Ekō, Een shinboeddhistisch periodiekje…

De prehistorie begon eigenlijk reeds in 1955. Het een jaar tevoren opgerichte Centrum voor Boeddhistische Studie en Voorlichting, Vlaamse vertakking van de Mission Bouddhique Belge, moedig gesticht door de Luikenaar Maurice Raymond Kiere, besloot toen naast het Franstalige “Le Sentier”, een Nederlandstalig driemaandelijkse Tijdschrift voor Boeddhisme en Wijsbegeerte te publiceren. Met de meest stuntelige middelen en een mailinglist van nog geen 30 adressen. De eerste drie nummers werden hectografisch geproduceerd; dat betekent dat ze nù zo goed als onleesbaar geworden zijn.

Vanaf augustus 1956 werd Magga - dat was de naam van het “tijdschrift” - gestencild in een rustig stijgende oplage. Het laatste Magga-nummer verscheen mei 1957.

(noot van Fons Martens, bij het klaarmaken van dit Eko-nummer voor het internet, mei 2007: In onze jikoji-archieven vonden we de eerste drie nummers van Magga. Het blijkt een tweemaandelijks tijdschriftje: ze dateren immers van januari 1956, maart 1956 en mei 1956.)

Zoals de naam Magga (Pali voor Skr. marga: de Weg) het al laat horen, lag de begin-inspiratie duidelijk bij de Theravada. Het morele opzet ging trouwens uit van de Engelse monnik Siriñana (bij wie Shitoku in 1954 de Drievoudige Toevlucht had genomen). Nochtans, als men achteraf de zes verschenen nummers overloopt, komt men tot de vaststelling van een groeiende aanwezigheid van Mahayana-materie. Het was vooral een buitengewoon sterke ervaring en een leerschool voor menselijk contact. Toch bleek in de zomer 1957 de onmogelijkheid deze ervaring en deze leerschool voort te zetten.

Zonder ooit zijn boeddhistische overtuiging en inslag te ontkennen of te verbergen, dook Shitoku voor ettelijke jaren onder in letterkundige activiteiten: literaire tijdschriften, dichtbundels, poëzie-avonden, happenings: we waren immers in de 60-er en 70-er jaren!

Maar vanaf 1972 wilde Shitoku zijn boeddhistische activiteit weer opnemen, o.m. door te denken aan een Europees Mahayana tijdschrift - dat er nooit gekomen is. En dan heeft het tot maart 1978 geduurd vooraleer het (in 1977 gecreëerde) Centrum voor Shin-Boeddhisme ertoe overging Ekō als uitgesproken Shinboeddhistisch maar tevens algemeen boeddhistisch (het éne gaat immers niet zonder het andere…) uit te geven. Ekō 1, nog steeds gestencild op een honderdtal exemplaren, vond zo stilletjesaan zijn weg.

Het spreekt vanzelf dat aanvankelijk de meeste artikels overgenomen werden uit Engelse of Japanse publicaties. Daarvan getuigen de auteurs Inagaki Zuiken, Jack Austin, Kenryu T. Tsuji, Zenmon Ohtani Kosho, Inagaki Hisao…

Steunpunt bij deze eerste Ekō-periode was de officiële inhuldiging (06/05/1979) van de Tempel van het Licht van Mededogen (jikōji) te Antwerpen, met een embryonale bibliotheek. Het bestaan van deze infrastructuur (tempel plus tijdschrift plus bibliotheek) en de toch zo regelmatig mogelijke verspreiding van Ekō in België (aanvankelijk was er immers ook een Franstalige samenvatting!) en Nederland zorgden voor de wijdere, zij het ook zeer geleidelijke, bekendmaking van het Reine-Landboeddhisme.

De oplage van Ekō werd gaandeweg verhoogd. Het formaat ging over van een gestencild A4 naar het handigere en ge-offsette A5. De buitenlandse inbreng bleef uiteraard belangrijk, maar de ‘binnenlandse’ artikels zorgden dan voor de toename van het volume.

In 1984 (nr 25) komt de computer een handje toesteken; vanaf maart 1988 (nr 35) verschijnt het gele kaft; we zitten dan op 36 pagina’s: net iets teveel voor het postgewicht, want de verhoogde tijdschrifttarieven verplichten Ekō (vanaf december 1989) terug te vallen op 24 pagina’s, weliswaar zonder tekstverlies, maar door gebruikt van een iets kleiner lettertype.

In september 1991 wordt nr 50 gevierd, met een rood kaft…

En nu zijn we aan nr 66 toe. En dit zal zeker toch niet het laatste nummer van Ekō zijn.

Er zal beslist gehouden worden aan het gratis toezenden van ons tijdschrift aan al wie ernaar vraagt. Hoe het Centrum dat onmogelijke klaarspeelt is in feite redelijk eenvoudig en zeker geen beursgeheim. Geen abonnementen, geen prijs per nummer, zeker geen advertenties, maar gewoon spontane sponsors en even spontane steun van lezers.

Ekō is daarbij geen cultureel Japans-Vlaams tijdschrift. Zonder onze bewondering en soms ook onze verbazing over de Japanse cultuur onder stoelen en banken te willen steken, menen zowel het Centrum als Ekō dat het voor westerlingen een dwaze fout is de eigen cultuur opzij te willen schuiven om Japan en zijn cultuur na te apen. Wat ons écht interesseert is de diepe spiritualiteit van Shinran Shonin, belichaamd in de Jodo-Shinshu en die (a.h.w. bij toeval???) vanuit Japan tot ons gekomen is.

Dit klein stukje historie plus hoop op de toekomst: een groet van Shitoku.

Ekō 66

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home