De Naam Is Namu Amida Butsu (12)

Shitoku A. Peel

De Zaak Zenran (1)

Shinran Shonins leven is vol dramatische gebeurtenissen en momenten, zoals zo vaak het geval is bij grote scheppers en grote vernieuwers. Hij moet beslist een wonderbaarlijk mens geweest zijn, met een sterk charisma, maar een grote bescheidenheid. De stichter van wat later de grootste stroming binnen het Japanse boeddhisme zou worden, was in zijn tijd zo goed als onbekend, buiten een kleine kring volgelingen (mede-reizigers, want Shinran weigerde de term ‘discipel’ te gebruiken) die dan nog bestond uit mensen uit het verre noordoosten… In Kyoto, waar hij de laatste dertig jaar van zijn leven doorbracht, leefde hij zeer bescheiden, vaak in geldnood; maar werkend aan zijn Kyogyoshinsho en de vele verhandelingen en brieven in het Japans, d.w.z. gericht tot alle belangstellenden en niet enkel besteed voor de intelligentsia die gebruik maakte van het Chinees.

Wanneer we met een historisch-kritisch oog naar Shinrans leven kijken, dan stellen we vast dat er heel wat gebeurtenissen zijn waarover we eigenlijk in het duister tasten of die blijkbaar door latere biografen omneveld zijn geworden. Zo weten we eigenlijk niet veel met duidelijkheid over de twintig jaar die hij op Hiei-zan doorbracht, noch over zijn spirituele evolutie in Echigo.

Wel kennen we zijn gedachten zoals ze gekristalliseerd zijn in zijn werken; maar hoe hij tot precies deze visies gekomen is, zal ons waarschijnlijk voor immer een raadsel blijven (1). En dat laat ruimte over voor veronderstellingen en hypotheses, soms zelfs voor projecties, dromerijen en verdraaiingen.

We hebben diverse bronnen over Shinrans leven. Meest bekend is de biografie geschreven door de 3de Abt van Hongwanji, Kakunyo (1270-1351). Dit werk vormt zowat de officiële biografie, maar historisch doet ze wel heel wat vragen oprijzen. Er waren al drie generaties verlopen tussen Shinran en Kakunyo, die zelf een achterkleinzoon van Shinran was.

Buiten deze officiële biografie die (zoals begrijpelijk) ook een verheerlijking van Shinran wil zijn, hebben we toch directere bronnen ter beschikking: Shinran zelf, in Kyogyoshinsho, Mattosho (evenals de drie andere briefverzamelingen) en verspreid in heel wat van de kortere traktaten; ook in Tannisho, waar Yuien-bo over Shinran zeer typische details geeft. De vondst van de briefwisseling van Shinrans vrouw met haar dochter Kakushin heeft een nieuw licht geworpen op de biografie van Shinran.

Toch blijven er schaduwzones, vooral in Shinrans latere levensjaren. Daaronder is het bijzonder pijnlijke evenement van het geschil tussen de Shonin en zijn oudste zoon Zenran. Men kan best begrijpen dat men een biografische discretie aan de dag gelegd heeft in een gevoelige familie-affaire. Niettemin is precies deze ‘affaire’ iets waarover ik nu wat wil vertellen.

Even een waarschuwing: ik ben geen Zenran-specialist (2); ik heb aan dat probleem nooit veel research gewijd en heb dus ook geen revelerende details te onthullen. En ik ga gewoon wat voort op hetgeen de Shinshu-historie hierover weet te vertellen.

Zenran, Shinrans oudste zoon, werd geboren in 1212, dit is tijdens het verblijf van zijn vader in Japans noordelijke provincies. Later stond hij zijn vader bij in het verspreiden van de Nembutsu-lering in de Kanto-streek; waarschijnlijk is hij daar gebleven toen zijn vader naar Kyoto teruggekeerd was (1238). Zenran blijkt opgetreden te zijn als de vertegenwoordiger van Shinran; hij zou een succesrijk prediker geweest zijn, maar uiteindelijk zou hij ertoe gebracht zijn stellingen te verdedigen die zijn vader beslist als verkeerd bestempelde. Het is niet erg duidelijk waarin deze niet-orthodoxe stellingen bestonden. In zoverre we een en ander kunnen reconstrueren, zou Zenran vanaf een zeker moment beweerd hebben dat zijn vader, op een middernachtelijk uur, hem speciaal een zeer esoterische lering had geopenbaard over de aard en de doeltreffendheid van de Nembutsu, en dat dus hij, Zenran, houder was van een diep religieus geheim, terwijl Shinran zelf deze esoteriek verborgen hield en enkel oppervlakkige exoterische leringen zou verkondigen.

