Vragen Staat Vrij (6)

Is het mogelijk heel in het kort mij te zeggen wat het Boeddhisme verstaat onder ‘karma’?

Karma betekent letterlijk ‘handeling’. Het begrip heeft geen fatalistische inslag; wanneer het goed begrepen wordt, wordt het zelfs een bron van vreugde en verwachting, maar wanneer men karma verkeerd opvat wordt het een bron van wrevel. Tenzij men er een permanente verontschuldiging in ziet. Om alle misverstand over karma te vermijden, dient men drie aspecten duidelijk te stellen.

1. Geeft een aan karma de betekenis van louter ‘gevolg en oorzaak’ dan is dit niet de boeddhistische visie. In deze zin wordt karma opgevat als zou er voor elke handeling een overeenstemmende tegen-handeling zijn; dat was een populair geloof bij niet-boeddhistische bevolkingsgroepen zowel binnen als buiten India. Maar ook heel wat ‘boeddhisten’ hebben eeuwenlang het begrip karma in deze populaire zin verklaard. Vaak werd deze interpretatie aangewend om de mensen tot moraliteit aan te zetten. Hier wordt dan de oorzaak/gevolg-wetmatigheid van karma aangewend als een upaya (geschikt middel).

2. Karma als objectieve universele waarheid werd door de Boeddha onderwezen als een essentieel onderdeel van de attitude resulterend uit de Pratitya Samutpada, de ‘Keten van Oorzakelijkheid’. In het volksgeloof werden geluk en tegenslag uiterlijk en mechanisch gedetermineerd door goede en slechte handelingen in het verleden. In de boeddhistische visie worden de ervaringen van geluk en tegenslag, van goed en kwaad uitsluitend gedetermineerd door de innerlijke gemoedsinhoud, niet door uitwendige krachten. Daarom wordt duidelijk gezegd dat de basis van karma cetana (het denken, de denkvormen, de gedachteninhoud) is, wat betekent dat ons geluk of ongeluk in feite gecreëerd wordt door onze eigen wil of ons eigen bewustzijn. Het verleden determineert niet ons leven, maar enkel de cetana waarmee we in het tegenwoordige nu-moment geconfronteerd worden; en op datzelfde nu-moment creëren we toekomstig ervaren van geluk of ongeluk. Daardoor komt het dat in alle boeddhistische scholen zo een sterke nadruk gelegd wordt op de noodzaak een ‘zin in het leven’ te scheppen.

3. In het Mahayana Boeddhisme wordt het begrip karma verder ontwikkeld en als subjectief verklaard, Alle handelingen verwekken bindingen en verblinding voor al diegenen die de Niet-Tweeheid niet beleven. Maar voor diegenen die inzicht verworven hebben in prajńa (wijsheid) is er geen enkele menselijke handeling meer die bindt en aldus bron van onvrede en onvrijheid wordt. Het menselijk leven is een reeks van handelingen in woorden, daden en gedachten, welke ‘ongeluk’ oplevert voor diegenen die in de verblinding van het centripetale ego vertoeven, maar datzelfde karma wordt de bron voor zin in het leven voor diegenen die zich bevrijd hebben van de fundamentele verblinding van zelf-heid.

Op de vraag of ons bestaan dan gedetermineerd wordt door feiten voor onze geboorte ofwel of het afhangt van hetgeen we dag na dag doen, geeft de Boeddha zelf het antwoord.

Toen hij sprak over de Keten van Oorzakelijkheid, vermeldde bij drie foutieve traditionele denkwijzen:
1. dat het bestaan gedetermineerd wordt door onze handelingen in het verleden (fatalisme);
2. dat het bestaan beheerd wordt door een absoluut wezen (determinisme, predestinatie);
3. dat het bestaan zonder zin is (nihilisme).

De Keten van Oorzakelijkheid, dat centrale punt voor het begrijpen van het Boeddhisme, was een nieuw inzicht in het bestaan; ze stelt vast dat de omstandigheden in ons bestaan te wijten zijn aan een veelvuldigheid van veranderende condities (het bestaan is niet gepredestineerd), maar dat de betekenis die wij geven aan de veranderende condities volkomen afhankelijk is van de innerlijke inspanningen die wijzelf doen naar een rijker innerlijk leven.

karma

centripetale ego                                 centrifugale werkzaamheid

bestaan in verblinding                      niet-zelfheid

Ekō 55
Vragen Staat Vrij

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home