Mattoshō (18)

Lamp Voor Latere Tijden

Brieven van Shinran (18)

Deze brief verklaart nauwgezet dat het “stadium van de waarlijk gevestigden” de “persoon van shinjin” omschrijft, wiens realisatie hier en nu is. Dit in tegenstelling tot het traditionele Jodo-denken waar de nadruk wordt gelegd op het anticiperen van Amida’s komst op het moment van de dood.

In antwoord op uw vraag op het moment dat een persoon Amida’s Gelofte ontmoet - dewelke Ander-Kracht is die zich aan ons geeft - en het gemoed dat Waar Shinjin ontvangt en zich verheugt, in hem gevestigd wordt, [op dat moment] is hij omvat om nooit meer losgelaten te worden.

Vandaar, op het moment dat hij het diamantharde gemoed verwezenlijkt, wordt van hem gezegd dat hij verblijft in het “stadium van de waarlijk gevestigden” en dat hij hetzelfde stadium als Bodhisattva Maitreya heeft bereikt.

Aangezien de persoon van Waar en Werkelijk Shinjin van hetzelfde stadium is als Maitreya, is hij gelijk aan de Boeddha’s. Meer nog: alle Boeddha’s voelen grote vreugde wanneer hij zich verheugt in de verwezenlijking van Waar Shinjin, en ze verkondigen: “hij is onze gelijke”.

Sakyamuni’s woorden van heugenis vindt men in het Grote Sutra: “De persoon die ziet en eerbiedigt en grote vreugde verwezenlijkt, hij is mijn ware gezel”; zodoende onderricht hij ons dat de persoon die Shinjin heeft verwezenlijkt, gelijk is aan de Boeddha’s.

Verder: gezien Maitreya reeds zeker is van de verwezenlijking van het Boeddhaschap, wordt hij Maitreya Buddha genoemd. Zo weten we dus, dat van de persoon die reeds Shinjin heeft verwezenlijkt, dewelke de Ander-Kracht is, kan gezegd worden dat hij gelijk is aan de Boeddha’s,

Ge zoudt hierover geen twijfels dienen te koesteren.

Er is niets dat ik kan doen voor uw mede-volgelingen die zeggen dat ze het moment van de dood afwachten.

De persoon wiens Shinjin Waar en Werkelijk is geworden - dit door toedoen van de Gelofte - is omvat om nooit meer losgelaten te worden; zodoende hangt hij niet af van Amida’s komst op het moment van de dood.

De persoon wiens shinjin nog niet gevestigd is, wacht het moment van de dood af in anticipatie van Amida’s komst.

Het zou me verblijden wanneer gij de naam Zuishin-bō zoudt aannemen. Wat ge in uw brief hebt geschreven is prachtig. Ik kan niet aanvaarden wat uw mede-volgelingen zeggen, maar er is niets wat daaraan gedaan kan worden.

Met respect.

11de maand, 25ste dag

Shinran

Aan Zuishin-bō.

(Vertaald door B. Van Parijs, naar de Engelse uitgave “Letters of Shinran”, Shin Buddhist Translation Series I, Kyoto 1978.)

Ekō 61
Mattoshō

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home