Jodo-Wasan (2: 7-13)

(Hymnen van het Reine Land)

De nummering die vooraf wordt gegaan door “R” verwijst naar de originele nummering in de Ryukoku-vertaling.

[7] (R9)

Ongeëvenaard is het heldere Bodhi-licht (1);
daarom noemen we Hem “Boeddha Licht van Reinheid” (2).
Eenmaal omvat door dit licht,
worden we, ondanks onze karmische bevlekkingen, bevrijd (3).

(1) Dō-kō: lett. “Pad van Licht”, dō (Ch. tao) verwijst hier naar Bodhi of Verlichting-Wijsheid; m.a.w. het stralen (of de werkzaamheid) van het Licht van Amida’s Verlichting.

(2) Shō-jō-kō: “Licht van Reinheid” is de zesde van de 12 benamingen van Amida. Reinheid zou hier kunnen verwijzen naar de aard waarop de Voortijdelijke Gelofte tot stand kwam en vervuld werd. Zie hieromtrent ook KGSS iv, 13: “Vermits de oorzaak rein is, is ook het gevolg rein.”

(3) Op het moment van Shinjin, m.a.w. op het moment dat we omvat worden door Amida’s licht, wordt de geboorte (= bevrijding) gevestigd of verzekerd. Dit wil echter nog niet zeggen dat de geboorte verwezenlijkt of gerealiseerd is. Dit gebeurt pas op het moment van onze fysische dood. Tussen vestiging en verwezenlijking van de geboorte blijven we bombu, dwaze wezens vervuld van blinde passies. Zo lezen we in KGSS ii, 78: “Welnu, wanneer wij aan boord gaan van het Schip van de Gelofte van Groot Mededogen en varen op de wijde oceaan van het Licht, [d.i. op het moment van Shinjin!] dan waaien zachtjes de winden van Volkomen Deugd en de golven van het kwaad worden omgevormd. Het duister van de onwetendheid wordt doorbroken en wij zullen spoedig het Land van het Oneindige Licht bereiken, dat is het Grote Volkomen Nirvana…”; zie verder ook nog KGSS iv, 1; Shoshinge vers 7.

[8] (R10)

Vèrreikend is het Licht van Mededogen;
Boeddha zegt: “Waar het Licht ook reikt,
daar ontspringt de Vreugde (1) van de Dharma”.
Neem daarom toevlucht in de Grote Vertrooster (2).

(1) Hō-ki: “Vreugde van de Dharma” verwijst hier m.i. niet enkel naar de vreugde die voortkomt uit het horen van de Leer in zijn algemeenheid, maar ook, en vooral, naar het gemoed van Vreugdig Vertrouwen (shingyō) [cfr. de drie gemoedstoestanden, KGSS appendix 4] dat synoniem staat voor Shinjin. In dit verband lezen we: “Daarom, wanneer iemand de ware praktijk en het ware vertrouwen bekomen heeft, dan is er vreugde in zijn gemoed” (KGSS, ii, 71). Lees echter ook KGSS, iii, 1: “De ware moeilijkheid bestaat erin het ware Vreugdige Vertrouwen te verwezenlijken. Waarom is dit zo? Omdat dit verwezenlijkt wordt [enkel) door Tathagata’s Kracht en door de Kracht van de Universele Wijsheid van de Grote Mededogende”.

“Licht van Vreugde” (kangi-kō) is ook de zevende van de 12 benamingen van Amida.

(2) Dai-an’i: “Grote Vertrooster”. An’i (‘vertroosting’ of ‘vertrooster’) is de naam van een boeddha in het Bloemenkranssutra of “Avatamsaka-sutra”. In een randnota vermeldt Shinran dat het om één van Amida’s namen gaat. Amida’s Licht verdrijft namelijk onze zorgen en leed en laat ons vertoeven in een toestand van innerlijke, d.i. spirituele, Vrede. Vertrooster kan dus ook gelezen worden als “Vredebrenger”.

[9] (R11)

Daar hij de duisternis van onwetendheid (1) doorbreekt,
noemen we hem “Boeddha Licht van Wijsheid” (2).
Alle boeddha’s en wijzen van de Drie Voertuigen (3)
prijzen en huldigen hem eensgezind (4).

(1) Mu-myō: lett. “niet-verlichting” of “onwetendheid” (Skr. Avidyā). Verwijst naar de spirituele duisternis of het gemoed dat verstoken blijft van wijsheid. Onwetendheid wordt aldus gezien als primaire oorzaak voor het in stand houden en voortzetten van de cyclus van wedergeboorten (samsara) en het lijden dat daarmee samengaat. Onwetendheid vormt ook één van de hindernissen die ons beletten de Leer te realiseren.

(2) Chie-kō: “Licht van Wijsheid” is de achtste van de 12 benamingen van Amida.

(3) San-jō-ju: “volgelingen van de Drie Voertuigen”. Verwijst naar de traditionele indeling van de Leer in drie voertuigen (Skr. triyāna); het zgn. Srāvakayāna (Toehoorders), Pratyekabuddhayāna (Boeddha op zichzelf) en Bodhisattvayāna (Bodhisattva’s). (zie hierover Shitoku A. Peel: “Overzicht van de Boeddhistische Filosofie”,  pag. 35 e.v.). Volgens het Lotus-sutra zijn de Drie Voertuigen geschikte middelen (upāya kausalya) van het Ene Voertuig (Ekayāna), het Voertuig van de Ware Leer (Saddharma).

