De Drievoudige Wijsheid van Luisteren, Overwegen en Handelen (2)

Myoukai R. Franck

2. Overwegen

Met overwegen wordt bedoeld het nadenken over hetgeen men gehoord of gelezen heeft, het laten bezinken, het grondig nagaan en afwegen tegen de eigen ervaring. De Leer van de Boeddha is immers én kennisleer, én heilsleer én ervaringsleer. Maar er is eveneens de dwingende noodzaak dat we dat doen in een geest van kritische zelfreflectie.

2.1 sleutels

Boeddha Gautama heeft er steeds weer op gewezen dat onze zintuiglijke waarnemingen en ervaringen concepten, dharma’s zijn, d.w.z. dat ze alle eigenheid en alle substantie missen. Ze zijn samengesteld uit de steeds wisselende en veranderende bundelingen van de vijf Bestaanservaringen. Ze bestaan enkel relatief tot andere begrippen en zijn niet-zelf. Zuiken schreef hierover ooit in zijn verhandeling ‘De Oceaan van de Grote Overgave’: “Tracht niet te veel van je eigen opvattingen af te hangen, noch van je kennis noch van de manier waarop je de dingen begrijpt. De geest van bewustzijn verandert voortdurend zoals een rivier: hij kent geen stilstand, zelfs niet voor één ogenblik.”

Anderzijds dienen we ons bewust te zijn van de relativiteit van onze dagelijkse omgangstaal die niets anders is dan een geschikt middel wanneer we de Leer naar buiten brengen naar onze medemens:

In zijn Madhyamaka-systeem heeft Nagarjuna immers gesteld dat er niet één maar twee aspecten van de waarheid zijn, namelijk de religieuze, absolute, ‘ultieme’ waarheid, en de relatieve waarheid van onze wereldse, dagelijkse omgangstaal. [Deze Nagarjuniaanse logicasleutel maakt het overigens duidelijk waarom de begrippen absolute wijsheid en het absolute mededogen begrippen zijn die (enkel) met de Boeddhanatuur gelijkgesteld (kunnen) zijn].

Het samengaan van beide leringen brengt ons dan ook het besef bij van onze begrenzingen. Onze conceptuele formuleringen en de kwalitatieve beperkingen van onze (relatieve) omgangstaal mogen dan ook inhoudelijk limitatief zijn, zij blijven niettemin de nuttige instrumenten waarover we beschikken wanneer we de Leer overwegen of aan onze medemensen verduidelijken.

In het derde stadium brengen we datgene wat we gehoord en overwogen hebben in de praktijk.

 

3. handelen: de Leer beleven

In de dagelijkse gang van zaken is het doorgaans een stuk makkelijker de dingen zo maar op je los te laten komen, je geen zorgen te maken als het kan vermeden worden en voor het overige: métro, boulot, dodo, zoals de Fransen het zo gevat plegen te zeggen.

Maar we kunnen ons leven ook bedachtzamer, doelbewuster en veelzijdiger beleven.

 

3.1 De blauwdrukken voor ons handelen

De rijke boeddhistische literatuur is onze gepaste blauwdruk als we ons leven zinvoller - voor onszelf én voor onze medemens - willen opbouwen.

Hèt vademecum voor de Shin-boeddhist is hier de Vierde Edele Waarheid: het Edele Achtvoudige Pad, dat, zoals eerder gezegd, in de Mahayana-traditie de vorm heeft aangenomen van de zes pāramitā’s (‘Volkomenheden’), samen met de vier Brahmavihāra’s en de zeven sambodhyangani’s.

De laatste twee gedragscodes zijn verdere benaderingen van de zesde, zevende en achtste spaken die de derde serie van het heilsrad, nl. samādhi (concentratie. contemplatie), groeperen. Samādhi [bijeenbrengen, bijeenvoegen] brengt alle mentale functies tot éénsgerichtheid en kan omschreven worden als de hoogste geestestoestand van waaruit de fundamentele onwetendheid (eigenlijk mis-wetendheid) doorschouwd wordt.

Wat dienen we nu te doen om goed te handelen?

Ik citeer hier een tekst van Daniëlle Girardin: “Dat [juist te handelen] leert ons de gerichtheid inzicht te verwerven in de ik-gebonden conditioneringen en motivaties die ons handelen sturen om van daaruit in onszelf ruimte te creëren waarin een ànder handelen kan oprijzen. En vanuit dat handelen ontmoeten we de Andere.” (Uit ‘Het Volstrekte Vertrouwen’ - Daniëlle Girardin.)

Shinran Shonin raadde nochtans aan niet te zeer belang te hechten aan het navolgen van alle voorschriften uit de Dharma maar rechtstreeks, via de nembutsu, de Boeddha te benaderen. Door het horen van de Nembutsu besef je beter de illusie van samsara en ook je eigen schijn-heiligheid, je eigen mogelijkheden en onmogelijkheden - en hoe je er mee kunt afrekenen. (Lees hierover ‘De Samsarische Illusie’ Agnieska Myoshu Jedrzejewska, Ekō nr. 54.)

