De Pańcasila

Sedert ontelbare kalpa’s heb ik gemoord en nu nog moord ik.
Ik heb gestolen al wat te grijpen lag,
Lasteren, liegen, lallen, verwaand beterweten - dat deed ik in beeld en spraak en schrift.
Overspel is mijn lot geweest, mijn leven,
net zoals de drank en de drugs waarvan ik de godheden gepredikt heb.

Zo leef ik,
zo tegen al wat Gautama me geleerd heeft
en de wijzen hebben mij elke verlichting ontzegd
elke verlichting kalpa’s lang.

Een toch
toch weet ik dat de Boeddha mij omvat
dat het Mededogen mij niet loslaat
de Boeddha spreekt met mij:
Namuamidabutsu
want hij is mijn partner, mijn deelgenoot
en diep diep in mij.

En mijn 5 overtredingen wil hij niet weten
gaan hem niets aan
en ik, ik vergeet ze dan maar
ik weet niet meer welke ze zijn
ik zie enkel Boeddha’s Licht doorheen de wolken van mijn dwaasheid

Shitoku, leg me dat uit
leg me dat maar eens uit.

Ekō 58

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home