Vragen Staat Vrij (7): Huisaltaar of butsudan

De laatste tijd zijn er meer en meer vragen opgekomen aangaande het inrichten van een ‘huisaltaar’. In Japan worden hiervoor kant-en-klare altaarkasten aangeboden (‘Butsudan’). Niet enkel zijn die Butsudans hier praktisch niet te verkrijgen en ontmoet men bij import vanuit Japan een heel stel moeilijkheden, bovendien zijn ze erg duur. Volgens catalogi (eventueel in Jikoji te raadplegen…) liggen de prijzen zowat tussen de 300 000 en de 4 000 000 yen (in BEF ongeveer 100 000 en 1 650 000 aan de huidige koers van de ¥). Wel te verstaan: het meubel zonder de ornamenten enz.

Maar is het absoluut noodzakelijk zulk (weliswaar fraai) exotisch meubel in huis te hebben?

Wanneer Shinran de Leer verkondigd heeft voor de ‘gewone mens’ had hij beslist geen grote tempels noch dure devotie-installaties op het oog. Afbeeldingen uit zijn tijd laten zien dat het ook eenvoudig kan.

Een huisaltaar moet in de eerste plaats een plaats zijn waar men zich thuis voelt: iets dat volkomen geïntegreerd is in het dagelijkse bestaan. Blijkbaar heeft Shinran het aan ieders inspiratie overgelaten zijn butsudan te maken. Dat dit in Japan in kastvorm gebeurt is vanzelfsprekend, althans voor eenieder die kennis gemaakt heeft met de traditionele Japanse levensstijl en de gewoonte alles weggeborgen te hebben.

Voor onze leefgewoontes is dat allicht iets anders. Vooreerst: een huisaltaar voor de Europese Shinboeddhist is geen pronkstuk dat moet laten zien hoeveel het gekost heeft. Het is die plek waar men oog-in-oog met de Boeddha komt te staan. Doordat wij niet thuishoren in de Japanse culturele sfeer, maar in een Europees/Belgisch/Vlaams (?) cultureel klimaat, kan ons huisaltaar gerust dat klimaat reflecteren.

Belangrijk is misschien toch wel dat men het algemeen-boeddhistisch stramien volgt. Dat is het teken van samenhorigheid, van sangha, dat je jezelf kan herkennen ook in andere huisaltaren.

Basisprincipe van elk boeddhistisch altaar - en dus zeker van een huisaltaar in de Shinboeddhistische traditie - is de weergave van de Drie Juwelen: de Boeddha, de Leer (dharma) en de Gemeenschap (sangha). Dit principe domineert de opbouw van het altaar. Traditioneel (er zijn wel wat uitzonderingen…) ziet het altaar (in tempel of thuis) er als volgt uit:

Rechts (de ereplaats…) de Boeddha: het Licht, de Verkondiger. Dat licht is traditioneel een kaars (in India soms een olielamp). De kandelaar kan eenvoudig zijn of een kunstwerk in brons of enig ander metaal of gewoon in aardewerk of glas. Kaarsen zijn er in de handel te verkrijgen tegen alle mogelijke prijzen. Opgelet: niet de prijs is van belang, maar het licht… Om diverse redenen die niets met de Leer te maken hebben, liefst geen walmende of erg druipende kaarsen.

Midden: de Leer, de Dharma die zich in de ruimte verspreidt. Dat is het wierookvat. In de Jodo-Shinshu heeft men in de tempels twee wierookvaten: één meestal in brons, met bovenop een brullende leeuw (de ‘leeuweroep van de Leer, hoorbaar doorheen de hele jungle van het bestaan); die brander wordt evenwel slechts héél zelden gebruikt. Want daarvóór staat een gewone aardewerken pot, gevuld met asse of zand, waarop de kleine en dunne wierookstaafjes neergelegd worden. Dat is het conventionele tempelgebruik. Die dunne wierookstaafjes zijn soms moeilijk bij ons te verkrijgen. We hebben wél een ruim aanbod aan Indische, Chinese of Tibetaanse wierookstaafjes, waarbij de geurende materie een fijn houten sprietje omvat en die rechtop in het zand of de asse gestoken worden. We moeten evenwel geen puristen zijn, zeker niet op dit gebied van geschikte middelen. Hebben we geen kunstwerk uit het Verre Oosten, dan nemen we gewoon een schaaltje zoals er in elke huishouding wel zijn (b.v. een Chinees soepkommetje, overal te verkrijgen en beslist niet duur), we doen er wat wit zand in en we leggen of steken er onze wierookstaafjes in.

Links: de Gemeenschap, de Sangha, zó belangrijk! Die collectiviteit drukken we uit met wat bloemen in een vaas. Zowel voor de bloemen als de vaas is persoonlijke inbreng mogelijk. Mijn persoonlijke voorkeur gaat weliswaar naar veldbloemen, maar ik vind het zo jammer ze te plukken… Bloemenschikken is natuurlijk een kunst ontstaan precies in de boeddhistische tempelmiddens van China, Korea en Japan. Toch gelden hier enkele beperkingen: men vermijde - heet het - giftige of stekelige bloemen. In geval van nood kunnen ook gedroogde bloemen gebruikt worden. In de Hongwanji-tempels in Japan maakt men liefst bloemenstukken met takken van persistente struiken of bomen (ceder, thuya, pijn, den…). In het Oosten vermijdt men meestal ook het gebruik van witte bloemen, omdat wit de kleur van rouw is; ik meen dat dit gebruik niet voor het Westen opgaat en dat men in onze culturen best witte bloemen op het altaar kan zetten ook al is er geen rouwplechtigheid voorzien. Wat de vaas betreft: een mooie vaas van om het even welk materiaal, met eenvoudige vormen en desnoods een eenvoudige versiering. Iedereen heeft wel zo een vaas ergens in of op een kast staan.

Boven het aldus opgebouwde altaar komt dan een beeld of een prent. Shinran (hierin gevolgd door Rennyo) geeft de voorkeur aan een kalligrafie met de Naam Namu Amida Butsu. Maar een afbeelding van Amida kan ook, liefst geen zittend beeld, maar een Amida in de Jodo-Shinshu traditie, d.i. [staande/] gaande. Hiervan is (in Japan zeker) een grote keuze beschikbaar, gaande - onafhankelijk van de prijs! - van kitsch naar artistiek verfijnd. Nogmaals: een huisaltaar is geen museum maar een plekje waar men in de vertrouwdheid met de Boeddha tot rust en bezinning komt.

De plaats van het huisaltaar hangt natuurlijk af van de mogelijkheden van de woning. In de woonkamer, in de slaapkamer. Ik ken een gezin waar het huisaltaar gewoon de schoorsteenmantel is; bij anderen zit de butsudan in een boekenkast. Wel is het goed dat men ervóór wat ruimte voorziet.

Wat doet men met zo een huisaltaar: tot rust en bezinning komen. Door in gassho de Naam uit te spreken: Namu Amida Butsu. Wie wil mediteren, kan dat; wie een tekst wil reciteren, kan dat. Wie een gong wil doen klinken, kan dat.

Men bedenke steeds dat zo een huisaltaar er niet voor de Boeddha is, maar voor ons. Dat het huisaltaar een soort Boeddha-spiegel is waarin wij onszelf reflecteren.

Maak dus zo een butsudan naar uw eigen Boeddha-denken en met uw eigen middelen. En maak er een nuttig gebruik van…

Ekō 57
Vragen Staat Vrij

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home