Wat is Ware Werkelijkheid?

Shitoku A. Peel

Hoe vaak lezen we niet in Kyogyoshinsho over shinjitsu? En we vertalen die term dan - met een gerust gemoed - als waar-en-werkelijk. B.v.:

shinjitsu isshin: het ware en werkelijke éne gemoed
shinjitsu shinjin: het ware en werkelijke gemoed van vertrouwen (KGSS III, 66)
shinjitsu shō: de ware en werkelijke verwezenlijking (KGSS IV, 1)
shinjitsu gyō: de ware en werkelijke praktijk (KGSS VI, 35).

En we vinden die uitdrukking zo vanzelfsprekend dat we er verder niet over nadenken. Zonder ons af te vragen waarom Shinran telkens weer op die term shinjitsu hamert.

We hebben uiteraard het excuus dat heel wat termen uit KGSS technisch, héél technisch zijn, bestemd voor de geleerde Chinees sprekende eerwaarde heren van Hiei-zan, Koya-san of Nara. Anderzijds maken wij het ons gemakkelijk. Wij vinden het vanzelfsprekend dat waarheid de “werkelijkheid” is. “Waarheid en “werkelijkheid” behoren tot zo een stel vaste uitdrukkingen, zoals de “epitheta ornantia” bij Homeros…

Toch is dit niet de stijl van Shinran, bij wie geen woord te veel staat.

Laat staan dat het ware de werkelijkheid is, dat de werkelijkheid de waarheid is die… Welke waarheid? Wat voor waarheid? En hier beginnen dan de vragen zich op te stapelen.

Gelukkigerwijs bieden de boeddhistische denkers een reeks verwijzingen die ons kunnen voorthelpen. Zeker Nagarjuna helpt ons wat ‘waarheid’ betreft. Hij kent enerzijds een relatieve waarheid, en dan een absolute waarheid (Skr. paramartha-satya, J. shin-tai) die weliswaar onkenbaar is voor de conceptueel-denkende mensengeest, maar die in feite ‘Verlichting’ betekent voor wie het conceptuele denken ken overstijgen.

Asanga en Vasubandhu reiken ons de andere helpende hand in hun leer van de Drie Lichamen. Het Lichaam van de Leer (Skr. dharmakāya J. hosshin) is de absolute ware natuur van het Boeddhaschap, ware natuur die onvoorstelbaar, ondenkbaar, onzegbaar is. Deze ‘ware natuur’ is ichi-jitsu: de éne werkelijkheid die de zo-heid is (Skr. tathatā, J. shinnyo).

De Chinese meester T’anluan onderscheidt in ‘dharmakāya’ twee modaliteiten:

- dharmakāya-dharmatā (J. hossho hosshin): het Lichaam van de Leer in zijn absolute wezenheid, zijn zichzelf-zijn-heid, d.i. de Leegheid (sūnyatā). Deze ‘leegheid’ is geen niet-zijn of geen afwezigheid van zijn, maar niet-verschillend-zijn. Vandaar ook de mogelijkheid woorden als ‘beschikbaarheid’ of ‘totaliteit’ hiervoor te gebruiken.

Daarnaast ook

- dharmakāya-upāya (J. hōben hosshin): het Lichaam van de Leer als Geschikt Middel, nl. de dynamiek van het Mededogen, van de Voortijdelijke Gelofte zoals die werkzaam is in de Naam Namu Amida Butsu.

Wanneer Shinran dit probleem benadert, doet hij dat vanuit zijn visie van overstijgen van elke vorm van dualiteit. Daarin betoont hij zich heel getrouw aan de doctrine van het Bloemenkrans-sutra en zeker aan de aanpak van de Tendai-filosofie: dat de wereld van de verschijnselen in het uiteindelijke nirvanische perspectief niet verschilt van de wereld van de ‘dingen-zoals-die-in-zichzelf-zijn’ ji-ji-muge.

Nemen we van hieruit een forse duik naar onze hedendaagse bewoordingen.

