Onwetendheid En Praktijk Van De Nembutsu

Agnes Myoshu Jedrzejewska

Nog niet zo héél lang geleden hebben we elkaar hartelijk een ‘Gelukkig Nieuwjaar’ toegewenst. En oprecht ik meen het beste voor iedereen. Maar wat betekent eigenlijk dat ‘beste’? Vanaf het moment dat je probeert dat iets duidelijker te stellen, heb je het gevoel deerlijk te mislukken. Een mislukking zelfs als je probeert jezelf ‘het beste’ toe te wensen.

Maar waarom? Gewoonweg omdat we onwetende menselijke wezens zijn. We zijn immers onbekwaam onze karmische connecties en de ware gevolgen van onze handelingen te doorgronden. Eigenlijk weten we zelfs niet wat waarlijk goed, wat waarlijk slecht is. Natuurlijk hebben we sedert onze kindsheid de les gespeld gekregen over “dit is goed en dat is slecht”. En we proberen die criteria na te leven. Of soms herzien we ze en stellen we er nieuwe in.

Maar wat we ook wensen als ‘het beste’ te zien, toch mislukken we. Gewoon doordat we niet weten wàt dat ‘beste’ is. Het leven is getekend door lijden. En bijgevolg, wat we ook doen, we veranderen gewoonweg dat éne aspect van lijden in een ander. Er zijn mensen die een lange tijd met hetzelfde probleem te worstelen hebben; andere zullen echter van de ene moeilijkheid in de andere vervallen. Dat is wat we meestal doen: het ene probleem vervangen door het andere. En zo herhalen we de problemen en dat is wat we het leven noemen. En op het einde van onze tijd van leven ontmoeten we onze dood. En na de dood ontmoeten we een nieuw leven. En zo blijven we voortgaan, altijd maar voortgaan... Tot we de Boeddha ontmoeten.

Tot we de Boeddha ontmoeten! Niet dat beeld dat in een tempel op het altaar staat, maar de échte Boeddha: dat is een bijzondere gemoedstoestand. Want er bestaat immers een bijzondere manier van leven, een bijzonder soort van bestaan, dat echter niet behoort tot de menselijke denkwereld, maar dat een bron van overvloed en vrij van lijden is. Dat soort van bestaan noemen we Boeddha. En dat betekent rein gemoed. “Rein” betekent hier: vrij van begoochelingen. De Boeddha is niets anders dan de Absolute Wijsheid. ‘Hij’ weet immers wat “het beste” is. En ‘Hij’ staat buiten de lijdenservaring aangezien ‘Hij’ niets doet dat lijden veroorzaakt.

Niemand wil lijden. Niemand wil zich ellendig voelen. Maar dat we lijden, dat komt vanuit onze onwetendheid. We weten immers niet hoe we datgene van onze handelingen vermijden dat ervoor zorgt dat we lijden ervaren. Ons gemoed is niet rein. Het is een warboel van dromen, verlangens en illusies. Zo leven we, voortschrijdend in de mist van onze onwetendheid. En zo komt het dat we onbekwaam zijn gelukkig te zijn, echt gelukkig. Zelfs als we naar de tempel gaan slepen we onze problemen mee. Zelfs als we priesters zijn, zijn we niet bevrijd van onze moeilijkheden. Zelfs als we monnik of non zijn, ons leven blijft vol ellende.

Shinran Shonin bracht 20 jaar van zijn leven in het klooster door en besloot uiteindelijk dat hij allerminst gelukkig was. Hij besefte hoe, net zoals hij, een menselijk wezen zwak en dom is, met het ene probleem na het andere, eindeloos. Hij verlangde ernaar zich los te maken uit dat onophoudelijk lijden, zich te bevrijden uit die dichte mist van onwetendheid en te geraken tot een vrede van het gemoed, de tijdloze vreugde die men het Boeddhaschap noemt. Hij verlangde gewoonweg waarlijk gelukkig te zijn, een nieuw leven van geluk te beginnen. En zo kwam hij tot de verstandige bevinding dat het voor een menselijk wezen onmogelijk is dit louter op eigen kracht te realiseren. Shinran Shonin was een heel geletterd mens en in de boeddhistische literatuur kon hij lezen dat er voor iedereen die dat ernstig wil, een weg naar het heil bestaat. Die weg te vinden vergde Amida - naar het sutra-verhaal zegt - wel 5 kalpa’s van meditatie en van ontelbare praktijken gedurende een onvoorstelbaar aantal kalpa’s, vooraleer hij die heilsweg kon schenken aan de wezens in de gestalte van de Namo: Namu Amida Butsu.

Wanneer je Namu Amida Butsu uitspreekt vanuit de diepte van je gemoed, met het voornemen bevrijd te worden van de lijdenservaring, een nieuw maar ditmaal gelukkig leven te ontmoeten, een persoon met rein gemoed te worden, dàn heb je kans gelukkig te worden. Stap na stap zal je je illusies kwijt geraken. Je gemoed zal gezuiverd worden door de Kracht van de Boeddha-praktijken die belichaamd zijn in de Naam (myogo) tot het moment komt waarop je Boeddha’s stem je rechtstreeks zal horen toespreken. In dit Boeddha-perspectief zal je dan, beetje bij beetje, realiseren wat ‘goed’ voor je is, wat ‘slecht’ voor je is, wat je lijden veroorzaakt en wat je vreugde kan bezorgen, wat je plaats is onder alle wezens en wat de zin van je leven is.

Het is enkel via dergelijk persoonlijk contact met de Boeddha - dat we shinjin noemen dat men kan ervaren wat ‘waarheid’ betekent, wat ‘heilzaam’ is. Deze ervaring van het leven, van het dagdagelijkse leven dat ons in aanraking met de Boeddha brengt dank zij zijn Naam Namu Amida Butsu, dàt is de ervaring die de Ander-Kracht Nembutsu-Praktijk genoemd wordt.

Deze ervaring is de vervulling van het leven van Shinran Shonin, vanwaaruit hij zijn werken schreef om die shinjin-ervaring te delen met iedereen.

In Namu Amida Butsu ontmoeten we immers alle wezens, hoe talrijk ze ook zijn, en worden we deelachtig aan diezelfde ervaring van de ontmoeting van het stralende boeddhaschap: ko gen gi gi – O Gij Stralend Aangezicht! (8)

Namu Amida Butsu

(8) vers uit Sambutsuge, Lofprijzing van de Boeddha, in Wu-Liang-shou ching, Sutra van de Boeddha van het Eindeloze Leven T. 360.

Ekō 52

jikōji - 慈光寺

© 2006

info-at-jikoji.com

          home