Editoriaal: Vreemdelingen buiten

Ze komen ons hier in de weg lopen, ze nemen ons ons brood af. Het brood waar het om gaat is niet de ‘boterham van het werkvolk’, maar het ‘geestelijke brood des levens’. En de kreet is niet die van een of ander Vlaams-Blokachtig iets, maar de - nu nog wat - onderdrukte roep van doorbrave christenen. Want ze komen nu hier hun vreemde spirituele tradities opdringen om ons christelijk erfgoed te vernietigen…

Zelfs de paus in zijn onfeilbaarheid komt zijn duit in het zakje doen. Na zijn ‘officiële’ uitspraken over her-evangelisering van Europa, drukt hij zijn visie nog eens ‘persoonlijk’ uit in een boek dat voor kort ook in het Nederlands werd gepubliceerd.

Aan het Boeddhisme wijdt Johannes Paulus II 6 pagina’s. Daarin weet hij met zijn kerkelijke autoriteit te bepalen dat ‘het boeddhisme, dat in zeker opzicht precies als het christendom een godsdienst (sic!) van redding is’ in feite en m.i. zeer terecht, toch de opmerking verdient ‘dat de heilsleer van het boeddhisme en die van het christendom, om het zo maar eens te zeggen, elkaars tegenpolen zijn’.

Dat Zijne Heiligheid slechts een zeer vage, zeer oppervlakkige kennis van de Leer van de Boeddha aan de dag legt, wordt hem graag vergeven, wat niet meer zo vanzelfsprekend is wat betreft de raadgevers die hem omringen. Zijn wanbegrijpen, zijn misverstaan, ondanks zijn contacten met de Dalai Lama en met een ‘Patriarch’ uit Thailand, blijkt uit heel wat van zijn uitspraken.

- “De reddingsleer van het boeddhisme vormt het centrale, eigenlijk het enige punt, van dat systeem. Daarbij kennen de boeddhistische traditie en de daaruit voortvloeiende methoden bijna uitsluitend een negatieve reddingsleer.”

- “De door Boeddha ervaren ‘verlichting’ laat zich herleiden tot de overtuiging dat de wereld slecht is, dat zij de bron is van kwaad en lijden voor de mens. Om zich van dat kwaad te bevrijden moet men zich bevrijden van de wereld, moet men de banden verbreken die de mens binden aan de uitwendige realiteit, de banden die in onze menselijke constitutie bestaan, in onze ziel en in ons lichaam. Hoe meer wij ons van dergelijke banden bevrijden, des te onverschilliger worden wij voor alles wat er in de wereld is, des te meer bevrijden wij ons van het lijden, dat wil zeggen van het kwaad dat uit de wereld voortkomt.”

- “… in dat systeem bevrijdt de mens Zich niet van het kwade door het goede, dat van God komt; hij bevrijdt zich alleen via onthechting van de wereld die slecht is.”

- “…het zogenaamde nirvana, een staat van volmaakte onverschilligheid (…) voor de wereld die de bron van het kwaad is…”

- “Het is dus niet misplaatst om die christenen die zich met enthousiasme openstellen voor zekere gedachten afkomstig uit de religieuze tradities van het Verre Oosten (…) te waarschuwen.”

Ik laat het onze lezers-boeddhisten over hun mening te vormen over goed-en-kwaad, over wereld/nirvana, over onverschilligheid…

Nog in hetzelfde hoofdstukje over boeddhisme krijgen čn de gnostiek čn New Age er duchtig van langs. Wat dŕt in dit verband doet, dat is me een raadsel…

Resultaat is uiteindelijk dat men niet langer aan het onbehaaglijke gevoel ontkomt dat hoofdletterwoorden als Oecumene, Openheid voor het andere, Liefdevolle Tolerantie e.d.m. slechts lege begrippen geworden zijn. Zelfs in de pauselijke mond.

Vóórdat Johannes Paulus zijn ‘persoonlijke’ bedenkingen publiceerde, had reeds ‘antropoloog’ Prof. Herwig Arts (Davidsfonds, Leuven 1993) vooropgesteld dat weliswaar de wereldgodsdiensten zowat allemaal gelijkwaardig (en dus even ‘goed’) zouden zijn, maar zijn besluit was toch dat enkel het Christendom (lees: het R.-K. Christendom) gelijkwaardiger en bijgevolg beter was. Omdat het God kent. Maar hoevelen buiten de academische wereld hebben deze (toch in coherente en academisch ietwat beschamende) uiteenzetting écht gelezen?

Met Boeddhisme bestaat nu zoiets van een 2 500 jaar, is dus een half-millenium minstens ouder dan het Christendom. Men mag gerust stellen dat er op de wereld iets van een 300 a 400 miljoen boeddhisten rondlopen (China niet meegerekend). Overal berust de Leer van de Boeddha op stevige zij het ook diverse tradities.

Elke boeddhistische gemeenschap (ook en zeker in België) is juridisch en fiscaal doorzichtig en controleerbaar.

De Jodo-Shinshu bestaat meer dan 700 jaar, heeft door de eeuwen heen een duidelijk natrekbare organisatievorm, telt in Japan 24 miljoen geregistreerde leden (d.i. meer dan alle christenen uit de hele Benelux) van de 89 miljoen geregistreerde boeddhisten en is er bijgevolg de grootste boeddhistische stroming. Deze stroming heeft juridisch gestructureerde entiteiten in Argentinië, België, Brazilië, Canada, Duitsland, Groot-Brittannië, Mexico, Oostenrijk, Polen, Taiwan, elders…

Niemand van ons wil en zal de christenen, zelfs niet de paus, verkafferen, banvloeken en brandmerken. Dat zou beslist niet boeddhistisch zijn. Ook al zijn er in Japan slechts een 300 000 Rooms-katholieken, d.i. een ‘sekte’ van nog geen 0,24 % van de bevolking…

Als boeddhisten, als Shinboeddhisten verlangen wij ons niet te laten bewegen tot polemiek.

Gassho.

Shitoku

Ekō 63

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home