De Naam is Namu Amida Butsu (18)

Shitoku A. Peel

De Myokonin

Laten we het zo stellen: we zijn allemaal en altijd en overal bezig met pogingen te begrijpen wat feitelijk een echt Het Nembutsu-leven kan zijn. Want we zijn ervan overtuigd dat er zulke levenswijze de beste is en daarom hebben we er heel wat boeken en tijdschriften en artikels in Eko over gelezen en we hebben - in voorkomend geval… - met aandacht geluisterd naar wat eerwaarde tempel priesters en hooggeleerde professoren en over te vertellen hadden.

Maar er komt onvermijdelijk een ogenblik dat we tot de vraagstelling komen: maar hoe, als het ooit mogelijk is, zullen we zo een verlegen programma verwezenlijken. Enkel al die vraag is een greep naar zelf-kracht…

We hebben immers het duidelijk merkbare gevoel dat iets moeten doen. We kunnen het ons niet voorstellen dat het doodgewoon ergens zouden zitten en blijven zitten met de idee dat we toch goede boeddhisten zijn en dus trouwe leden van onze jikoji-tempel en dat we doodgewoon moeten blijven zitten wachten tot “het” gebeurt. Want zo niets-doen - met alle respect voor de Tao-meesters en hun door ons, intellectueel zo hoog aangeprezen wei-mu-wei, werkelijk, het ligt ons niet. We voelen immers die voorouderlijke impuls om actief te zijn, om in te grijpen, om zelf-assertief het eigen lot in eigen hand te nemen. Brabbelen immers niemand dank-zeggen. Brabbelen er op wijzen dat wij het zelf gedaan hebben. Want zoals past (en hoort!) In dit yuppie-tijdperk, zijn we jong, dynamisch, zelfbewust, efficiënt, sportief, dynamisch, dynamisch…

In ons bestaan - het dagelijks de en/of het minder alledaagse… - hebben we een ruime keuze van activiteiten. Vanaf de minste (het rooien van polder aardappelen bijvoorbeeld) tot de meest verhevene (beslisser zijn in de grondwetshervorming…), vanaf de domste (loterijbriefjes afkrabben) tot de meest sublieme (mediteren over de vereniging van mijn atman met de kosmische wereldziel bijvoorbeeld). Als Shinboeddhisten kijken we weliswaar wat mededogen smeren op die bezigheden, want ook wij zijn trots en zelf vergenoegd want het Reine Land is ons domein. Dat is voor ons het hoogste: we willen geboren worden in het Reine Land van Vervulling. Niets minder. (maar doordat echt, echt en echt?) Of druk het anders uit: wij willen Boeddha worden, wij willen de Verlichting verwezenlijken. Noteer de hoofdletter! En ja: onze goede en wijze leraars zeggen ons dat we dat moeten doen.

Laten we maar gerust toegeven: deze voorstelling is erg verlokkelijk. Stel je je zelf voor als Boeddha, op een gouden manda-troon in het Westelijke Paradijs, in een douche van hemelse bloesems en goddelijke muziek doorheen de wolken van heerlijk wierook… en stel je voor dat, volgens de 17e Gelofte, inderdaad alle Boeddha’s en bodhisattva’s onophoudelijk Jouw Naam herhalen: Namu Juul, Namu Adriaan, Namu Martha…

Is dat niet heerlijk?

Kom: laten we uit tot striemend gebrom terug van onze beide voeten op onze samsara-aarde staan. Want het is overduidelijk dat wanneer we in die droom projecties blijven, en juist niets gebeurd. Dat, wanneer we met ik en wij blijven speculeren, enkel een nieuwe weg naar de hel openen.

Shinran is duidelijk: het ‘verlangen naar Geboorte’ waar de sutra’s over spreken, is niet ‘ons’ verlangen. Het is niet een verlangen dat behoort tot de ‘normale gebieden’ van onze psychische gedragingen. Het is immers geen ‘verlangen’ dat ontstaat uit begeerte, haat of verdwazing. Het is geen verlangen dat thuishoort in onze samsara-wereld, onze ik-wereld. Het is ook geen verlangen naar een post-mortem-welzijn in een of andere hemel bij God of goden.

