Jodo-Wasan (6: 33-40)

Hymnen van het Reine Land

Shinran Shonin

Vertaling en nota’s: Rev. Yuho B. Van Parijs

[33] (R16)

De Heiligen [aanwezig] tijdens Amida’s Eerste Prediking (1);
Waren met meer dan men ooit zou kunnen tellen.
Zij die verlangen naar het Reine Land zouden allen
Toevlucht moeten zoeken in de Grote Verzameling (2).

(1) Shoe: ‘Eerste Prediking’: volgens het Grote Sutra was het aantal aanwezige sravaka’s en bodhisattva’s tijdens Amida’s Eerste Prediking, d.i. na Amida’s Verwezenlijking van het Boeddhaschap, ontelbaar.

(2) Kōdaie: ‘Grote Verzameling’: Amida wordt ook wel eens de Grote Verzameling genoemd, dit vanwege het onmeetbaar grote gevolg van heiligen aanwezig tijdens de Eerste Prediking. Uit deze benaming van Amida blijkt duidelijk de niet-tweeheid tussen Amida en de wezens in het Reine Land.

 

[34] (R17)

Ontelbare Grote Bodhisattva’s (1) in het Land van Vrede en Zaligheid (2);
Verwezenlijken het Stadium van de Ene Geboorte voor het Boeddhaschap (3).
Door te vertrouwen op Samantabhadra’s (4) Deugd,
Redden zij zonder twijfel de mensen in deze wereld van verdorvenheid.

(1) Daibosatsu: lett. ‘Grote Bodhisattva’ is equivalent met ‘Groot Wezen’ (Skr. mahāsattva); beide termen zijn synoniemen en worden dan ook dikwijls in combinatie met elkaar gebruikt; zo spreekt men van mahasattva bodhisattva, waarbij we mahasattva dan kunnen zien als ‘qualifier’ met betrekking tot het verwezenlijkte bodhisattva-stadium.

(2) Anraku: lett. ‘Vrede en Zaligheid’ staat hier natuurlijk als synoniem voor het Reine Land.

(3) Isshō-fussho: betekent letterlijk ‘nog gebonden zijn’ aan één geboorte [vooraleer boeddha te worden] (Skr. ekajāti-pratibaddha). Verwijst naar het laatste bodhisattva-stadium voor de verwezenlijking van het Boeddhaschap. In het Grote Sutra lezen we in de 22ste Gelofte: “Indien ik boeddha word, komen alle bodhisattva ‘s van alle andere boeddhawerelden naar mijn land en verwezenlijken er onvermijdelijk het hoogste stadium, dat van de Ene Geboorte voor het Boeddhaschap…”

(4) Fugen: ‘Samantabhadra’: ook hier zien we weer een verwijzing naar de 22ste Gelofte: “[… ] Uitgezonderd evenwel die bodhisattva’s die op grond van hun voortijdelijke gelofte zich inzetten voor het heil van alle wezens, die het harnas van de universele gelofte aantrekken, wortels van verdienste verzamelen, alle wezens uit geboorte-en-dood bevrijden, de boeddha-werelden bezoeken om er de bodhisattva-praktijken te beoefenen, alle Boeddha- Tathagata’s van de tien richtingen huldigen, wezens ontelbaar als de zandkorrels van de Ganges tot verlichting brengen en ze vestigen op het hoogste, juiste, ware pad; wier werkzaamheid verder reikt dan die van de gewone bodhisattva ‘s, tot in de volmaaktheden van Samantabhadra toe.” Samantabhadra wordt hier gezien als de belichaming van Groot Mededogen, of beter als de perfectie, de volkomenheid van beoefening van Groot Mededogen. In deze zin representeert hij de werkzaamheid van alle bodhisattva-praktijken.

 

[35] (R18)

Voor het heil van de wezens in de tien richtingen;
Verzamelen zij (1) [de verdiensten van] Tathagata’s Leer-Bewaarplaats (2),
En brengen hen ertoe te vertrouwen op de Universele Gelofte (3).
Neem toevlucht in het Oceaan-Grote-Gemoed (4).

(1) nl. de bodhisattva’s waarvan sprake in de vorige wasan.