(4) verwijst naar de 17de Gelofte.

[10] (R12)

Daar het Licht zonder ophouden schijnt;
noemen we hem “Boeddha Ononderbroken Licht” (1).
Door het horen van de Kracht van dit Licht (2),
verwezenlijken we met ononderbroken gemoed de Geboorte.

(1) Fu-dan-kō: “Ononderbroken of Onophoudelijk Licht” is de negende van de 12 benamingen van Amida.

(2) Mon-kō-riki: betekent letterlijk “Horen van de Kracht van Licht”. ‘Horen’ in dit geval betekent vertrouwen, nl. Vertrouwen in de Heilskracht van Amida’s Licht.

We lezen in Shoshinge 9: “Alle doodgewone mensen, goede of slechte om het even, horen ze de Universele Gelofte van de Tathagata en beantwoorden ze die, hen prijst Boeddha [Shakyamuni] als mensen van groot begrip, elk van hen een witte lotus noemend”.

(3) Shim-pu-dan: samenstelling van shin (gemoed) en fudan (ononderbroken of onophoudend). Eenmaal Shinjin verwezenlijkt is worden we omvat om nooit meer losgelaten te worden, lees o.a. Tannisho hoofdstuk I. In dit verband lezen we ook in de inleiding tot KGSS: “Zolang iemand, in dit huidige bestaan, nog gevat zit binnen het net van twijfels, zal hij blijven rondzwerven voor tienduizenden kalpa’s. Inderdaad waarachtig zijn de ware woorden “omvat en niet losgelaten” en de Ware Leer die ongeëvenaard en wonderlijk is. Laten we [dus] aanhoren en overwegen, en laat ons niet aarzelen te vertrouwen”.

[11] (R13)

Daar Boeddha’s Licht ondoorgrondelijk (1) is,
noemen we hem “Boeddha Onvoorstelbaar Licht” (2).
De verwezenlijking van onze Geboorte bewonderend (3),
prijzen (alle) boeddha’s Amida’s Deugd.

(1) Shiki-ryō: “doorgronden en meten”. Amida’s Licht gaat elk mogelijk menselijk begripsvermogen te boven. In KGSS ii, 100 lezen we: “Met eerbied zeg ik aan eenieder die naar de Geboorte verlangt: de oceaan van het Ene Voertuig van de Universele Gelofte is de vervulling van de hinderloze, grenzeloze, verheven, uitstekende, onverklaarbare, onzegbare en onvoorstelbare volkomenheid van deugd. Waarom is dit zo? Omdat de Gelofte het denken te boven gaat”.

(2) Nan-ji-kō: “Onvoorstelbaar Licht” is de tiende van de 12 benamingen van Amida.

(3) Ojō-tanji tsutsu: “onze verwezenlijking van de Geboorte bewonderend”. Amida is de enige Boeddha die de methode tot verwezenlijking van de Geboorte [Verlichting] voor dwaze, van passies vervulde wezens, heeft gerealiseerd. Daarom wordt hij door alle andere boeddha’s geprezen (zie 17de Gelofte).

[12] (R14)

Daar het vormloze goddelijke Licht (1) onbeschrijflijk is,
noemen we hem “Boeddha Onzegbaar Licht” (2).
Het Licht van degene die een Boeddha werd door de Gelofte van Licht (3)
wordt geprezen door alle andere boeddha’s.

(1) Jin-kō: “goddelijk of majestueus Licht”. Het begrip ‘goddelijk’ in deze context heeft niets te maken met westerse theïstische opvattingen. Het Chinese teken jin heeft hier net als in de term jinzū (Skr. abhijña: buitengewone vermogens) de betekenis van ‘buitengewoon’. Zie verder Tannisho pag. 15, voetnota c.

(2) Mu-shō-kō: “Onzegbaar Licht” is de elfde van de 12 benamingen van Amida.

(3) verwijst naar Amida’s verwezenlijking van de 12de Gelofte: “Indien ik een boeddha word en mijn licht zou niet oneindig zijn, uitstralend over honderdduizenden koti’s van nayuta’s van boeddhalanden, moge ik dan de volkomen verlichting niet verwezenlijken”.

[13) (R15)

Daar zijn Licht stralender is dan zon en maan,
noemen we hem “Boeddha Licht dat Zon en Maan Overtreft” (1).
Sakya’s (2) lofprijzingen kunnen zijn verdiensten niet uitputten.
Neem daarom toevlucht in de Onvergelijkbare (3).

(1) Chō-nichi-gakko: “Licht Stralender dan Zon en Maan” is de laatste van de 12 benamingen van Amida.

(2) Shaka: “Sakya” verwijst naar de clan of familie in dewelke Siddharta Gautama geboren werd, vandaar Shakyamuni, de wijze van de Sakya-clan.

(3) Mu-tō-dō: lett. “gelijk aan het niet-gelijke”. Betekent onvergelijkbaar of weergaloos. Amida wordt zo genoemd omdat zijn verdiensten die van alle andere boeddha’s overtreft.

(wordt vervolgd…)

Ekō 67
Jodo-Wasan

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home