Editoriaal: Verlegen, en wat verveeld…

In onze brievenbussen ‘krijgen’ we - a.h.w. ononderbroken - vlotte literatuur over het gelukkig worden: door gewichtsverlies via Xyz pillen, door versterking van onze seksualiteit via ginseng-dragees, door zaligmakende lectuur van de Jehova-bijbel, door Chinese astrologie, of gewoon door blindelings te geloven wat er in het Belgisch Staatsblad staat.

Maar o jammer - en hoe diep schaam ik me - moeten we tevens vast stellen dat ook ‘boeddhisten’ dit publicitaire spel meespelen: “Buddhism made easy”, oeuvre van een of andere Amerikaanse neo-roshi, een of andere pseudo-lama, een of andere in- en uit- en in-getreden euro-monnik, allemaal in die kwantitatieve drang naar verkoops- of volgelingensucces. Plus (onvermijdelijk) de behoefte om te proclameren dat mijn boeddhisme het boeddhisme is. En dat de behandeling van mijn boeddhisme waarlijk even eenvoudig is als het gebruik van een soepmixer of de bediening van een tv-afstandsbediening (1).

Inderdaad: met wat goede wil kan men het Christendom herleiden tot de ‘eenvoudige’ formulering van het Symbolon van Nicea, wat niet belet dat de HH. Theologen sinds 385 tot en met 1996 C.E. erover blijven peroreren; door velen wordt de Koran gezien als een simpele zij het hard-tonige schriftuur, maar de faylasufs hebben er minstens 7 eeuwen over gedaan om tot een plusminus aanvaardbare definitie van het Godsbegrip te komen… En zo kan men verdere voorbeelden aanhalen.

Maar onze ‘boeddhisten’ maken het zich gemakkelijk. Zij kunnen de hele Dharma in 27 lijnen uitleggen; immers, hoe eenvoudiger iets wordt voorgespeld, hoe méér onmiddellijk succes men kan opstrijken. Denk maar aan politieke slogans…

(1) al moet ik toegeven dat noch een soepmixer noch een afstandsbediening zó doodeenvoudig zijn…

Ik schrijf deze wat wrange opmerkingen naar aanleiding van een catalogus ontvangen van een ‘boeddhistische’ uitgeverij in de V.S. Men vraagt mij te geloven dat in vlot-leesbare boeken van nog geen 80 pagina’s alles wordt duidelijk gemaakt, wat het ‘boeddhisme’ denkt, van consumptie-economie, luchtvervuiling, vrouwenrechten, interplanetaire reizen, abortus, klimaatrisico’s tot en met bijna-dood-ervaringen…

En ik die dacht dat het boeddhisme gaat over het Lijden, de Oorsprong van het Lijden, de Opheffing van het Lijden en het Achtvoudige Pad dat voert naar de Opheffing van het Lijden (excuseer de vele hoofdletters).

Een pak van dergelijke literatuur wordt ook in het Nederlands vertaald en aan de (gemakkelijke) man gebracht. Dat verplicht me wat verlegen maar kritisch rond te kijken.

Wat willen we toch die Amerikanen, Britten, Hollanders enz. lastig vallen - als we zien dat ook de ‘boeddhisten’ in Vlaanderen met diezelfde bekommernissen bezig zijn?

Hoe? Zeg ik echt “Vlaanderen”? De ontsteking tot deze wat lastige rubriek is gekomen van een (ook psychisch zeer volwassen) man, een Waalse boeddhisme-student, die me vertelde dat hij meestal met ‘boeddhistische’ lezingen en met (ook recent verschenen) boeken heel wat last had, doordat ze “peu clairs, plutôt confus et quand même simplistes” waren door te beweren in 50/60 bladzijden de essentie van het boeddhisme te reveleren.

Na dit gesprek, zittend in de nachtelijke trein die me - zoals elke week trouwens - van Charleroi weer naar Berchem reed, moest ik denken aan het fantastische, zij het ook waarschijnlijk legendarische verhaal over de historische Boeddha Gautama, hoe deze na zijn Volkomen Verlichting zich zou afgevraagd hebben of het wel doenbaar was zo een moeilijke lering als de Buddha-Dharma (met de Drie Kenmerken, de Vier Edele Waarheden, de Vijf Groeperingen, de Zes Paramita’s, de Zeven Bodhyanga’s en tel zo maar verder…) in zijn totale zinvolheid te gaan verkondigen aan al die door driften en verdwazingen verblinde wezens. En de grote god Brahm, die vertoefde in zijn hoogste hemel van de Kāma-dhātu, las met zijn hemels oog de vraag van Gautama en haastte zich ijlings naar de Bodhi-boom om de nieuwbakken Boeddha te smeken: “Uit mededogen toch de Leer te verkondigen, ook al was het maar voor die wezens die weinig stof op de oogleden hebben.” En het is vanuit dit Boeddha-Mededogen dat de Verlichte besloot toch het Rad van de Leer in beweging te zetten, ondanks de inherente psychologische (an-ātman!) en de zovele andere moeilijkheden eigen aan de Dharma en diens beleving. En Gautama Shakyamuni stond vanuit zijn meditatiehouding op en trok de wereld tegemoet.

Mijn bedenking hierbij is - vrees ik - ook tamelijk simplistisch: wanneer de historische Boeddha zelf die Leer zo complex, “moeilijk te begrijpen, moeilijk te beleven” vond, hoe moet dan een Nagarjuna (die ons onophoudelijk waarschuwt tegen enkelvoudige conclusies!), een Shinran Shonin (wij kennen maar al te goed zijn talrijke vraagtekens), of zelfs een Dalai Lama of zelfs een best-seller-roshi, daar dan tegenover staan?

Zoals jullie het nu wel weten, ben ik zowat vijftig jaar bezig met het proces van vallen en opstaan dat ‘studie van de Leer’ heet. En ik geef inderdaad toe dat de werken en werkjes die ik over het boeddhisme heb gepubliceerd beslist niet gemakkelijk zijn en van de lezer aandacht (smriti) en inspanning (vyāyāma) eisen.

Noch de Pali-kanon noch de Prajñaparamita-sutra’s, noch Visuddhi-Magga, noch Kyogyoshinsho noch de Werken van Tsong-khapa zijn gemakkelijke lectuur. En toch zijn dit voor de boeddhist noodzakelijke meesterwerken. En als men het soms heeft over zogenaamde ‘gemakkelijke’ werken, als Dhammapadam of Tannisho of Hevajra-tantra, dan moet men toch ook tot de conclusie komen dat ook dààrbij heel wat te denken en te discussiëren valt en dat ook die ‘gemakkelijke’ niet gemakkelijk zijn…

Troost: voor die mensen die toch altijd alles gemakkelijk willen, ben ik zo vrij te verwijzen naar de reclameliteratuur die ze wekelijks gratis in hun bus krijgen of naar de weekendbladen met de vreeeselijke drama’s van prinsessen, popsterren en tv-meisjes en dito-jongens…

Dat belet me niet te blijven volhouden dat de Leer van de Boeddha een ernstige, jarenlange inspanning vereist… zoals voor elk ding dat je moet verdienen.

Tenzij…

Tenzij Amida Buddha je onverhoeds op-pakt en mee-sleurt. Maar dàn moet je wel van het ‘gemakkelijke’ afstappen naar het ‘moeilijke’ - om achteraf te ontdekken dat het ‘moeilijke’ toch gemakkelijk is, en het ‘gemakkelijke’ o zo moeilijk.

‘Gemakkelijk’ en ‘moeilijk’ samengebracht, dàt is Namu Amida Butsu.

Shitoku

Ekō 68

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home