Jodo-Wasan (4: 19-24)

Hymnen van het Reine Land

Shinran Shonin - Vertaling en nota’s: Rev. Yuho B. Van Parijs

 

[19] (R67)

Zij die verlangen naar het Reine Land van Vrede en Zaligheid;
maar het Ander-Kracht-Vertrouwen (1) niet verwezenlijken;
Twijfelen aan de Onvoorstelbaarheid van Boeddha’s Wijsheid (2).
Zij verblijven in het Grensland, [het Rijk] van Inertie en Trots (3).

(1) Tariki no shin: lett. ‘het Vertrouwen van de Ander-Kracht’ of ‘Ander-Kracht-Vertrouwen’. Synoniem voor Shinjin. Verwijst naar het Vertrouwen van de 18de Gelofte, m.a.w. het Gemoed van Vertrouwen waarmee Amida de wezens begiftigt. Dit Vertrouwen wordt onderscheiden van het vertrouwen dat resulteert uit de 19de en 20ste Gelofte (resp. het vertrouwen in de meditatieve en niet-meditatieve praktijken, en het vertrouwen in de zelf-krachtnembutsu), omdat deze vormen van vertrouwen nog steeds berusten op eigen berekeningen en inspanningen. Zij “die het Ander-Kracht-Vertrouwen niet verwezenlijkt hebben” verwijst dan ook naar volgelingen van de 19de en 20ste Gelofte.

(2) Bucchi fushigi: ‘Onvoorstelbaarheid van Boeddha-Wijsheid’. Boeddha’s Wijsheid is Oneindig (Amitābha) en gaat elk menselijk voorstellingsvermogen te boven. Het is m. i. juist door het feit dat we ons een beeld trachten te vormen van het onvoorstelbare, dat twijfel ontstaat.

(3) Henji keman: lett. ‘Grensland en [Rijk van] Inertie en Trots’. Is een metaforische omschrijving van de plaats [of gemoedstoestand] waar aspiranten die twijfel koesteren of aan zelfgenoegzaamheid lijden worden geboren. Andere omschrijvingen zijn o.a. het ‘Baarmoeder Paleis’ (Taigu) en de ‘Burcht van Twijfel’ (Gijō).

 

[20] (R68)

Moeilijk is het getuige te zijn van het verschijnen van een Tathagata in de wereld.
Moeilijk is het de leringen(1) van de Boeddha te horen.
Zeldzaam ook, is het de voortreffelijke leringen van bodhisattva’s (2) te aanhoren;
zelfs in ontelbaar vele kalpa’s.

(1) Kyōdō: ‘kyō’ (Ch. ching, Skr. sutra) heeft meerdere betekenissen (o.a. Leerrede) maar betekent hier ‘constante, onveranderlijke regel, maatstaf van gedrag’. ‘Dō’ (Ch. tao, Skr. marga) betekent ‘pad, weg’. Samengevoegd kan ‘kyōdō’ dan zoveel betekenen als ‘het pad dat we dienen te volgen als onveranderlijke gedragsmaatstaf voor alle wezens’.

(2) Bosatsu no shōbō: lett. ‘superieure of voortreffelijke dharma van bodhisattva’s’, verwijst naar de 6 Paramita’s of ‘Volkomenheden’ zoals die door de bodhisattva beoefend worden. Deze zijn de Volkomenheden van Gave, Moraliteit, Geduld, Doorzettingsvermogen, Meditatie en Wijsheid.

 

[21] (R69)

Moeilijk is het een goed leraar (1) te ontmoeten.
Moeilijk ook, is het voor hem te onderrichten.
Ook al is het moeilijk [de Leer] juist te horen;
nog moeilijker is het [er in] te vertrouwen.

