Wat Zo Belangrijk Blijkt In Jodo-Shinshu Voor Een Hedendaags Westerling:
Waar Is Het Reine Land In Shinrans Religieuze Ervaring? (slot)

Myoshu Agnieska Jedrzejewska

In de V.S. was er natuurlijk voortzetting van de Japanse Jodo-Shinshu door Japanse immigranten. De christenen hielpen ze - ook zonder het duidelijk te beseffen de Jodo-Shinshu in het Engels om te zetten. Japanners hebben trouwens altijd een sterke wil aan de dag gelegd om zich te identificeren met groep en maatschappij. Misschien is het wel daardoor dat ze zich in feite weinig bekommerden om shinjin ‘Faith’ te noemen, satori ‘Salvation’ en een boeddhis­tisch ‘Credo’ en een boeddhistisch ‘Evangelie of Bijbel’ op te zetten. Maar Europeanen zitten met zo iets in hun maag. Elke ernstige Europese boeddhist weet immers dat Boeddhisme een transformatie van de menselijke geest betekent. Om deze transformatie te bewerkstelligen in de richting van het Boeddhaschap, beschikken we over 84 000 wegen. Elke boeddhistische traditie beschikt over haar eigen menselijke voorbeelden om de effectiviteit ervan aan te tonen. Op dit ogenblik is er weliswaar geen algemeen duidelijk begrip voor de nembutsu-praktijk, maar er is wél een neiging de werkzaamheid van de Voortijdelijke Gelofte te interpreteren als een soort “geloof”, en het Reine Land wordt vaak gezien als een “afdrijven” in de richting van een “Beloofd-Hiernamaals”. In dergelijke benadering is de Leer niet zomaar een vervalsing: het is een wijze van voorstelling die dient verbeterd te worden.

Shinrans Shinjin blijkt immers de meest progressieve boeddhistische verwezenlij­king in het tijdperk van Mappō, van de verworden Dharma te zijn. Maar hoe is hij tot die benadering gekomen?

Shinran Shonin begon de Naam te gebruiken zoals gebruikelijk onder de Tendai­monniken. Maar vanaf het ogenblik dat hij begon met de praktijk van Enkel-­Nembutsu, deden andere krachtlijnen zich gelden: (1) een sterk besluit satori te verwezenlijken, (2) een absoluut vertrouwen in de Boeddha, en (3) een duidelijk inzicht in de eigen blinde driften (bonnō). De ‘normale’ boeddhis­tische praktijken hadden hem voorbereid om in direct contact met het Boeddha­schap te komen, maar dat ging in en door de Naam. In zijn inleiding tot Kyōgyōshinshō zegt hij ons duldelijk dat hetgeen hij neerschreef niet de vrucht van zijn denken was. Hij was immers geen ‘auteur’, maar een ‘luisteraar’. Hij luisterde naar de Boeddha. En het is via de kracht hem geschonken door de Naam dat hij het vermogen had de Ware en Werkelijke Leer te zien, te begrijpen en te verkondigen. Zijn geschriften werden door hem zowel ter geestelijke verrijking van zichzelf als van anderen geschreven. Hij kon van zichzelf verzekerd zijn doordat hij onvoorwaardelijk vertrouwde op Tariki, de Ander-Kracht; maar hij was er niet zo heel zeker van dat ook anderen daaronder hetzelfde zouden verstaan. En ook daarom beklemtoonde hij: “Ik heb zelfs niet één discipel!” (5)

Hij centreerde alles op shinjin als het enige betrouwbare punt op de weg naar het Boeddhaschap. Dit betekent in feite dat hij enkel vertrouwen had op het directe, persoonlijke contact met het Boeddhaschap dat hem ondersteunde en transformeerde.

Dit Enkel Shinjin (in het Sino-Japans van Shoshinge: yui shinjin), dat nooit de betekenis heeft van Luthers “Sola fide’ (‘enkel geloof’), maakt van de Jodo­Shinshu de meest universeel mogelijke lering. Ongeacht de taal, ongeacht de traditie, ongeacht de persoonlijke intelligentie: shinjin is mogelijk voor elke persoon die zichzelf ervaren heeft in dezelfde omstandigheden als Shinran.

Eigenlijk is het duidelijk dat we samsarische menselijke wezens zijn, vermits we aangetrokken woorden door de samsarische illusies. We dromen ervan dat we de mogelijkheid zouden hebben deze lijdenswereld een beetje te verbeteren en aan allen een beetje geluk bij te brengen. Deze droom maakt dat we doorheen zovele bestaansvormen blijven rondzwerven. Enkel enkele uitzonderlij ke mensen zijn sterk genoeg om te weten dat samsara helemaal niet kàn verbeterd worden vermits het niets anders is dat het resultaat van het onheilzame karma van alle wezens. Het zijn dan ook enkel deze uitzonderlijke mensen die beslist voor satori kunnen opteren.

Shinran was ervan overtuigd dat elk mens beheerst wordt door karma. Hij begreep dat zelfs de Nembustu niet bij machte is ons te bevrijden van onze berekeningen (hakarai), dat zelfs als we de Naam reciteren, we niet sterk genoeg zijn ons los te maken van die berekeningen en dat we onophoudelijk zoeken en streven naar een ‘betere Nembutsu’, een “hogere verdienste”. In plaats van gewoon, vol vertrouwen te luisteren naar de Naam.

Shinran wist maar al tegoed dat in de periode van neergang van de Leer, de mensen de neiging hebben de Buddha-Dharma verkeerd te begrijpen en, in de plaats van de Leer, hun eigen interpretatie ervan te volgen… Het is zeker hiervoor dat hij zozeer nadruk legde op shinjin als de enige betrouwbare ervaring.

