Mettā

Daniëlle Girardin

De eerste van de Brahmavihara’s, de gemakkelijkste te verwezenlijken zegt men, is mettā, al-liefde of onconditionele welwillendheid, een welwillendheid waarin alle wezens gelijkelijk omvat zijn.

Maar wat kan dat in praktijk betekenen, voor elk van ons? We kunnen natuurlijk zeggen dat de Brahmavihara’s niet onze verblijfssferen zijn, maar die van Amida Buddha. Dat kan in een bepaald opzicht dan inderdaad wel zo zijn, maar wanneer Amida wordt ingeroepen om onze gemakzucht te vrijwaren, laten we ons een kans ontglippen om onze mogelijkheden en beperkingen te verkennen.

Op het eerste zicht lijkt er weinig hoop te zijn dat we het ooit tot mettā zullen brengen. Een welwillendheid waarin met oprecht gemoed gewenst wordt dat alle wezens gelukkig zouden zijn, dat ze in welzijn zouden verkeren, dat geen onheil en schade hen zou treffen, zo een welwillendheid lijkt buiten ons bereik te liggen. Mensen hebben zelden onconditioneel hun ‘naasten’ lief, om over hun ‘vreemden’ of ‘vijanden’ nog maar te zwijgen. Wat kunnen we dan verwachten?

Het Boeddhisme is steeds realistisch in zijn opstelling, er is niemand die wonderen verwacht. Niemand verwacht werkelijk dat we plots mettā zullen verwerkelijken. Het Boeddhisme is steeds pragmatisch. Er wordt vertrokken vanuit het realistische gegeven dat voor de meerderheid van de wezens mettā geen vanzelfsprekendheid is.

Hoe kunnen we al was het maar een glimp van mettā doorleven?

De Leer stelt ons praktijken voor om ons met deze sfeer te verbinden. Ik weet uiteraard dat Shinran de praktijken heeft opgegeven als nutteloos, maar ik zou de oefeningen rond mettā niet willen zien als zelfkrachtpraktijken; het gaat niet om instrumenten om het Boeddhaschap te stichten, naar om geschikte middelen tot een mogelijkheid van ervaring.

Het Boeddhisme is realistisch. Mettā begint niet met onze vijanden, zelfs niet met onze evennaasten. Het eerste object van mettā is onszelf.

Hoe zelden in het dagelijkse leven zijn we werkelijk doordrongen van mettā voor onszelf. Natuurlijk willen we goeds voor onszelf, we begeren dit, we begeren dat, en we zijn vaak handige strategen wanneer het erop aankomt onze ego-verlangens te bevredigen. Maar dit is niet mettā.

Mettā krijgt een kans wanneer even de ego-bekommernissen tot stilling komen. Dat kan bij het zitten, dat kan bij het wandelen. Elk heeft zijn eigen manier.

Pas dan kan ons wezen oplichten in een ander licht, pas dan kunnen we onszelf ervaren in onze kwetsbaarheid en in onze volle gekwetstheid.

Het gaat niet om een uitspatting van zelfmedelijden, waarbij we onszelf wentelen in het slijk van ons bestaan. Mettā is vrij van zelfbeklag en lamentabele kreten. Mettā is geen sentiment.

Mettā rijst op als de spontane behoefte om uit te reiken naar onszelf als een wezen in nood, als een wezen dat in alle verbondenheid radicaal alleen is, als een wezen dat de wonden van allen kent.

We zijn nooit immuun voor lijden. Altijd ergens vindt er een afscheid plaats, en de pijn ervan is verbazingwekkend nabij. Het is voor dit wezen dat we niet anders kunnen dan mettā voelen. Natuurlijk willen we geluk en welzijn voor dit wezen, natuurlijk wensen we dat het ver zal zijn van alle onheil en lijden.

En eenmaal op dit punt, is er geen bekommernis meer wie dat wezen juist is. Het kan gelijk hetwelk zijn.

De moeilijkheid is om ons in het dagelijkse leven in onze omgang met de anderen en met de dingen ons te laten voeden door deze ervaring. We moeten ons geen illusies maken: we hebben voorkeuren en aversies, en de wezens kunnen, zacht uitgedrukt, flink op onze zenuwen werken. Mahāmettā blijft een realisatie van het Boeddhaschap, niet van een ik dat staat tegenover een ander.

En toch, misschien, als we een glimp van mettā ervaren hebben, blijft er iets over, misschien net genoeg om op momenten dat we gedreven worden door onze ik-passies, te beseffen dat er een bestaansmogelijkheid is waarin we niet zo tegenover de wereld en elkaar zouden staan, maar waarin we voeling zouden hebben met onze gezamenlijke diepere noden.

Namu Amida Butsu.

Ekō 57

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home