(1) Zenjishiki: lett. ‘goede kennis’ (Skr. vibhāvana). Meestal geïnterpreteerd als kalyāna-mitra hetwelk ‘ goede of deugdzame vriend’ betekent. De term wordt gebruikt om iemand aan te duiden die anderen ertoe brengt het boeddhis­tische heilspad te betreden en hen behulpzaam is in het volgen ervan. Hij is als het ware de “vinger die naar de maan wijst”. In het Meditatie-sutra lezen we o.a. “Diegenen die de laagste geboorte in de laagste categorie verwezenlijken, dat zijn de wezens die dergelijke boze daden begaan als de vijf zware vergrijpen en de tien handelingen en bijgevolg door slechtheid bezeten zijn. Gelet op hun onheilzaam karma zouden dergelijke wezens onvermijdelijk terechtkomen in onheilzame geboortes en daar voor talloze kalpa’s een voortdurende doodstrijd ondergaan. Wanneer ze op het punt staan te sterven, ontmoeten ze echter een goede vriend die hen op talloze manieren troost en hun de uitne­mende Leer bijbrengt, waarbij de contemplatie van de Boed­dha. Toch worden deze lieden gepijnigd door de onmogelijkheid aan de Boeddha te denken. Daarop geeft de goede vriend hun deze raad: “Indien gij echt niet kunt mediteren, reciteer dan de naam van de Boeddha Oneindige Leven.”

 

[22] (R70)

Moeilijker nog dan te vertrouwen in om het even welke lering uit Boeddha’ s levenslange onderricht (1),
is het [verwezenlijken van het] Vreugdig Vertrouwen van de Universele Gelofte (2).
“Het meest moeilijke van alle moeilijke dingen”, zegt het sutra (3),
“Niets is moeilijker dan dit”, stelt het (3).

(1) Ichidai shokyō: lett. ‘één-levensduur leringen’, verwijst naar de verschillende leringen die Shakyamuni Buddha tijdens zijn leven heeft verkondigd.

(2) Gugan no Shingyō: het ‘Vreugdige Vertrouwen van de Universele Gelofte’. In brede zin verwijst de Universele Gelofte (‘Universeel’ omdat ze alle wezens omvat) naar de totaliteit van Amida’s 48 Geloften. Specifiek echter verwijst het naar de 18de Gelofte, ook wel de Voortijdelijke of Oorspronkelijke Gelofte genoemd. Het Boeddhisme gaat traditio­neel uit van de eigen inspanningen of ‘zelfkracht-praktijken’ (jiriki) van de adept om het heil te verwezenlijken. Dit stemt enerzijds overeen met onze overtuiging dat we het heil “dienen te verdienen”, anderzijds met het vertrouwen dat we stellen in ons eigen (lees: ego-) ‘kunnen’ of ‘zelfkracht’, en is daarom ‘makkelijker’ aanvaardbaar als weg. Anders is het gesteld met het Vertrouwen zoals dat verkondigd wordt binnen de Jodo-Shinshu. Dit Vertrouwen, dat volkomen gebaseerd is op Amida’s Ander-Kracht (Tariki), houdt de negatie in van alle zelfkrachtpraktijken en -berekeningen, wat volledig indruist tegen onze eigen impulsen. Het kan daarom terecht als “meest moeilijke van alle moeilijke din­gen” omschreven worden.

(3) Tokitamai, nobetamō: ‘stellen, zeggen’ verwijst hier naar het Grote Sutra of Dai-kyō.

 

[23] (R71)

Boeddha worden door [toedoen van] de Nembutsu is de Ware Lering (1).
Het verrichten van veelvuldige praktijken en goede daden (2) is de Tijdelijke Poort.
‘Geschikt’ van ‘Werkelijk’ en ‘Waar’ van ‘Tijdelijk’ niet onderscheidend (3);
kent men nooit [het Pad naar Geboorte in] het Reine Land van Natuurlijkheid (4).