De Canadese-Amerikaanse filosoof-psycholoog McLuhan (1) geeft ons (eigenlijk erg onverwacht…) een nuttige aanwijzing. Elke real-time informatie, zegt hij, is steeds voor wie de informatie ontvangt een werkelijkheidsgebeuren, ook/zelfs als die info verkeerd, vervalst, gemanipuleerd is. Want werkelijkheid is datgene wat wij in onze momentane context (‘de werkelijkheid van ons wereldbeeld’) ervaren. Onze ervaringswereld, d.i. onze bewustzijnsinhoud, IS onze werkelijkheid, is de werkelijke situatie waarin wij bestaan. Bijgevolg is ‘werkelijkheid’ niet noodzakelijkerwijs objectieve waarheid, maar de subjectieve beleving van onze waarnemingen en geestesconstructies. Dat ‘werkelijkheid’ niet ‘waarheid’ is, illustreert McLuhan aan de hand van de mogelijkheden van de ‘virtual reality’, waarin wij, vertrekkend vanuit een bepaalde software-logica, onze ervaring manipuleren. Er is hier overduidelijk geen sprake van objectieve waarheid der dingen.

Transponeren we dit onderscheid werkelijkheid/waarheid terug naar onze beginterm shinjitsu, dan kunnen we inderdaad jitsu aanvoelen als de subjectieve werkelijkheid van onze existentie (2) (samsara), de term shin daarentegen als de ‘objectieve waarheid van de dingen zoals-ze-zijn’, d.i. in hun leegheid. Op dit niveau is Waarheid+Werkelijkheid (shin-jitsu) een uitdrukking voor het niet-verschillend zijn van dharmakaya. Deze connotatie verduidelijkt heel wat van de ‘technische’ begrippen aan het begin van dit artikel.

In deze duidelijk Tendai-geďnspireerde opvatting overstijgt Shinran ook de dualiteiten hosshō/hōben en zelfs Namu/Amida Butsu, zij het ook door ‘opname’, ‘absorptie’ van het subjectieve in het objectieve, net zoals het gemoed van de mens van shinjin ‘opgenomen’ wordt in het Boeddha-Gemoed.

Vandaar dat Shinran inderdaad kan stellen dat b.v. shinjitsu shinjin niets anders is dan shinjitsu shō, d.i. niet verschillend van het Reine Land, van Nirvana, van het Boeddhaschap, van Dharmatā: de dingen zoals ze in waarheid en in werkelijkheid zijn in hun natuurlijkheid.

Misschien is het niet misplaatst hier toch ook even te onderlijnen dat wij hier in het Westen maar al te vaak dat begrip ‘natuurlijkheid’ verkeerd interpreteren. Voor ons is ‘natuurlijkheid’ of ‘Spontaneďteit’ zoals we dat bij de taoďstische meesters of bij de zen-patriarchen aantreffen, zowat synoniem voor ‘doe al hetgeen waartoe je geneigd bent’ of ‘doe wat je niet laten kan’.

Maar noch de Indische formulering bhutatathata noch de Chinese uitdrukking ‘zoals-het-is-heid’ hebben de connotatie van een ego-assertiviteit of bieden de mogelijkheid van een uitleven van persoonlijke emoties. ‘Natuurlijkheid’ heeft niets te maken met een ego. Zegt men “de dingen zoals ze zijn” of de “zoals het is-heid” dan verwijst men juist naar dŕt wat niet individueel, karmisch bedingd is, maar naar iets van een hogere, niet persoonsgebonden orde. Typevoorbeeld hiervoor is o.a. Lao-tzu’s uitspraak  (3) “De mens heeft de aarde als maatstaf (fa = wetmatigheid, principe, richtlijn), de aarde heeft de hemel (t’ien = hemel, hemelorde, ordenend principe) als maatstaf, de hemel heeft Tao als maatstaf, Tao heeft de zoals-het-is-heid (tzu-jan) als maatstaf.” D.i. de ware natuur van de dingen ontdaan van hun accidentele kenmerken en relaties, zoals ze in-zich aan-zichzelf zijn: leeg - gelijkwaardig - open - beschikbaar - substantieloos.

En Ander-Kracht, de Voortijdelijke Gelofte van Wijsheid/Mededogen, is even ‘natuurlijk’, even ‘spontaan’, even ‘vanzelfsprekend’. En daarom niet verschillend van tzu-jan, van jinen-honi.

Maar, voegt Shinran Shonin hier vermanend aan toe: het is niet goed al te veel over jinen-honi te piekeren of te palaveren…

(1) Herbert Marshall McLuhan 1911-1980.

(2) Lees, herlees Dhammapada 1: “De bestaansfactoren (dharma) hebben geest (manas) als hun voorloper, hebben geest als hun hoogste [expressie] en zijn uit geest opgebouwd.”

(3) Lao-tzu, V,25.

Ekō 61

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home