Vragen, Vragen Maar!

Waar ligt het fundamtele verschil tussen de verschillende boeddhistische scholen en stromingen?

Feitelijk is er geen echt fundamenteel verschil. Alle boeddhistische scholen vinden elkaar terug in de Vier Edele Waarheden. Er ligt wel een onderscheid in het benadrukken van diverse elementen, maar een eigenlijke tegenstelling is er niet. Toch kan men vaststellen dat bepaalde interpreteringen, zeker over het Edele Achtvoudige Pad, een zekere divergentie vertonen, zeker wat betreft het verwezenlijken van het Juiste Inzicht.

Men zou kunnen zeggen dat, buiten de culturele, historische en geografische diversiteit van de boeddhistische landen, het verschil tussen de verschillende scholen hoofdzakelijk methodologisch is: de praktijk, het “hoe” van de verwezenlijking.

Historisch gezien zijn de divergerende interpretaties terug te voeren tot de behoeften, temperamenten en capaciteiten zowel van de directe volgelingen van de historische Boeddha Gautama, als van de geestelijke leiders, wijzen en geleerden in de latere eeuwen.

De verschillende scholen leggen immers verschillende accenten. De ene beklemtoont het begrip ‘niet-zelf’ (anatta), andere prajña (wijsheid), discipline, leegheid (sunyata), eenheid enz. Zo beklemtoont het Shinboeddhisme hoofdzakelijk het Mededogen als zijnde de dynamische essentie van het Pad dat naar de verlichting leidt. Deze essentie wordt belichaamd in Amida Buddha, de Boeddha van het Oneindige Leven en van het Onmeetbare Licht.

 

Wat wordt bedoeld met Mahayana en Hinayana?

Het zijn de grote onderverdelingen die in het boeddhisme gemaakt worden, hoofdzakelijk door de volgelingen van het Mahayana. De termen betekenen respectievelijk “Groot” (maha) Voertuig (yana) en “Klein” (hina) Voertuig, nl. voertuig dat voert naar de Verlichting. Heden ten dage wordt vaak de term Theravada (Pad van de Ouderen) verkozen boven de term “Klein Voertuig” die een zekere pejoratieve betekenis inhoudt. Toch is de zaak niet zo eenvoudig. Het Theravada is immers slechts één van de 18 vermelde scholen van het “Kleine Voertuig” (de andere scholen zijn alle uitgestorven, maar heel wat teksten ervan zijn bewaard gebleven). Om zekere susceptibiliteiten uit de weg te gaan, wordt soms voorgesteld de term Hinayana te vervangen door de Sanskriet-term Sthaviravada, die hetzelfde betekent als het Pali Theravada. Uiteindelijk is dit meer een probleem van woorden dan van eigenlijke terminologie.

Bovendien is de betekenis ‘groot’ die aan maha gegeven wordt, niet absoluut correct. Maha betekent eigenlijk ‘ruim’, en hina ‘smal’; dit kan verwijzen naar de opvatting dat de verlichting in het Mahayana als een collectieve ervaring gezien wordt, terwijl het Theravada stelt dat eenieder voor zijn eigen heil dient in te staan.

Het grote onderscheid ligt uiteindelijk in de benadering die elk van beide stromingen heeft ten opzichte van de juiste praktijk van de leringen van Sakyamuni Buddha. De Theravada b.v. spant zich in de woorden van Gautama letterlijk, naar de letter toe te passen, in de overtuiging dat dit het originele pad is voor de ernstige boeddhist. Daartegenover menen de Mahayana scholen dat de ware praktijk erin bestaan de leringen naar de geest liever dan naar de letter te beleven.

 

Wat is, fundamenteel filosofisch bekeken, het verschil tussen Zen en het Shinboeddhisme? Is hier een kort en direct antwoord mogelijk?

Op een keer dat Shitoku aan het praten was met Deshimaru Roshi in het Zencentrum La Gendronnière, vroeg een van de omstaanders aan de Roshi wat het eigenlijke verschil was tussen Zen en Shin. De Zenmeester stak dan zijn linkerhand uit en met de wijsvinger van de rechterhand beroerde hij de handpalm en de bovenkant van zijn linkerhand, waarbij hij zei dat Zen en Shin zijn als de twee kanten van één hand. Op de vraag welke kant de Zen-, welke de Shin-kant was, gaf hij toen geen antwoord.

Zen benadrukt het dharmakaya-aspect en leert aan zijn volgelingen de zuivere wijsheid (prajña) te verwezenlijken door het blinde, illusorische ego aan stukken te smijten. De gebruikte methode bestaat erin de dagdagelijkse ‘ratio’ en logica te doorbreken om zo te komen tot een onmiddelbaar inzicht in de realiteit van alle dingen.

Het Shinboeddhisme leert ons een weg om prajña te verwezenlijken doorheen de ervaring van het Groot Mededogen dat ontspringt in de Boeddha van het Oneindige Leven en het Onmeetbare Licht. Het is dit mededogen dat het blinde ego-denken omvormt tot verlichting.

Zen stelt dat deze ego-kern langs binnenin moet doorbroken worden, Shin dat deze kern van buitenuit doorbroken wordt. Maar of de bron van de verlichting nu “binnen” is (prajña) of “buiten” (Mededogen), de bedoeling van beide scholen is dezelfde: zich te bevrijden van de keiharde bolster van ego-illusie en zich vrij te maken in de realiteit van elke dag.

En om even op Deshimaru Roshi terug te komen: in zijn pij droeg hij steeds een kleine Nembutsu…

Ekō 48

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home