(2) Hōzō: (Skr. Dharmākara) lett. ‘Dharma-Bewaarplaats’ of ‘Dharma-Opslagplaats’, heeft hier de betekenis van de totaliteit van alle verdiensten en werkzaamheid van de Dharma of de Leer als Ultieme Waarheid (saddharma). Dharmākara is echter ook de naam van de bodhisattva die we kennen uit het Grote Sutra als causale staat van Amida, zie o.a. Shoshinge vers 1.

(3) Hongan Guzei: lett. ‘Universele Voortijdelijke Gelofte’ verwijst hier naar de totaliteit van Amida’s Gelofte(-n), en in het bijzonder naar de 18de Gelofte.

(4) Daishinkai: lett. ‘Groot-Gemoed-Oceaan’: de term ‘Oceaan’ geeft ons hier een aanvoelen van de diepte en uitgestrektheid van Amida’s Mededogen. Shinran gebruikt de term ‘oceaan’ veelvuldig in zijn werken, en dit zowel in betrekking tot Amida, o.a. als ‘Schatten-oceaan’, ‘Oceaangrote Gelofte’, ‘Oceaan van het Licht’, de ‘Oceaan van het Ene Voertuig van de Voortijdelijke Gelofte’, ‘Oceaan van het Grote Vertrouwen’, enz.; als in betrekking tot de wezens, o.a. ‘oceaan van de lijdende wezens’, ‘grote oceaan van begeertes’, ‘oceaan van onwetendheid’, enz. Men zou zich de vraag kunnen stellen of het hier om verschillende ‘oceanen’ gaat of om één oceaan…

 

[36] (R19)

Avalokitesvara en Mahasthamaprapta (1) verlichten samen
de wereld met Mededogend Licht (2);
Om de [door karmische oorzaken en omstandigheden] gebonden (3) wezens te redden,
rusten zij zelfs geen moment.

(1) resp. Kannon en Seishi: de twee bodhisattva’s die resp. Boeddha-Mededogen en Boeddha-Wijsheid belichamen. Iconografisch worden zij links en rechts van Amida afgebeeld.

(2) Jiko: ‘Licht van Mededogen’

(3) Uen: lett.’omstandigheden of relaties hebbend’. De vertaling hier is niet helemaal duidelijk. De Chinese karakters kunnen teruggebracht worden naar de Sanskriet-termen bhāva (Ch. u) en pratyaya (Ch. en), resp. ‘wordingsdrang’ en ‘oorzakelijke omstandigheid’. Beide termen samen geven echter een ander beeld: in Soothill’s Dictionary of Chinese Buddhist Terms lezen we: “those who have the cause, link or connection; i. e. are influenced by and responsive to the Buddha”; in Mathews Chinese/English Dictionary lezen we: “having an affinity, bound to mee, in sympathy with”. De RTS-vertaling geeft “those who are related”; de SBTS-vertaling geeft “those with mature conditions”. ‘Gebonden’ kan dus ook gelezen worden als ‘verbonden’. Het onderscheid (als er al een is…) ligt m.i. in het aanvoelen of in het standpunt dat men inneemt, m.a.w. ‘gebonden’ wanneer we het uit het standpunt van de lijdende wezens beschouwen, d.i. de ervaring van het zich gebonden voelen aan de karmische wetmatigheid, of ‘verbonden’ gezien vanuit het Boeddha- of bodhisattvastandpunt: nl. vanuit de Universele Gelofte waarin het eigen heil ‘verbonden’ wordt aan het heil van alle wezens. Uiteraard zijn er meer interpretaties mogelijk…

 

[37] (R20)

Zij die naar het Land van Vrede en Zaligheid gegaan zijn,
Keren terug (1) naar de kwade wereld van de vijf verwordenheden (2),
Net zoals Shakyamuni Buddha,
Zijn zij de wezens eindeloos weldadig.

(1) Kaeri: ‘terugkeren’. Dit dient gezien te worden in het licht van Amida’s Verdienste-Overdracht (ekō). Geboorte in het Reine Land houdt volgens Shinran immers de terugkeer naar de wereld van bevlekkingen in, dit in volledige overeenstemming met het bodhisattva-ideaal, en met de visie omtrent de niet-tweeheid van Nirvana en Samsara. In KGSS IV, 16 lezen we: “De Ronchū zegt: ‘Het aspect van Terugkeer betekent dat men, na de Geboorte in het Reine Land en de volkomenheid van meditatie, contemplatie en kracht van geschikte middelen [verworven hebbend], terugkeert naar het dichte woud van samsara en alle wezens tezamen leidt op de weg naar het Boeddhaschap. Zowel Gaan als Terugkeren zijn er om de levende wezens te bevrijden uit de oceaan van samsara…’.”

