Jodo-Wasan (3: 14-18)

(Hymnen van het Reine Land)

[14] (R1)

Mensen die Oprecht en Waar Vertrouwen verwezenlijken,
wanneer zij Amida’s Naam (1) uiten,
daarbij voortdurend Boeddha’s Weldadigheid indachtig (2),
wensen zij deze te beantwoorden.

(1) Mida no Hyōgō: “Amida’s Naam”. De Naam (Myōgō - Nembutsu) als manifestering van Amida. Volgens Shinran is de Naam “Namu Amida Butsu” en niet, zoals conventioneel, enkel “Amida Butsu”. Namu is hier een noodzakelijke en essentiële component van de Naam. Namu (Skr. namas) betekende oorspronkelijk “toevlucht nemen in”. Voor Shinran echter is het niets anders dan Amida’s roep die de wezens aanspoort vertrouwen te hebben in Amida’s Voortijdelijke Gelofte om zo de Geboorte in het Reine Land te verwezenlijken. In KGSS ii, 34 lezen we: “De term “namu” komt overeen met “ki-myō”. Het teken voor “ki” betekent komen, bereiken, maar verder wordt het ook gebruikt in samenstellingen met de betekenis “vreugdig vertrouwen” (ki-etsu) en “toevlucht zoeken” (ki-sai), waarbij hetzelfde teken staat voor “etsu” en “sai”. Het teken voor “myō” betekent handelen, uitnodigen, doen uitvoeren, lering, pad, vertrouwen, goede schikkingen treffen, oproepen. Daarom is “ki-myō” de aansporing van de Voortijdelijke Gelofte, die ons roept en aanzet tot vertrouwen.”

Over het uiten van de Naam lezen we: “Aldus vernietigt het uiten van de Naam de ganse onwetendheid van de wezens en vervult het geheel van het streven [naar Geboorte] van de wezens. De Naam uiten is de hoogste, uitstekende en uitnemende Ware Handeling. De Ware Handeling is de Nembutsu. De Nembutsu is Namu Amida Butsu.” (KGSS ii, 12)

(2) Okunen: “Zich herinneren, denken aan”. Eénmaal Shinjin verwezenlijkt is men ononderbroken de Boeddha indachtig (of is het andersom?).

[15] (R25)

De wezens in de diverse bestaansvormen (1)
doorheen de 10 richtingen,
[die] Amida’s Naam (2) van Opperste Deugd (3) horen (4),
[en zo] Waar en Werkelijk Shinjin (5) verwezenlijken,
verheugen zich bijzonder om wat zij hebben gehoord (6).

(1) Shou: “diverse bestaansvormen” verwijst hier naar de wedergeboorte in de 25 mogelijke samsarische vormen van bestaan in de 3 “werelden” of “sferen”, nl.: kāma-dhātu (“wereld” van begeerte) waaronder men o.a. hellewezens, demonen, hongergeesten, dieren, mensen en een deel van de goddelijke toestanden rekent; rūpa-dhātu (“wereld” van vorm); ārūpya-dhātu (“wereld” van vormloosheid).

(2) Mina: lett. ‘Keizerlijke Naam’, wordt hier gebruikt als honorificum voor de Myōgō (dé Naam).

(3) Shitoku: “Opperste of Volkomenheid van Deugd”. Deugd (toku; Ch. tèh) dient hier als “Werkzaamheid” van Amida’s Wijsheid/Mededogen gelezen te worden. Zie verder o. a. Tannisho xi.

(4) “Horen”: In KGSS iii, 65 lezen we: “De term ‘horen’ in de sutra-passage betekent dat de levende wezens oorsprong, oorzaak en vervulling van Boeddha’s Gelofte gehoord hebben en niet meer twijfelen. Dat is ‘horen’”.

(5) Shinjitsu Shinjin: “Shinjin van de Ware Werkelijkheid”; “het Ware en Werkelijke Gemoed van Vertrouwen”; het “Gemoed van Vertrouwen in de Ware Werkelijkheid”.