(5) Tannishō VI.

Shinjin, in deze beslist onvertaalbare betekenis, is het Gemoed van de Boeddha dat aan de mens mede-gedeeld wordt. Deze gebeurtenis heeft plaats overheen elke traditie of elk woordgebruik. Shinjin is totaal universeel vermits de Boeddha totaal universeel is. Shinjin ‘importeert’ het Reine Land in de menselijke geest. Vanaf de eerste shinjin-ervaring zijn we altijd één met de Boeddha. Onze satori begint op het moment van shinjin. En daardoor is satori absoluut verzekerd.

Maar de voordelen van de Nembutsu worden aan elkeen geschonken vanaf het eerste ‘roepen’ van de Naam. Het is de Nembutsu die aan ons gemoed de omstandigheden biedt waarin shinjin kan ontvangen worden. Om de Nembutsu te ontmoeten dient men de positieve karmische bindingen te hebben met de Buddha Dharma, zij het in vorige bestaansvormen, zij het in de huidige levensvorm (oorzaken en omstandig­heden: in-nen), om deze lering te kunnen volgen met een vertrouwensvol gemoed en zonder berekeningen of intellectuele speculaties.

Onophoudelijk wijst Shinran ons op Tariki Nembutsu: de Nembutsu niet van onze geestesconstructies, maar van Boeddha’s Gemoed. Daarbij was hij echter niet zo naïef te geloven dat we onze berekeningen kunnen kwijtgeraken via onze eigen inspanningen. Hij was ervan overtuigd dat niemand zijn ego-denken kan kwijt­geraken door een menselijke inspanning. Shinran besefte maar al te goed dat de zelfkracht (jiriki) opgeven ondoenbaar is. Jiriki kan niet opgegeven worden door een ego-gericht wezen. Jiriki kan enkel door de Naam getransformeerd worden in Wijsheid.

Het is belangrijk te onderlijnen dat Shinran Shonin ons geen verhaaltje over het Reine Land heeft opgehangen, een Reine Land dat we na de dood zouden bereiken. Hij heeft niet nagelaten ons erop te wijzen dat het Reine land iets absoluut levends, een NU-ervaring is, verwezenlijkbaar op het moment van shinjin.

Vergeleken bij alle boeddhistische praktijken, wordt de Nembutsu ervaren als de meest ingrijpende en de meest effectieve. Dat komt doordat de Nembutsu geen menselijke praktijk is. De Nembutsu wordt altijd door de Boeddha ‘gedaan’. Om het even wie de Naam uitspreekt, om het even wat men zich daarbij verbeeldt, om het even welke bedoeling men daarbij heeft, er is in de Nembutsu slechts één enkele kracht aan het werk: de Kracht van de Voortijdelijke Gelofte. En omdat deze kracht alle vergelijkingen overstijgt, is er geen mogelijkheid de Nembutsu ‘verkeerd’ te gebruiken of van zijn voortijdelijk doel af te leiden. De Nembutsu biedt aan de mensen een kosmische versnelling van de evolutie van hun gemoed.

Daardoor kan men stellen dat de Nembutsu ENIG is, vermits hij tot het Boeddhaschap behoort. Het onderscheid tussen een zelfkracht-Nembutsu en een Ander-Kracht-Nembutsu is, zo gezien, het resultaat van onze bonnō. Zolang onze bonnō niet helemaal getransformeerd zijn door de Boeddha, blijven we in Jiriki-­Nembutsu geloven. Maar vanaf het eerste moment van shinjin wordt het duidelijk dat er in de Nembutsu niets van een zelfkracht aanwezig is, vermits de Nembutsu één is met het Boeddhaschap en met de Niet-Zelfheid.

Ofschoon Amida Buddha, het Oneindige Boeddhaschap, alle wezens op gelijke wijze omvat door de Kracht van de Voortijdelijke Gelofte, reageert elk mens op zijn individuele wijze. De mens dient immers het besluit te nemen het Boeddhaschap te verwezenlijken en de Naam in zich op te roepen. Dit is de grote vrijheid van de mensen. Niemand kan het Boeddhaschap verwezenlijken met geweld of met truukjes of manipulaties. Boeddhisme betekent hier “groei”. We dienen tot de Boeddha op te groeien en we kunnen geen enkele stap van dit proces overslaan.

Het belangrijkste in de Jodo-Shinshu is Amida Buddha’s Voortijdelijke Gelofte, waarvan de werkzaamheid zich manifesteert in de Nembutsu. In deze zin is de Nembutsu een Leraar die geen voorwaarden stelt. Weliswaar is het noodzakelijk in te haken op de Nembutsu-praktijk, maar de kwaliteit van deze praktijk wordt niet bepaald door de mens, maar door de Boeddha. Shinran drukte dit uit met het paradox: “De Nembutsu is de voorwaarde van niet-voorwaarde.” (6) De verwerkelijking ervan is een ware, grote vreugde!

(6) KGSS I.

Watashi no kokoro ga
anata no kokoro.
Anata no kokoro ga
watashi no kokoro.
Watashi ga anata ni
naru no ja nai ga
anata ga watashi ni
naru kokoro.

Mijn gemoed is uw gemoed.
Uw gemoed is mijn gemoed.
‘t Is niet dat ik u word,
‘t is in dit gemoed [van mij]
dat gij mij wordt:
gij in mij
wordt [dit] gemoed.

(Asahara Saiichi)

Ekō 59
Wat Zo Belangrijk Blijkt In Jodo-Shinshu Voor Een Hedendaags Westerling:
Waar Is Het Reine Land In Shinrans Religieuze Ervaring?

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home