Het ‘verlangen naar Geboorte’ is geen individueel, persoonsgebonden verlangen naar Amida’s natuurlijk, noodzaken de drang alleszins zonder onderscheid tot het Uiteindelijke Volkomen Nirvana te leiden. Het is de icoon van de Gelofte-Kracht. Het is het onvoorstelbare medium waarlangs de werkzaamheid van Namu Amida Butsu binnenin in ons existeren plaatsgrijpt.

Och, toegegeven: het is ontzettend fijn zo te dromen een boeddha te worden. Vooral omdat die droom niet zomaar een ijle droom is. We hebben in de boeddhistische schrifturen er meer dan één voorbeeld van. Neem zo Shakyamuni. En in het eerste hoofdstuk van het grote sutra lezen we hoe de koning-monnik- bodhisattva Dharmakara beslist het tot Boeddha te brengen. En warempel, hij deed het, zo zegt men ons. U kent de story: Dharmakara mediteerde eventjes vijf kalpa’s - eigenlijk nog zo lang niet de… - zo simpel is het. Dus: met je verlangen een boeddha worden, volstaat het je vijf kalpa’s (1) te mediteren. Achteraf kan je ons komen vertellen hoe dat ging.

Maar alle gekheid op een stokje: ik geloof niet dat er veel mensen zijn die Dharmakara’s voorbeeld willen volgen. Als de mensen een halfuurtje hebben moeten stilzitten, zomaar beginnen ze het al beu te worden. «… tout le malheur des hommes vient d’une seule chose, qui est de ne savoir pas demeurer en repos, dans une chambre. » (B. Pascal, Pensées)

Al deze overwegingen beletten niet dat ik u en ik uitkijken naar voorbeelden. Of dat er in de praktijk komt dat erop neer dat er eigenlijk uitkijken naar een of andere inspirerende biografie die we kunnen gebruiken als referentie, als een toetssteen voor de dingen die we in ons dagelijks leven aan het doen zijn. En die we eigenlijk zouden willen evalueren.

In de Jodo-Shinshu traditie bestaan er dergelijke ingebouwde toetsstenen: de Myokonin. Sommigen vertalen dat woord als “wijze lieden”, anderen zelfs als “heiligen”. Wat mij betreft, ik geloof dat geen enkele van deze vertalen correct kan zijn. Omdat die’ lieden’ in feite noch ‘wijs’ noch ‘heilig’ waren - nog wilden zijn.

Ze zijn zowat de tegenhangers van de Zen-meesters waaraan de laatste tijd zoveel Dieter het uurwerk is geworden, wat betreft hun koans en hun mondo’s. Deze meesters, zoals Ma-tzu, Hui-nêng, Hakuin, … geven weliswaar blijk van een wijsheid die inspeelt op de niet-tweeheid van samsara en nirvana, op leegheid en productiviteit, maar hun uitwerkingsbereik bevindt zich in de kloostersferen, rondom de discussies over satori, boeddha-natuur… De myokonin daarentegen zijn de mensen in het alledaagse leven, leken die met min of meer overtuiging hun beroep van boeren of sandalenmaker of beroepspoëet uitoefenen, maar met een inzicht in hun existentie en in de functie van Amida, waarvan ze vaak een pregnanter beeld geven dan de geleerde sensei van de twee hongwanji’s (2). Wat ze allemaal gemeen hebben, is er een onvoorwaardelijk vertrouwen in de Ander-Kracht en hun sterk aanvoelen van het Reine Land. Dit is voor ze sono-mama: de ‘zoals-het-is-heid’. En Amida is voor ze moeder-en-vader: oya-sama, het is een intieme relatie met de Naam Namu Amida Butsu.

