Fundamentalisten & Co

De recente catastrofe met de TWA vlucht 800 nabij New York, de bommen te Atlanta om de Olympische Spelen te storen, de schiet- en bompartijen in Algerije of Palestina, dat zijn zowat de huidige topics die we aan ‘terroristen’ toeschrijven. En die terroristen pakken uit met een ‘religieuze’ of ‘ideologische’ motivering. Ze beroepen zich daarbij op dogmatische leersystemen: ze zijn ‘fundamentalisten’. Hun leersysteem moet desnoods met geweld en vergieten van onschuldig bloed het enige en absolute ‘fundament’ vormen voor geheel de menselijke maatschappij.

En wij zeggen: het zijn volgelingen van de Religies van het Boek, en dus spreken we over ‘christelijke’ fundamentalisten (met hun Bijbel), over ‘joodse’ fundamentalisten (met hun Tenach), over ‘islamitische’ fundamentalisten (met hun Koran). En wij, boeddhisten, wassen onze handen in het water van onze onschuld…

Het is m.i. wel wat simpel zo een fundamentalistisch terrorisme in Abrahams schoenen te schuiven… Of vergeten we India (waarin wij Gandhi’s ahimsa projecteren!) met zijn gewelddadige Ram-militanten. Of denken we liever niet aan Sri Lanka, waar (boeddhistische!) monniken oproepen voor een gewapende strijd tegen de Tamil minderheid?

Ikzelf heb sedert zowat 50 jaar mordicus volgehouden dat het Boeddhisme alle geweld afzweert, dat er geen boeddhistische godsdienstoorlogen noch vervolgingen geweest zijn, dat boeddhistische wijzen en verantwoordelijken niet enkel gestreefd hebben naar geweldloosheid, maar nadruk hebben gelegd op de vier Brahmavihara: al-liefde - mededogen - medevreugde - gelijkmoedigheid. Maar zo een beetje godsdiensthistoricus heb ik toch altijd geweten dat ook ‘boeddhisten’ al eens slippertjes maakten: voor die éne Ashoka telt de geschiedenis honderden koningen, generaals, kloosteroversten die oorlogen gevoerd en wreedheden gepleegd hebben… Maar, meende ik, boeddhisten zijn ook maar mensen met hun oerdiepe drang naar agressie. En de Drie Vergiften die het lijden veroorzaken - begeerte, aversie, verdwazing - tekenen ook de boeddhistische mensen…

Toch is er méér. Er zijn ook ‘boeddhistische’ leersystemen die ‘fundamentalist’ zijn, ook behoren tot religies van Het Ene Boek, ook al is dit in casu het prachtige Lotus-sutra. Men kan vaststellen dat volgelingen van religies van een Boek, meestal dat Boek niet echt lezen, maar het gebruiken als een wapen. Zo zijn er in het Japanse Boeddhisme stromingen die van hun Boek enkel de titel hanteren, maar niet de leringen die het Boek onderricht. Ik herhaal het: het Lotus-sutra is een wondermooi, interessant basisboek voor geheel het Mahayana. Maar wat sommige stromingen ermee aanvangen is - op zijn minst - vreemd. Want ze projecteren in dit sutra onverdraagzaamheid, agressie, elitarisme, exclusivisme.

Nu ter zake. Sommigen onder ons ontvingen een eerste nummer van een nieuw tijdschrift. Het is weliswaar Engelstalig, maar toch gepubliceerd in West-Vlaanderen. Praktisch gezien is het niet helemaal in orde met de wetgeving: er wordt geen ‘verantwoordelijk uitgever’ noch ‘drukker’ in vermeld. Er is geen ISSN-nummer en (merkwaardigerwijze…) geen enkel artikel is ondertekend.

Naar aanleiding van losse citaten uit de werken van Nichiren wordt dwang, geweld, moord en brandstichting aangeprezen; de niet-Nichiren-getrouwen worden false priests and leaders genoemd, gewoonweg parasites.

Enkele passages lichten de sfeer van dit tijdschrift toe. We laten ze in het Engels in de overtuiging dat onze lezers toch wat met die taal vertrouwd zijn.

“In the Rissho Ankoku Ron Nichiren outspokenly urged repression of all other sects.”

(In de hedendaagse ultrarechtse militante Soka-Gakkai wordt deze repressie overigens uitgebreid tot alle andere religies en/of wereldbeschouwingen.)