(6) Shomon: lett. “Dat wat wordt gehoord”: verwijst hier naar Amida’s Naam en het belang of de betekenis daarvan, nl. Bevrijding of Geboorte door toedoen van de Ander-Kracht. Het “horen” van de Naam betekent meteen ook de betekenis ervan “begrijpen” en het zich toevertrouwen aan de bevrijdende [Gelofte-]kracht waarvan de Naam de belichaming is.

[16] (R26)

Door toedoen van de Gelofte “zouden [zij] niet aldaar geboren worden”; (1)
is de tijd voor het ontwaken van Vreugdig Vertrouwen (2) aangebroken,
voor degene in wie het Ene Gedachte-moment (3) van Vreugde oprijst,
is de Geboorte met zekerheid gevestigd.

(1) “zouden [zij] niet aldaar geboren worden” verwijst hier naar de 18de Gelofte in totaliteit. Deze luidt: “Indien ik boeddha word en alle wezens in de 10 richtingen die met oprecht gemoed en vreugdig vertrouwen verlangen in mijn land geboren te worden, mijn Naam zelfs maar tienmaal uitsprekend, zouden niet aldaar geboren worden, moge ik dan niet de Volkomen Verlichting verwezenlijken. Met uitzondering evenwel van diegenen die de vijf zware vergrijpen begaan hebben en de Ware Leer beklad hebben.”

In het Grote Sutra (Dai Kyō, ch. i, 10) lezen we dat Dharmakara Bodhisattva het Boeddhaschap verwezenlijkt heeft en zodoende de voorwaarde die aan de Gelofte gekoppeld werd heeft vervuld.

(2) Shingyō: “Vreugdig Vertrouwen” wordt in de 18de Gelofte vermeld als één van de Drie Gemoedstoestanden of aspecten van [Waar] Vertrouwen (de andere twee zijn Oprecht Gemoed “Shishin” en Verlangen naar Geboorte “Yokushō”). Volgens Shinran zijn de Drie Gemoedstoestanden uiteindelijk niets anders dan Amida’s Ene-Gemoed. In KGSS iii, 20 lezen we: “Shingyō is het gemoed van waarheid en oprechtheid, het gemoed van uiterst vertrouwen, vervulling en eerbied, het gemoed van duidelijk onderscheiden en standvastigheid, het gemoed van verlangen, wens en waardering, en ook het gemoed van vreugde en blijdschap, zodat het niet door twijfel besmet is.” Shinran ziet de essentie van de andere twee gemoedstoestanden vervat in de term “Shingyō” en gebruikt deze dan ook als synoniem voor Shinjin; we lezen: “Wanneer men aldus de betekenissen onderzoekt van de ideogrammen die de woorden van de Drie Gemoederen vormen, dan ziet men dat ze het gemoed van waarheid en werkelijkheid zonder enige bevlekking van onwaarheid betekenen, ze zijn het gemoed van oprechtheid zonder bevlekking of bedrog. Zodanig weten we dat ze het gemoed zonder twijfel zijn; vandaar de naam “Shingyō”. “Shingyō” is het Ene-Gemoed. Het Ene-Gemoed is Shinjin” (KGSS iii, 20).

(3) Ichinen kyōki: “Ene-Gedachte-Moment van Vreugde” verwijst in deze context naar het moment van de verwezenlijking van Shinjin. Shinran gebruikt de term “ichinen” echter in meerdere betekenissen:

a) Ichinen als moment: “Het Ene-Gedachte-moment drukt de uiterste kortheid uit van verwezenlijking van het Vreugdig Vertrouwen en [tevens] de grootte en de onvoorstelbaarheid van het blije gemoed.” (KGSS iii, 60)

b) als eensgerichtheid van gemoed: “Eén-Gedachte-moment betekent dat shinjin zonder dualiteit is, Dat wordt het Ene-Gemoed genoemd.” (KGSS iii, 65)

c) Als Ene-Uiting van de Nembutsu na de verwezenlijking van Shinjin.