Een goed uitgangspunt is hier vooreerst onszelf te aanvaarden zoals we zijn: hoe kunnen we anders zeggen dat we als Shin-boeddhist ernaar streven anderen te aanvaarden zoals ze zijn, en verlangen naar hun welzijn, en dat we ons betrokken voelen bij hun verlossing? (Uit ‘Het Volstrekte Vertrouwen’)

Een kleine greep uit de vele dingen die we kunnen doen:

- In onszelf een vredig en vreugdig gemoed scheppen en alsdan ook blijmoedigheid en medevreugde aan anderen schenken (ook dàt is een vorm van dāna).

Zo stelt Rev. Gyomay M. Kubose in zijn boek ‘Everyday Suchness’: “De ware vreugde aan het werk is het werk zelf, eerder dan het resultaat van het werk. Moderne mensen zijn meestal resultatenzoekers. Zij denken dat het doel zoveel belangrijker is dan het middel. De boeddhist leert dat elke stap en elk gebruikt middel heel belangrijk zijn. Elk middel is op zichzelf een doel. De gelukkigste en rijkste mens is diegene die vreugde schept in wat hij doet.”

- Dagelijks - of wanneer het spontaan opwelt samen met de Nembutsu - aan Amida Boeddha dankbaarheid betuigen voor de onverwoordbare weldaad van zijn Oneindig Mededogen. Dankbaarheid is het meest markante gevoel voor de Shinboeddhist t.o.v. de totaliteit van het bestaande, inclusief àlle wezens.

Zo is bijvoorbeeld een mooi Shingebruik vóór de maaltijd de handen in gasshō samen te brengen en te zeggen ‘Itadakimasu’ [hiervan zal ik eten] in dankbaarheid voor al wie en al wat bijgedragen heeft tot de mogelijkheid het voedsel te nuttigen.

Ook in de maatschappij, in de dagelijkse omgang met andere mensen, zal de Shin-boeddhist zijn vreugde en dankbaarheid manifesteren als lamp voor anderen.

- Mededogen aanvoelen voor andere wezens, maar - aangezien we moeilijk andere wezens van het lijden kunnen verlossen zoals we het willen - zonder te vergeten dat door het uitspreken van de Nembutsu we deelachtig worden van de Boeddhakracht en zo mede werkzaam zijn met de allesomvattende liefde voor alle voelende wezens. (Tannishō IV)

Mettā (al-liefde) is geen sentiment. Mettā rijst op als een spontane behoefte om uit te reiken… er is geen bekommernis meer wie dat wezen is.

- Aandacht besteden aan wat aandacht waard is (ook een vorm van ‘kijken’!) en aandacht geven aan wat je hier en nu doet… en ondertussen al het andere loslaten.

- “Telkens we iets slechts gedaan hebben zouden we er berouw over dienen te voelen en Amida dienen te verheerlijken door de Nembutsu uit te spreken… Een groot stuk van de wijsheid bestaat erin het slechte en het goede in ons bestaan precies op dezelfde wijze te aanvaarden.” (Rev. Prof. Zuiken Saizo Inagaki)

“Het is uitsluitend door het dagelijks beleven van de Leer dat je de diepere inhoud ervan ook met het ‘intellect’ kunt vatten, maar laat je niet strikken in je eigen verstand noch in je eigen herinneringen.” (Rev. Prof. Zuiken Saizo Inagaki)

“Volgelingen van de Boeddha zijn altijd waakzaam en hun gedachten zijn altijd gericht op de Boeddha, de Dharma en de Sangha.” (Dhammapada)

 

3.2 De Sangha en de tempel

De Sangha, als derde component van de drievoudige toevlucht, is voor de volgeling van de Verhevene wellicht het meest tastbare juweel van de Drie Kostbaarheden. Tastbaar ook omdat we, naar mijn gevoelen, onze gemeenschap van medevolgelingen, medereizigers op hetzelfde pad, als een spirituele én wereldse familiegemeenschap aanvoelen.

De tempel, het zwaartepunt van onze sangha, is het polyvalente trefpunt van onze gemeenschap: het is niet enkel de plaats waar we de ‘erediensten’ bijwonen, de Leer horen verduidelijken en onze dankbaarheid voor het Oneindige Mededogen in een enigszins plechtstatiger sfeer kunnen uitdrukken. De sangha is ook de plaats waar, wanneer er al eens problemen zijn, goede raad gegeven én gekregen wordt (… of het spreekwoordelijke hart onder de riem gestoken wordt). Om al deze redenen verdient de tempel onze speciale aandacht en bekommernis. Onze gemeenschap staat of valt - of bloeit - immers in de mate van de inzet van al zijn familieleden.

