom en dood
en toch de daden die leiden naar geboorte, ouderdom en dood bleven bedrijven.
Daarom was hij tot diep mededogen bewogen.

9. De Verhevene zag de mensen verschroeid door het vuur van lijden en leed,
niet wetend waar zij de stillende waters van samadhi moesten zoeken.
Daarom was hij tot diep mededogen bewogen.

10. De Verhevene zag de mensen leven in tijden van rampspoed en onheil,
onderdrukt door tirannieke koningen en heersers,
lijdend onder de vele vormen van ellende en pijn,
en hoe zij toch, achteloos, hun eigen lusten bleven nastreven.
Daarom was hij tot diep mededogen bewogen.

11. De Verhevene zag de mensen leven in tijden van oorlog,
elkaar dodend en verwondend.
Wetend dat zij door de onbeteugelde haat in hun hart
veroordeeld waren tot het betalen van een eindeloze retributie
was hij daarom tot diep mededogen bewogen.

12. Omdat velen, die tijdens zijn incarnatie geboren waren,
hem hadden horen onderrichten
maar zijn Leer niet konden aannemen,
was hij daarom tot diep mededogen bewogen.

13. De Verhevene zag de mensen die in welstand leefden
en het niet over hun hart konden krijgen te geven.
Daarom was hij tot diep mededogen bewogen.

14. De Verhevene zag de mensen van de wereld
zwoegend en ploegend, te zaaien, te oogsten en te erven,
aan te kopen en aan te bieden,
te verhanselen en te verkwanselen,
te verrekenen en te vereffenen,
en uiteindelijk enkel bitterheid overhoudend en te verwerven.
Daarom was hij tot diep mededogen bewogen.

Vrije bewerking van Rutger Franck naar een passage uit: Yu-po-sai-chieh ching (Jap. Ubasoku-kai-kyō) in 28 hoofdstukken en 7 chūan, in 428 door Dharmaraksa uit het (verloren) Sanskriet vertaald (Cfr. Takakusu XXlV-1036).

Ekō 48

jikōji - 慈光寺

2004

info-at-jikoji.com

          home