Tweemaal Over Lijden (1) - Bruno Van Parijs

Deze twee artikels zijn de neerslag van diverse gesprekken, soms in de auto, soms tussen pot en pint, over dit cruciale onderwerp dat onvermijdelijk elk van ons boeit en waarbij teveel vragen gesteld worden om in een mensenleven beantwoord te kunnen worden.

Ze handelen allebei in feite over de relatie tussen Lijden als Eerste Edele Waarheid en de ik-illusie van de Tweede Edele Waarheid.

 

Bruno Van Parijs

Wanneer ik het lijden, of beter de lijdenservaring, zo objectief mogelijk tracht te benaderen, kom ik onvermijdelijk tot de vaststelling dat een groot gedeelte van deze ervaring onnodig is. We zitten als het ware met een surplus aan lijden.

Het lijden zouden we in twee categorieën kunnen indelen.

Onder de eerste categorie zouden we het natuurlijke lijden kunnen plaatsen, d.i. het lijden veroorzaakt door geboorte, ouderdom, ziekte en dood. Waarom ‘natuurlijk’? Omdat er geen enkel wezen is dat aan deze vorm van lijden ontsnapt; in deze zin is het dus ook een universeel lijden.

Het leeuwenaandeel van de lijdenservaring vinden we echter terug in de tweede categorie, die we voor de gelegenheid het surplus-lijden zullen noemen.

In tegenstelling tot het natuurlijke lijden, dat onpersoonlijk, niet-discriminerend en eigen aan de existentiële situatie is, a.h.w. een “zuiver” lijden, is het surplus-lijden een secundaire toevoeging bovenop het natuurlijke lijden.

We zouden dit kunnen vergelijken met de BTW, de Belasting op de Toegevoegde Waarde, want net zoals bij de BTW is de ‘toegevoegde waarde’ waarvan sprake een ‘niet-waarde’, een illusoire waarde en is bijgevolg de ‘Belasting’ die erop wordt geheven, een belasting die berust op illusie, een overbodige belasting.

U hebt het al gesnapt: onze toegevoegde ‘waarde’, of beter: ‘niet-waarde’ is de ik-illusie die we allen zo koesteren.

Het is vanuit de dualistische ik-gedachte dat we het natuurlijke lijden gaan beschouwen als niet-eigen aan onze existentie. We denken ‘ik-subject’/’Iijden-object’; en vanuit deze situatie beschouwen we dan ook elke vorm van lijden als een directe aanval op onze persoonlijkheid, een aanval die we te allen koste trachten te ontwijken of te voorkomen, daarmee een volledig nieuwe, onnatuurlijke, illusoire belasting creërend, een secundaire kringloop van surplus-lijden gebaseerd op begeerte, aversie en verdwazing.

De enige manier - mijns inziens - om het surplus-lijden trachten te vermijden en te komen tot een “Taxfree” ervaring van het natuurlijke lijden, bestaat erin te komen tot een omkering van het gemoed aangaande de natuurlijke vormen van lijden zoals geboorte, ouderdom, ziekte en dood.

We moeten trachten in te zien dat deze vormen van lijden onafscheidelijk met onze existentiële situatie verbonden zijn en als dusdanig deel uitmaken van de natuurlijkheid zelf.

In dit opzicht zouden we zelfs kunnen zeggen dat de natuurlijke vormen van lijden niet een ‘lijden’ zijn, naar een ‘zo-heid’.

Elk wezen is eraan blootgesteld, zonder enig onderscheid, en uitspraken als “mijn lijden” zijn dan ook niets anders dan een overbodige Belasting op Toegevoegde Niet-Waarde.

En zeg eens eerlijk: betalen we al niet genoeg belastingen? Wie wenst nog extra te betalen, als het echt niet nodig is?

Gassho

Namu Amida Butsu.

Ekō 50

jikōji - 慈光寺

© 2004

info-at-jikoji.com

          home