(2) Gojoku: ‘Vijf Verwordenheden’ (Skr. pañca-kasāya): verwijzing naar de vijf kenmerken van verval en corruptie in dit Mappō-tijdperk, deze zijn: (a) de verwordenheid van de tijd, m.a.w. een tijdperk dat gekenmerkt wordt door calamiteiten; (b) de verwordenheid van inzichten; (c) de verwordenheid door blinde passies en driften; (d) het verval van lichaam en geest van de levende wezens; (e) de inkorting van de levensduur.

 

[38] (R21)

Hun vrij gebruik van wonderbare kracht (1),
Kan door niemand ooit doorgrond of gemeten worden.
Met onvoorstelbare deugd zijn zij begiftigd.
Neem toevlucht in de Meest-Eerbiedwaardige (2).

(1) Jinriki: lett. ‘wonderbare, goddelijke, onvoorstelbare kracht’: In KGSS IV, 17 lezen we hier omtrent: “… Door de wonderbare kracht van deze concentratie, kunnen ze, in één gedachtemoment, terwijl ze op één plaats blijven, overal in alle werelden in de tien richtingen tegelijkertijd aanwezig zijn en hulde brengen aan alle boeddha’s en aan de oceaan der wezens in het grote gezelschap van alle boeddha’s. Ze kunnen zelfs in de ontelbare werelden waar noch Boeddha noch Leer noch Gemeenschap is, zichzelf manifesteren in talloze vormen om alle wezens te onderrichten, te leiden en tot bevrijding te voeren, aldus de boeddha-taak vervullend. [… ]”

(2) Mujōson: ‘Meest Eerbiedwaardige’ refereert naar Amida.

 

[39] (R22)

In het Land van Zaligheid, bezitten sravaka’s, bodhisattva’s, mensen en goden (1) een uitmuntende Wijsheid;
Hun tooiselen en fysieke kenmerken zijn alle éénvormig.
Net als in andere werelden (2), bestaan [ook] hier deze benamingen (3).

(1) Ten: lett. ‘hemel’ wordt hier gebruikt als afkorting voor ‘Tennin’ (‘hemelwezens’ of ‘goden’) (Skr. deva).

(2) Tahō: lett. ‘andere richtingen’ refereert naar andere werelden of landen dan het Reine Land, en meer bepaald naar deze wereld.

(3) Omtrent de benamingen ‘mensen’ en ‘goden’ lezen we: “De woorden ‘mensen’ en ‘goden’ worden enkel gebruikt omdat ze in andere omstandigheden zo gebruikt worden” (KGSS IV, 5).

 

[40] (R23)

Sereen is hun onvergelijkbaar aangezicht;
In tegenstelling tot deze van mensen en goden zijn hun vormen uitmuntend;
Hun lichamen leeg en grenzeloos (1).
Neem toevlucht in de Gelijkmakende Kracht (2).

(1) Komu shi shin mugoku tai: lett. ‘Lichaam van leegheid, lichaam van grenzeloosheid’. ‘Komu’ en ‘Mugoku’ beschrijven hier ook de ‘kenmerken’ van Nirvana. Over deze en vorige wasan lezen we verder in KGSS IV, 5: “De Sravaka’s, Bodhisattva’s, goddelijke en menselijke wezens bezitten er verheven en schitterende wijsheid en hun wonderbaarlijke krachten zijn tot realiteit geworden. Alle wezens zijn éénvormig, zonder enig verschil in uitzicht. (…) Hun expressie is waardig en wonderlijk; niets in deze wereld is daarmee vergelijkbaar. Hun voorkomen is subtiel en onbeschrijfbaar, niet zoals dat van mensen of goden. Hun lichaam is dat van Zoals-het-is-heid en Leegheid; het is grenzeloos. [… ]”

(2) Byōdōriki: ‘Gelijkmakende Kracht’ of ‘Kracht van Gelijkheid’: Amida wordt zo genoemd omdat Zijn Kracht de wezens die in het Reine Land geboren worden in staat stelt de Ultieme Gelijkheid te verwezenlijken.

Ekō 71
Jodo-Wasan

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home