Editoriaal - Bekeringsijver?

Het is niet altijd gemakkelijk de Leer van de Boeddha aan te pakken en te verkondigen in onze Europese omgeving. In Jikoji zijn we met enkele mensen die soms tot zes lezingen per week (moeten) waarmaken. Dat is op zich al een fulltime job.

Daarbij stelt zich uiteraard de moeilijke vraag: heeft het écht zin, waarvoor zijn die toehoorders écht vatbaar? Praten we niet naast de zaak? Gelukkig is het toch zo dat we van nature uit niet aan ‘bekering’ denken: dat is immers niet onze zaak.

Wel blijft de vraag hangen: hoe zijn we doeltreffend, waarmee bekomen we een nuttige response? Door in te spelen op een of andere actualiteit die de goegemeente bezighoudt? Door de zaken zo simplistisch mogelijk voor te stellen (denk aan ‘Buddhism made easy’ waarover we het vroeger al hadden) dat iedereen ze ‘begrijpen’ kan? of: Word boeddhist en al je problemen zijn zó opgelost…

Of via de moeilijke weg: indrukwekkend intellectualistisch-analytisch-dialectisch de pratitya samutpada of het Edele Achtvoudige Pad op een complexe denk-schotel te presenteren. Of warm-emotioneel te praten over de vier Brahmavihara: al-liefde, mededogen, mede-vreugde, gelijkmoedigheid. Of vanuit een mystieke hoogte (b.v. de Gierenpiek te Rajagriha…) te sermoeneren over de Zes Prajñaparamita.

Er is echter een dwingende natuurwet: alles moet zijn natuurlijke gang gaan. Tzu-jan, zei reeds mijn intieme vriend Chuang-tzu, - en Shinran (1 500 jaar later!) onderlijnde jinen-honi als de drijfkracht achter de Leer, achter de Ander-Kracht, achter de Ware Werkzaamheid van het Grote Mededogen.

Als het écht zó is, hoeven we dan nog wel over de Leer te praten? Zouden we niet liever met een fles lekkere sake en wat sushi’s onder een rode plataan zitten wachten op de komst (raigo) van Tathagata?

De andere oplossing is dat we de straat optrekken, als een soort Getuigen van Amida, met een Kuya dansend op de Antwerpse Vogeltjesmarkt?

Wat mij betreft, ik geloof in geen van beide mogelijkheden (of ‘onmogelijkheden’?). De historische Boeddha, hierin nagevolgd door o.a. Nagarjuna, hield het bij een ‘midden’-oplossing: hij liet de mensen tot zich komen, hij was beschikbaar, hij luisterde, maar maakte geen drukte.

Recente ervaringen hebben uitgemaakt dat er een stijgende belangstelling voor het Boeddhisme bestaat. Merkwaardig genoeg, in het bijzonder vanuit religieuze of didactische strekkingen die hun doctrine-gebouw voelen instorten onder de druk van de tegenwoordige secularisatietendensen. Anderzijds beseffen we maar al te goed dat er in deze situatie iets kunstmatigs, iets geforceerds aanwezig is. We realiseren geleidelijk aan hoe groot de afstand, hoe breed de gaping is tussen een zichzelf de-construerende godsdienst en de lokking van een nog steeds bloeiende, nieuw-gereveleerde, religieus verrijkende spiritualiteit.

Laten we ons bijgevolg geen illusies voorspiegelen. Het zit er momenteel écht niet in dat Europa bij de volgende generatie boeddhist, laat staan Shinboeddhist zal geworden zijn.

Een inplanting van het Boeddhisme vraagt eeuwen aanpassing, worden tot, evolueren naar… Kijken we naar China, naar Japan, naar Tibet: hoeveel tijd heeft het niet gevraagd eer de Leer er als inheems aansprekend kon ervaren worden? En nog sterker zal dit het geval zijn met Europa en/of Noord-Amerika, waar de sociopsychologische instelling (die vreselijke [calvinistische?] egoassertiviteit…) nog heel wat dreigender overkomt dat het ooit in Aziatisch verband geweest is.

Dat betekent evenwel niet dat wij ons bij deze moeilijkheid moeten neerleggen. Het Shinboeddhisme is immers precies die boeddhistische stroming die zich, dank zij haar lekeninslag (Shinran: “Ik ben noch monnik noch niet-monnik…”), zich het best kan inleven in de Europese cultuur.

Maar daarvoor zal dan ook weer wat tijd nodig zijn. Dus: festina lente, haast je langzaam.

Namu Amida Butsu.

in gassho, Shitoku

Ekō 71

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home