… en de Leer horen, beleven… en doorgeven

Naar de tempel komen, er de diensten bijwonen, achteraf nog gezellig praten bij een kopje koffie en een ‘knabbeltje’ kan best leuk zijn maar kan ook een gewoonte worden. Een dergelijke gang van zaken heeft nog maar weinig te maken met het beleven van de Leer. Meester Shichiri (1835-1900) geeft ons hieromtrent volgende vermaning: “Als je inderdaad naar de Leer wilt luisteren, trek dan naar de tempel, zelfs al dien je dan je verbintenissen en afspraken te verwaarlozen.”

Nu is het wèl zo dat de Leer niet meer gebracht hoeft te worden: die hebben we. En de commentaren en verduidelijkingen zijn ons, sinds twee en een halve millennia, in een ononderbroken stroom, door meesters, leraren en priesters tot hier en nu op de naijin van onze tempel gebracht. Maar elk van ons die zelf voorgaat zet gewoon die edele taak van het brengen van de Leer voort. Hij of zij bewijst zodoende niet alleen zichzelf een dienst maar geeft ook anderen de mogelijkheid naar de Leer te luisteren.

De persoon die aldus voorgaat toont dat hij/zij belangstelling heeft voor zijn medemens en dat zij/hij er medevreugde aan beleeft. Je hoeft er beslist geen talent van een Shakespeare-acteur voor te bezitten en het koude zweet hoeft je hiervoor niet uit te breken.

In zijn Goichidai Kikigaki (Dialogen) schreef Rennyo Shonin, de legendarische 8ste hoofdabt van de Honganji (15de eeuw) hierover: “Samenzijn met volgelingen van de Boeddha is heilzaam en leerrijk. Al wat gedaan en gezegd wordt is geïnspireerd door de Leer van de Boeddha en is dus heilzaam.”

Op de keper beschouwd betekent dit dat de minste uitgesproken gedachte, elke getuigenis van een persoonlijke ervaring, hoe banaal (vanuit het standpunt van de spreker) en bescheiden ook, ooit voor iemand nuttig zal zijn en vruchten zal afwerpen! Ook dat is een toepassing van de drievoudige wijsheid en van de wet van oorzaak en noodzakelijke gevolgen.

- … En wanneer we dan niets van al deze goede voornemens terechtbrengen, laten we dan toch tenminste wéten dat we falen. Het besef van onze tekortkomingen zal ons helpen ze gaandeweg te overkomen en ervan bevrijd te worden.

… en de Nembutsu

Na deze uiteenzetting wordt het u, lezer, duidelijk waarop ik met mijn discursieve variatie op een bekend thema wou aansturen.

De gedragsregel ‘horen, zien en zwijgen’ kan inderdaad in vele levensomstandigheden en in de dagelijkse omgangstaal (de relatieve waarheid van Nagarjuna waar ik het eerder over had) vaak wijselijk toegepast worden. Het komt er dan op aan precies te weten, te willen en te beslissen of en wanneer we beter het zwijgen bewaren na gehoord te hebben.

Maar met de Nembutsu hebben we niets te willen of te beslissen als we hem horen: als we ten volle de betekenis ervan als totaliteit van Wijsheid/Mededogen beseffen en hem dan spontaan uiten is hij immers niet van óns maar van de Boeddha, van het Boeddhaschap dat tot ons spreekt. Het uitspreken van de Naam is alsdan geen gewoon verbaal reciteren maar het spontane opwellen van dàt wat in de diepte van het ware zelf waarlijk en werkelijk ervaren wordt.

De Naam, Namu Amida Butsu, is:

- een manifestatie van de absoluutheid van Amida’s Ander-Kracht als Dharma-kāya, als absoluut Mededogen;

- de aanwezigheid in ons van de onvoorstelbare Voortijdelijke Gelofte;

- de Ware Praktijk van ware vestiging van de Geboorte;

- de uiting van nederigheid in het erkennen en aanvaarden van het eigen onvermogen iets aan de ‘eigen’ verlichting te kunnen bijdragen en

- een uiting van dankbaarheid voor het besef dat Amida alle wezens omvat en niet meer loslaat.

Het uitspreken van de Naam is een gebeuren op spiritueel, buitenwerelds vlak en kan dus niet vergeleken worden met ‘horen, zien en zwijgen’ als wereldse wijsheid.

In de Wijsheid gaan weten én handelen samen. Wanneer dan ons inzicht het stadium voorbij het louter kennen heeft bereikt, vloeien ook horen en handelen - of we dat willen of niet - vanzelf samen in de Naam.

Namu Amida Butsu

Ekō 73
De Drievoudige Wijsheid van Luisteren, Overwegen en Handelen

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home