Over het Ene-Gedachte-Moment lezen we in Shoshinge 7: “Wordt de Ene-Gedachte van vreugde-en-waardering in het gemoed gewekt, ofschoon middenin deze wereld van blinde passies, toch kunnen we het nirvana verwezenlijken.”

[17] (R30)

Wanneer iemand Amida Boeddha’s Naam hoort,
en hem vreugdevol (1) eert en prijst (2),
die iemand verwezenlijkt, begiftigd met de Schat van Verdienste (3),
de Onovertroffen Grote Weldadigheid (4) in één gedachte-moment.

(1) Kangi: “zich verheugen”. ‘Kan’ is het ervaren van lichamelijke vreugde; “gi” is de ervaring van geestelijke vreugde.

(2) Sangō: lett. “prijzen en opkijken naar [een Boeddha]”.

(3) Kudoku no hō: lett. “Schat van Verdienste of Deugd”; in het Grote Sutra lezen we hoe Dharmakara Bodhisattva gedurende ontelbare kalpa’s de bodhisattva-praktijken beoefende en zo een oneindig aantal verdiensten verwierf. Na de verwezenlijking van het Boeddhaschap, m.a.w. na de vervulling van de Voortijdelijke Gelofte, draagt hij deze verdiensten a.h.w. samengebundeld in de Naam over op alle wezens, om hen zo door toedoen van zijn Gelofte-Kracht naar de Uiteindelijke Verlichting te voeren.

(4) Ichinen dairi mujō: “Onovertroffen Grote Weldadigheid in Eén-Gedachte-Moment”. “Ichinen” verwijst hier naar de eerste uiting van de Naam na de verwezenlijking van Shinjin. De “Onovertroffen Grote Weldadigheid” kan zowel verwijzen naar de verwezenlijking van Shinjin als naar de Geboorte in het Reine Land of m.a.w. de Uiteindelijke Verlichting.

[18] (R31)

Ook al is de Grote Chiliokosmos (1) brandende,
hij die de vlammen durft te trotseren,
om Boeddha’s Heilige Naam te horen,
verwezenlijkt voor immer het Stadium van Niet-Terugvallen (2).

(1) Daisen sekai: lett. “Grote Duizend Werelden”. De (Indische) boeddhistische kosmologie stelt dat dit wereldsysteem bestaat uit een centraal gelegen berg Sumeru, omringd door vier continenten, en dat het bewoond is door mensen, hemelse wezens en anderen. 1 000 van deze wereldsystemen vormen een Kleine Chiliokosmos. 1 000 Kleine Chiliokosmossen vormen een Medium Chiliokosmos; 1 000 van deze Medium Chiliokosmossen vormen dan een Grote Chiliokosmos. Vanwege deze drievoudige vermenigvuldiging met 1 000 wordt de Grote Chiliokosmos ook wel de Trichiliokosmos genoemd. Er bestaan overigens nog andere interpreteringen. Het gaat hier evenwel om een metafoor voor de oneindigheid van het Universum.

(2) Futai: lett. “Niet-Terugvallen” (Skr. avaivartika of avinivartanīya) verwijst naar het Stadium van Niet-Terugvallen, d.i. het stadium waarin de Geboorte in het Reine Land gevestigd is, nl. het stadium na de verwezenlijking van Shinjin. Synoniemen voor deze term zijn o. a. “Stadium van de Waarlijk Gevestigden”, “Stadium van Vreugde”, “omvat zijn om nooit meer losgelaten te worden” (zie Tannisho i). Dit werd oorspronkelijk gezien als het stadium in hetwelke de bodhisattva op weg naar de uiteindelijke verlichting het inzicht in de niet-tweeheid realiseerde.

(wordt vervolgd…)

Ekō 68
Jodo-Wasan

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home