Om de waarheid te zeggen, ik kan erin komen Zenran te begrijpen, te begrijpen wat er in diens gemoed omging. Door het zich beroepen op een geheime lering kreeg hij de gelegenheid zich los te rukken uit de schaduw die zijn vader op hem wierp. Ook hij had wat bijzonders te vertellen en hij hoefde dan ook niet langer slechts de tweede te zijn,

Er zijn historici die in deze zaak nog andere familie-elementen in het vader/zoon-geschil willen inbrengen, waar ze kunnen slechts de psychologische situatie nog duidelijker aanscherpen.

Het onderricht dat Zenran op deze wijze verstrekte en het prestige dat hij hoopte hiermee op te bouwen, was de bron van heel wat verwarring onder de Nembutsu-volgelingen in Kanto. Enkele brieven in Mattosho en diverse passages uit Tannisho blijken door dit probleem geïnspireerd te zijn. Het geschil liep zo hoog op dat Shinran in 1256 besloot zijn zoon te verstoten. Zenran zelf overleed in 1292, dat is zowat 30 jaar na de dood van zijn vader, maar slechts weinig is geweten over dit gedeelte van zijn leven. Toch blijkt hij nog langere tijd aanhangers gehad te hebben, want ze worden nog in de 14de eeuw vermeld.

Dat is zowat de “Zenran-story”. Welnu, the point dat mij er het meest in trof, dat zijn niet zozeer de relationele moeilijkheden tussen vader en zoon. Dat komt wel meer voor, is het niet? Zeker als vader de zoon beide predikers zijn en waarschijnlijk on(der)bewust een zekere naijver zullen gevoeld hebben. Dat behoort tot het gebruikelijke generatieconflict. En ook dat gaat voorbij.

Hetgeen ècht mijn interesse voor deze affaire op gang bracht, was de idee een of andere middernacht-lering ‘ontvangen’ te hebben, een mysterieus iets waardoor we zoveel belangrijker worden, allereerst in onze eigen ogen.

Is het immers niet zo dat elkeen van ons, in het diepste geheim van zijn hart, de overtuiging heeft ‘iets speciaals’ te hebben, houder te zijn van een ‘speciaal inzicht’? Om het iets zachter te zeggen: een heel speciale, persoonlijke manier de religieuze leringen die we ‘ontvangen’ hebben te interpreteren, te her-interpreteren. De religieuze lering die de onze is, hebben we ‘ontvangen’ als een algemeen-geldende, veralgemeende religie; en die religie gaan we dan zoeken te personaliseren in onze zin, naar wat wij menen dat onze eigenheid, onze individualiteit is.

Naar buiten uit behoren we immers tot een geïnstitutionaliseerde vorm van de Leer van de Boeddha. In het geval van Shinboeddhisten, is dit de Jodo-Shinshu Hongwanji-ha, met hoofdtempel in Kyoto 600 Japan, Horikawa-dori, Shimokyo-ku. Iedereen kan dit nagaan; het is gemeengoed dat we met precisie kunnen mededelen. Of dat we ‘behoren’ tot een of andere tempel dichter bij huis, zeggen we Jiko-ji in Antwerpen-Berchem, België. Bovendien zijn we er wat fier op dat we tot zo een institutie ‘behoren’. Dat geeft ons een gevoel van geestelijke veiligheid en tevens een besef van zekerheid dat we ons bevinden binnenin de juiste inzichten uitgedrukt door “Stichter Shinran en de Meesters die hem opgevolgd hebben”. We bevinden ons in het heerlijke veld van de Shinshu-orthodoxie. Althans, dat menen we.

Maar is dat wel écht zó? Is het waar wat we denken? Of zou niet elk van ons, in de achtertuin van zijn gemoed, geen ‘verschillende’ Jodo-Shinshu hebben?

Het kost immers voor dat we bij tijden zo een sterk gevoel hebben van direct contact met het Boeddhaschap, vaak sterker nog dan in de meeste andere boeddhistische denominaties, dat we ons plots realiseren - in het beste geval - dat we ‘behoren’ tot een geloof dat van ons, van ons alleen is, - en dat we dat geloof verrechtvaardigen door een eigen lering die van ons is. Een individuele orthodoxie.

Om even een dichter te pasticheren: “Ik voel mij een Shinran in het diepst van mijn gedachten…”

(wordt voortgezet)

(1)       Noteren we toch dat er momenteel heel wat research gebeurt en dat verschillende schaduwplaatsen uit Shinrans leven nu een nieuwe belichting krijgen.

(2)       Trouwens, ik ben in niets een ‘specialist’ of een ‘expert’. Ik wandel zomaar wat mee, pIuk hier en daar een bloem of een appel en probeer Shinran bij te benen. Maar dat lukt niet altijd…

Ekō 50

De Naam Is Namu Amida Butsu

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home