Editoriaal: Medelijden of Mededogen?

Enkele bijdragen in dit 64ste nummer van Eko hebben het over Mededogen als hart van Amida’s Voortijdelijke Gelofte. Er wordt ergens zelfs gezegd dat er een gevoelig onderscheid is tussen het gebruik van de term ‘mededogen’ en de term ‘medelijden’.

Maar meestal blijft bij de onvoorbereide lezer de vraag opkomen: wat is dan toch het verschil dat we moeten zien tussen die twee - volgens ‘onze’ van Dale zelfs zowaar gelijkwaardige - termen.

Zonder in diepe semantische beschouwingen te vervallen, is het - en dat zeker vanuit ons Shinboeddhistische perspectief - mogelijk een duidelijke aflijning te trekken tussen de twee begrippen die ons nu bezighouden.

Zo is medelijden het pijnlijke gevoel dat ons overstelpt bij het aanschouwen van andermans leed: de beelden die ons aangrijpen en zelfs verstoren, die zieke uitgehongerde kinderen uit Soedan, die sterfkampen in Rwanda, de lijken in de straten van Grozny, de armoede van onze daklozen…

We worden hierbij emotioneel geroerd, wij voelen bijna fysische smartimpulsen, plotse pieken van betrokkenheid. En we verlossen ons meestal van die impulsen door portemonnee of bankrekening aan te spreken. En slagen er aldus in dat mede-lijden weer eens te vergeten…

Maar mededogen in de boeddhistische zin is niet impulsgebonden, is zelfs geen emotionele ervaring, maar een verworven niveau van het gemoed, zo eigen geworden dat het geen wilsdaad meer veronderstelt, maar een natuurlijkheid: de bodhisattva weet dat is niet zomaar mijn eigen wil; het verlossen van alle wezens is immers mijn gelofte (Santideva, in Siksasamuccaya).

Mededogen is karunā, de tweede brahmavihara. En wat is de betekenis van ‘brahmavihara’? ‘Brahma’ betekent hier ‘verheven, volmaakt’; ‘vihara’ is een afleiding van het werkwoord ‘viharati’ dat ‘wonen, (ver)blijven’ betekent. Daardoor verwijst brahmavihara naar een ‘volkomen verblijfstoestand’, een permanente gemoedsinstelling, waarbij dan karuna duidelijk, onvoorwaardelijk gericht is op het lijden, de disharmonie, de onvrede van alle wezens.

Het is dus helemaal geen lokale of momentane gevoelsopwelling van een individu tegenover het beeld van andere individuen, maar een algemene betrokkenheid bij het lijden en de oorzaak van het lijden van alle wezens zonder onderscheid.

Het verwerven van deze karuna-attitude is de vrucht van een lange inspanning; het is een bodhisattva-verworvenheid net zoals de drie andere brahmavihara’s: al-liefde (maitri) die geen persoonsgebonden ‘liefde’ is, medevreugde (mudita) die geen plezierige lachbui is, en gelijkmoedigheid (upeksa) die niets met onverschilligheid te maken heeft.

Als ‘volkomen, verheven’ karuna is dat een eigenschap die we in feite enkel aan de Boeddha (lees het Oneindige Boeddhaschap) kunnen toeschrijven. Wijsheid/Mededogen is immers - wat althans onze menselijke ervaringswereld betreft - juist dàt wat het Boeddhaschap is. Vandaar het gebruik van de term Mahākarunā, het Grote Mededogen. (1)

Wanneer Shinran Shonin (in Tannisho, iv) wijst op de gebrekkigheid van ons mens- en gemoedsgebonden ‘mededogen’, dan zegt hij kortaf dat wij niet moeten rekenen op ons privé-mededogen: “Hoezeer men in dit bestaan ook liefde en medelijden kan voelen, het is moeilijk anderen uit hun lijden te bevrijden zoals men het maar al te graag gedaan had. Dergelijk mededogen heeft van het begin tot het einde geen zin.”

(1) Er even op wijzen dat naar de Mahayana-opvatting Wijsheid en Mededogen één en hetzelfde zijn: twee aspecten van een fundamentele identiteit eigen aan het Boeddhaschap.

Want het ware mededogen volgens het Pad van het Reine Land is “… de Nembutsu zeggende, vlug boeddha worden en met het hart van Grote Al-liefde en Groot Mededogen (J. daiji-daihi-shin, Skr. mahāmaitrī-mahākarunā-cittena) werkzaam zijn ten voordele van alle wezens.”

Vandaar dat onze school, de Jodo-Shinshu, zonder de intrinsieke waarde of de socio-psychologische rol van het medelijden te ontkennen, zozeer nadruk legt op het Grote Mededogen, dat zich uit in het ondoorgrondelijke Shinjin, het Gemoed van Vertrouwen, waarin we één worden met het Boeddha-Gemoed.

Namu Amida Butsu

Shitoku

Ekō 64

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home