Nembutsu, Hongan, Christus, Europa,…

Rev. Myoshu Agnes Jedrzejewska

Shinrans Shinjin is blijkbaar de meest geavanceerde boeddhistische realisatie in deze Mappō, periode van de verworden leer. Maar om Shinjin te ontvangen, dient elkeen een positieve In-nen (‘oorzaken-en-omstandigheden’, hetu-pratyaya) verworven te hebben in vroegere bestaansvormen. De woorden van Shinran Shōnin in Yuishinshō-mon’i tonen duidelijk aan dat dit contact met de Dharma sterk genoeg moet geweest zijn om ons in staat te stellen het Pad van de Nembutsu te volgen: “Doordat we heilzame handelingen verricht hebben, talrijk als de zandkorrels van de Ganges, zijn wij nu bij machte de karmische werkzaamheid van de Grote Gelofte te ontmoeten.” Dat is toch duidelijk. Shinran was ervan bewust dat al zijn zogenaamde zelfkracht-praktijken het hem mogelijk gemaakt hebben in zijn leven de karmische werkzaamheid van de Grote Gelofte (1) te ontmoeten. Daarom heeft hij ons nooit aangezet de leringen van de andere boeddhistische tradities te bekritiseren. Maar wij, onvolmaakte wezens als we zijn, we hebben vergelijkingen opgemaakt en heel wat kritische opmerkingen neergepend, die kunnen aangevoeld worden als een arrogante kleinering van andere Boeddha’s en bodhisattva’s.

Wanneer we evenwel begrijpen dat, om een waarachtig Nembutsu-volgeling te worden, iedereen door die zogenaamde zelfkracht-praktijken dient te gaan vooraleer hij/zij écht aan de Ander-Kracht Nembutsu deel heeft, dan zouden we in geen geval die persoon mogen ontmoedigen om aan deze praktijken te doen. Dat is van bijzonder belang voor mensen die het Boeddhisme benaderen als een heel nieuwe traditie. Men dient immers eerst vertrouwd te worden met de algemene, fundamentele lering van het Boeddhisme en zijn eigen mogelijkheden uit te proberen: net zoals Shinran dat gedaan had. En, zoals Shinran, op een zeker punt te begrijpen dat onze eigen, nog zo waarachtige inspanningen, ons op de weg naar het Boeddhaschap brengen. Maar in feite is al wat we hierbij doen is het gevolg van

(1) De 18de Gelofte.

de inwerking van Hongan, Amida’s Voortijdelijke Gelofte. Het is door Hongan dat Shakyamuni Buddha in deze wereld geboren werd; al zijn leringen werden doorheen Hongan verkondigd, hoe talrijk ze ook waren. Er is in feite geen Jiriki zelfkracht, noch in de Nembutsu noch in enige andere boeddhistische praktijk. Het enige wat echt werkzaam is, dat is Hongan. Jiriki is niets anders dan de vrucht van onze illusie, van onze fundamentele illusie van een ego. Wanneer we klaar zijn om bevrijd te worden, als is het maar voor één ogenblik, van onze gehechtheid aan dat ‘ego’, manifesteert Tariki, de Ander Kracht, zich in de erkenning van de Naam als het werkzame Boeddhaschap. Op dat moment zijn we karmisch o.k. om Shinjin te ontvangen en te ontwikkelen in de zin van een Boeddha-Gemoed dat de mens toegereikt wordt.

We moeten er steeds aan blijven denken dat potentiële Nembutsu-volgelingen zich bevinden onder de hedendaagse boeddhisten van andere tradities. Vandaar het belang in Europa van een positieve dialoog met andere boeddhisten, in plaats van de vaak louter verbale dialogen en betekenisloze vergelijkingen met het christendom. Christenen weten heel goed dat er voor hen geen andere mogelijkheid bestaat enige andere lering dan die van Jezus Christus te aanvaarden. Ze kunnen wel (en dat laten ze niet na) van de boeddhisten vaardigheden zoals meditatie en mantra-recitatie overnemen. Maar het object van de christelijke eredienst zal nooit veranderen: het is de Heer-God-Schepper van hemel en aarde, meester over alle mensenlevens en heerser over het universum. Wanneer iemand dit object van de cultus verandert of in twijfel trekt, dan houdt hij/zij op christen te zijn.

Wat de boeddhisten betreft, hun doel is niet een of ander hiernamaals-paradijs, maar Boeddha’s Wijsheid, de Verlichting; voor boeddhisten is niet de eredienst van Amida Buddha het hoofddoel, maar de transformatie van ons gemoed tot Boeddhaschap. Op dit ‘theologische’ vlak heeft het Boeddhisme niets gemeen met het christendom.

We moeten onszelf zien in de continuïteit van elke boeddhistische traditie. En in elke boeddhistische traditie moeten we de werking van de Voortijdelijke Gelofte zien.

Heel wat Europeanen met een spirituele belangstelling wachten voor In-nen naar de Buddha-Dharma. Het kan zijn dat zij erin slagen deze In-nen te vestigen hetzij door de Naam hetzij door andere praktijken: dat hangt immers van hun karma af. Wij, Europese Shin-’priesters’, moeten er dan ook geen zaak van maken dat die mensen niet terstond de gehele Leer van de Boeddha begrijpen. Indien die mensen In-nen vestigen, in het bijzonder In-nen met de Naam, dan is dat al een hele vooruitgang voor ze. En het werkt nog ook!

Ekō 60

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home