“If we cleanse the kingdom of the teaching of these bandits, then Japan will be transformed into a Buddhist utopia.”

“The Amidists whose faith was singled out by Nichiren for criticism as ‘heretical, evil teaching’ and ‘slander of true Buddhism’ soon learned of this treatise that suggested that their faith be outlawed.”

“As Nichiren’s anxiety grew over the impending Mongol invasion, he began to encourage shakubuku, conversion through coercion (= bekering onder dwang!)… If necessary people must be driven by fear to the Lotus Sutra…”

“Among the misdeeds that Nichiren was accused of in his trial just before Tatsu-no-kuchi were:
1) teaching that all other sutras except the Lotus Sutra were useless in finding salvation
2) teaching that the precepts were deceptive and led to rebirth in hell
3) teaching that Zen practices would only increase the burden of bad karma
4) teaching that the nembutsu would lead to rebirth in hell
5) burning images of Amida and Kannon and tossing other images into the river
6) harboring a band of rebels and gathering weapons and going about armed.

Evidently Nichiren’s disciples were translating his words into action… Nichiren did not deny any of the charges. In fact, he insisted that even bearing arms was necessary in order to defend the Lotus Sutra.

Taken before Taira Yoritsuna, Nichiren announced: ‘In casting me aside, Japan throws down its pillar of support… all the nembutsu and Zen temples should be burned to the ground and their priests beheaded…’.”

Hiermee zijn we verwittigd: als Jikoji uitbrandt en ik mijn hoofd verlies, dan weten we waar zoeken…

Maar ook ‘eigen volk’ wordt niet gespaard:
“Some of those who seemed to believe me have become doubters… Such hypocrites will burn in the deepest hell longer than the Amidists…”

Het is niet met plezier dat ik dit allemaal aanhaal. Ik moet bekennen dat ik hierbij schaamte gevoel, een verdriet over hoe pijnlijk de Leer van de Boeddha misbruikt wordt. Maar anderzijds voel ik me verplicht - al is het tegen mijn zin - deze situatie te vermelden. Want hoe kan dergelijke taal nog ‘boeddhistisch’ genoemd worden?

Om terug vrijere lucht te kunnen ademen, wil ik als contrast nu met heel enkele uitspraken van Shinran uitpakken. In zijn behandeling van de 19de en 20ste Geloften (KGSS vi), neemt Shinran alle boeddhistische leringen en stromingen op als ‘geschikte middelen’ die uiteindelijk toch zullen voeren naar de 18de Gelofte en Geboorte in het Reine Land.

“Daarom moet gij het onderricht van andere Boeddha’s [dan Amida] niet kleineren, noch de lieden die andere goede werken dan de nembutsu verrichten. Noch zoudt ge diegenen die de nembutsu-mensen minachten en belachelijk maken, moeten bekladden; ge zoudt veeleer voor ze mededogen en bezorgdheid moeten hebben.” (Mattosho 2)

Ook Rennyo Shonin, op heel wat plaatsen in zijn Gobunsho (Brieven):

“Spreek geen kwaad van andere leringen en andere scholen.” (II, 3)

“Het is een grote vergissing kwaad te spreken van andere scholen en andere leringen. De reden hiervoor werd lang geleden uiteengezet in de Drie Reine-Landsutra’s.” (III, 10)

Men kan zich moeilijker een groter contrast voorstellen ten opzichte van de teksten uit het Westvlaams-Engels tijdschrift. Ik kan me overigens dergelijke uitspraken moeilijk situeren in een boeddhistische context. Noch de Vier Edele Waarheden noch de Vijf Moraliteiten noch de Zes Volkomenheden noch de Zeven Elementen ter Verlichting noch het Edele Achtvoudige Pad noch de Brahmavihara noch zelfs het Lotus Sutra zelf kunnen tot zo een literatuur aanleiding geven. Het is me duidelijk dat deze literatuur alleen kan ontspruiten uit een geest van verbittering, van diepe wrevel, van onvrede en onrust.

De Leer van de Boeddha, waartoe toch ook het Lotus-sutra behoort, is een lering van begrip en verdraagzaamheid, zowel naar binnen als naar buiten (ksanti). Bijgevolg kan ik het blad Hokkekai Messenger absoluut niet als een expressievorm van Boeddhisme beschouwen.

Namu Amida Butsu.

Ekō 70

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home