(1) Shinshu: ‘Ware Lering’. Heden ten dage wordt deze term gebruikt als aanduiding voor de ‘school’ (shu) die voortkomt uit Shinrans overdracht (Jodo-Shinshu of ‘Ware School van het Reine Land’). Shinran echter had helemaal niet de bedoeling een nieuwe ‘school’ te stichten. Hij gebruikte de term net als Shantao in de zin van ‘Ware Lering’ of ‘Ware Bedoeling’, m.a.w. de visie dat Geboorte in het Reine Land enkel nog verwezenlijkbaar is via de Ander-Kracht, de leer zoals hij die onderricht had gekregen door Honen (cfr. Jikoji-cursus Jodo-Shinshu na Shinran). In KGSS i, 2 lezen we: “Wat betreft de Ware Lering, zie ik dat er in het Grote Sutra van de Boeddha Oneindig Leven het volgende de bedoeling is: Amida Buddha vestigde de Onver­gelijkbare Geloften en opende hiermee wijddeurs de dharma­-opslagplaats, en uit mededogen met de kleine, gewone mensen verkoos hij de schat van werkzaamheid en stortte die over hen uit; voorts [zegt het sutra dat] Shakyamuni in deze wereld verschenen is om de leringen van dit Pad uiteen te zetten, met de bedoeling de grote menigte [der wezens] tot het heil te brengen door ze te begiftigen met de ware en werkelijke weldadigheid. Daardoor is Tathagata ‘s Voortij­delijke Gelofte de ware bedoeling van het Sutra en is Boed­dha ‘s Naam er de essentie van.”

(2) zgn. ‘meditatieve’ en ‘niet-meditatieve’ praktijken beho­ren tot het bereik van de 19de Gelofte. Deze praktijken zijn niet in overeenstemming met het Vertrouwen van de 18de Gelofte en worden daarom bestempeld als ‘tijdelijk’ (d.i. ‘variabel’).

(3) Gonjitsu shinke: lett. ‘ geschikt, werkelijk, waar, tijde­lijk’. ‘Gon’ en ‘ke’ worden hier gekoppeld en verwijzen naar de ‘Geschikte en Tijdelijke leringen’ van het Pad der Wijzen (Shodomon). ‘Shin’ en ‘jitsu’ worden eveneens ge­koppeld en verwijzen naar de ‘Ware en Werkelijke Lering’, d.i. de Leer zoals die verkondigd wordt in het Grote Sutra. Lees omtrent deze problematiek KGSS hoofdstuk vi.

(4) Jinen no Jōdo: lett. ‘Het Reine Land van Natuurlijk­heid’ of ‘Het Reine Land dat Natuurlijkheid is’. Amida’s Reine Land wordt zo genoemd omdat het identiek is aan de ongeconditioneerde of natuurlijke staat of m.a.w. aan de ‘Zo-heid’. Voor verdere informatie omtrent Jinen, lees Shitoku A. Peel, Filosofie en Mystiek van de Jodo-Shinshu, p. 146-154.

 

[24] (R72)

De wezens verblijven reeds lange tijd
binnen de voorlopig geschikte middelen van het Pad der Wij­zen (1).
[Zo] steeds weer wedergeboorte ondergaand in de verschillen­de bestaansvormen.
Neem [daarom] toevlucht in het Ene Voertuig van de Mededo­gende Gelofte (2).

(1) Shōdōmon: lett. ‘Pad der Wijzen’, slaat terug op de weg naar de Verlichting door toedoen van zelfkrachtpraktijken. Hiermee worden alle boeddhistische scholen bedoeld die zich niet beroepen op Amida’s Ander-Kracht Lering of het ‘Pad van het Reine Land’ (Jōdomon). De indeling van de Leer in Shodomon en Jodomon werd ingevoerd door Tao-ch’o (562-­645), vierde Patriarch van de Jodo-Shinshu.

(2) Higan no ichijō: het ‘Ene Voertuig van de Mededogen­de Gelofte’. Verwijst naar de Leer van de Voortijdelijke Gelofte. Amida’s Oorspronkelijke Gelofte van Groot Mede­dogen is het enige (‘ene’) voertuig waarmee we de woelige oceaan van Geboorte-en-Dood kunnen oversteken. In KGSS ii, 84 lezen we: “Het Ene Voertuig is het Grote Voer­tuig; het Grote Voertuig is het Boeddha-Voertuig. Wie het Ene Voertuig verwezenlijkt, verwezenlijkt de Verheven Vol­maakte Verlichting. […J Het Ene Voertuig is het Voertuig van het Grote Ene Beginsel. Het verwijst uitsluitend naar het Ene Boeddha-Voertuig van de Gelofte”.

Ekō 69
Jodo-Wasan

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home