Een Antwoord op de Kritiek van het Boeddhisme door Paus Johannes Paulus II

Dr. Kenneth Tanaka

De wrevelige reacties van de boeddhisten op de karikatuur van het Boeddhisme in het boek “Over de Drempel van de Hoop” zijn onverwachts snel en snedig. Ook ik vind zijn uitleg ontgoochelend, in het bijzonder gelet op de positie die de paus inneemt in een wereld waar steeds harder geroepen wordt op een grotere verstandhouding. Sta me toe dat ik kort antwoord op drie van de beweringen van de paus:

1. “De door de Boeddha ervaren ‘verlichting’ laat zich herleiden tot de overtuiging dat de wereld slecht is, dat zij de bron is van kwaad en lijden voor de mens.”

De bron van lijden is niet de wereld. Het is veeleer onze persoonlijke gehechtheid die wortelt in begeerte, haat en verdwazing. De wereld zelf is noch positief noch negatief, maar de wereld is datgene wat ik ervan maak. “Met mijn geest vorm ik de wereld,” zoals de befaamde passage uit Dhammapada luidt. Het Boeddhisme is subjectief en epistemisch van aard, vermits het gegrondvest is op het optimisme dat wij bij machte zijn onze ervaring van de wereld te veranderen. De paus schijnt een meer objectieve of ontologische structuur in het Boeddhisme te willen zien.

De perceptie dat “de wereld slecht is”, is, naar ik meen, voor een gedeelte beďnvloed door het falen de betekenis van “lijden” te begrijpen. Het boeddhistische lijden (duhkha) is een situatie die dient overwonnen te worden, dan wanneer de christenen de neiging hebben lijden op te vatten als de levensweg van de ware christen. “Lijden” is een deugd. In de Bergrede horen we Jezus zeggen: “Gezegend zijn zij die nederig zijn, zij die rechtvaardig zijn, zij die pogen het goede te doen, zij die lijden - zij allen zullen in het Koninkrijk der Hemelen beloond worden.” Daardoor is het niet zo erg verrassend dat christenen vaak het Boeddhisme zien als een religie van pessimisme, aangezien “lijden” verschijnt als de eerste waarheid in de basisdoctrine, de Vier Edele Waarheden.

2. “De vervulling van zo een onthechting is niet vereniging met God, maar het zogenaamde nirvana, een staat van volmaakte onverschilligheid ten opzichte van de wereld.”

Nirvana betekent beslist geen totale onverschilligheid voor de wereld. “Onverschilligheid” impliceert “apathie” en “veronachtzaming”. Wel integendeel: de Boeddha besteedde 45 lange jaren om de Dharma te verkondigen zodat anderen dezelfde vreugde en dezelfde innerlijke vrede van nirvana zouden kunnen deelachtig worden. Volgens sommige moderne onderzoekers zou één van de redenen voor het succes van de vroege boeddhistische gemeenschap juist liggen in het verlangen en de mogelijkheid stevige banden te smeden met de lekenwereld, een eigenschap die men niet aantreft in de vroegere esoterische en elitaire Upanishadische traditie.

In het Mahayana-boeddhisme offeren de Bodhisattva’s hun eigen volkomen verlichting (nirvana) op om anderen bij te staan op de weg naar bevrijding. Overigens ken ik voldoende voorbeelden die verre van onverschilligheid betonen en hun leven wijden aan het welzijn van anderen. Vanzelfsprekend zijn zij niet belust op materialisme, op politiek en dergelijke wereldse bezigheden; maar hetzelfde is waar voor sommige christelijke heiligen die - om Jezus te parafraseren - “in de wereld zijn, maar niet van de wereld.”

3. “De waarheid over God de Schepper van de wereld en over Christus de Heiland is een sterke kracht die een positieve houding ten opzichte van de schepping inspireert en die een onophoudelijke aandrijving verschaft om de wereld te veranderen en te vervolmaken.”

Terwijl ik het eens ben met de opmerking dat de Westerse beschaving inderdaad een actieve drang naar “verandering” en “vervolmaking” aan de dag legt, is het toch bevreemdend dat de paus het Christendom evenals de Griekse filosofische tradities voorstelt als de enige bronnen van wetenschap en technologie. Mijn bestuderen van de westerse beschaving toonde me lange en heftige confrontaties tussen de Kerk en b.v. de Renaissance/Aufklärung-beweging welke inderdaad een krachtig impact had op het wetenschappelijk denken. Was het niet slechts enkele jaren terug dat de Katholieke Kerk ertoe kwam Galilei vergiffenis te schenken voor zijn onjuiste manieren?

Om te besluiten is het toch ongelukkig dat de paus niet verder geraakt is dan de vergissingen van de vroegere westerse vooringenomenheden ten opzichte van het Boeddhisme. Max Weber, de 19de-eeuwse godsdienstsocioloog die meegeholpen heeft om deze vooringenomenheden te scheppen, was immers volkomen fout wanneer hij het Boeddhisme etiketteerde als uitsluitend begaan met persoonlijk heil maar afkerig van betrokkenheid met het welzijn van anderen in de maatschappij.

Anderzijds voel ik me gesterkt door talrijke katholieken die heel wat meer open staan voor Boeddhisme en andere religies. In ditzelfde teken moeten ook wij, boeddhisten, waakzaam zijn ten opzichte van onze eigen bekrompenheid!

(overgenomen uit IBS Newsletter No. 57)

Ekō 65

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home