De meeste Myokonin vielen op door een wat verbazend gedrag; sommige schreven gedichten, anderen waren leken predikers, anderen hielden dagboeken bij; maar de meesten waren grondig ongeletterd. Uiteindelijk en vreemd allegaartje zoals je er geen in andere religies of in andere boeddhistische beweging kan aantreffen.

We zijn niet steeds fair met de Myokonin. Het gaat niet zozeer om de kritiek vanuit het marxistische of neo-marxistische hoek, - dat toen beelden van onderdrukking door politieke, administratieve of religieuze overheden zijn. Ons probleem ligt anders. We zijn immers geneigd te zeggen dat de Myokonin, in tegenstelling tot ons gedrag in het dagelijkse leven, toonbeelden van een religieus doorvoeld leven zijn. Alsof het begrip ‘religieus leven’ fundamenteel verschillend zou zijn van ons begrip ‘dagelijks leven’.

Wat volgens mij het duidelijkst de Myokonin karakteriseert, is precies die samenvloeiing en versmelting van het religieuze (in zijn beste betekenis) en van het bestaan in wijn, strijd en lijden. Ik veronderstel zelfs dat voor een Myokonin een begrip als ‘religieus leven’ ondenkbaar is, zozeer is voor hem ‘leven’ enkel tout court ‘leven’. Wij zijn het die hierin een onderscheid inbrengend at gewoonweg voor een myokonin niet bestaat.

 

Saiichi man, waar is dat Land van Zaligheid van jou?
Mijn Land van Zaligheid is hier.
Waar is de lijn die je Land van Zaligheid scheidt van deze wereld?
Tussen deze wereld en het Land van Zaligheid
Is het oog de scheidingslijn.

(Saiichi)

Met een snuifje zelfkritiek beseffen we wel hoe verkeerd we zitten. Wij zijn niet op diezelfde golflengte met het Boeddhaschap. Wij beschouwen het Boeddhaschap, de Naam Namu Amida Butsu, langs de buitenkant. En maken van de Naam een mentale constructie, een bekommernis om niet-bekommernis, maar een bekommernis, een hakarai.

De myokonin heeft blijkbaar niet de minste bekommernis om de Naam, vermits zijn bestaan zich binnen de Naam afspeelt. Zijn samsarische existentie heeft plaats op het raakvlak tussen mens-zijn en Boeddhaschap. Hij maakt daardoor geen onderscheid tussen ‘deze zijde’ en ‘gene zijde’ van zijn leven. Voor hem is de boeddhologische distinctie tussen Namu en Amida Butsu verdwenen. Dat maakt het voor de myokonin dan ook zo gemakkelijk en zo familiair te praten over het Reine Land en de Boeddha.

Amida is hier, hier is Amida
Hier op deze plaats.
Namu en Amida
Als Namu Amida Butsu
Hier zijn we beiden samen.

(Saiichi)

Hij bezoekt het Reine Land alsof het zijn weekend-bungalow is; hij praat over Amida-sama alsof deze een lieve suikeroom is.

Kennismaken met deze familiariteit heeft in onze ‘normale’ geest een dubbelzinnig effect. Enerzijds vinden we dat fijn: we wensen dat we hetzelfde konden doen, zo open staan, zo naïef en zo spontaan zijn! De myokonin worden voor ons lichtende beelden van eenvoud, natuurlijkheid en devotie, allemaal factoren die de meeste onder ons missen. We zijn immers te verstandig en niet verstandig genoeg, te wijs en niet wijs genoeg. We zijn er al te oud voor, en toch niet oud genoeg. Tja, we zouden willen kunnen leven zoals zij dat doen. Maar tezelfdertijd zijn we er eigenlijk niet zo op belust de myokonin na te bootsen. We zijn er immers van bewust dat er een te grote afstand ligt tussen wat die myokonin zijn en wat wij zijn, en hoe dichter - dan wij - zij bij het einddoel staan: boeddha worden.

Die afstand is te groot om overbrugd te worden door onze beste bedoelingen of door onze nog zo oprechte beslissingen.

(wordt voortgezet)

Ekō 56
De Naam is Namu Amida Butsu

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home