Editoriaal – Praktijkperikelen

Iemand die voor het eerst met de Reine-Landlering in aanraking komt - en dan vooral met de Jodo-Shinshu-leer van Shinran - kijkt waarschijnlijk raar op wanneer het onderwerp op het gebied van ‘praktijk’ komt. Men stelt zich immers een boeddhist voor als iemand die hele dagen als een rots zit te mediteren of sutra’s zit te chanten, iemand die zich onophoudelijk zit af te vragen of zijn handelingen moreel al dan niet correct zijn. Ja, een boeddhist is in het Westen iemand die zich - zij het dan misschien alleen uiterlijk - met al deze dingen bezig houdt.

En dan zijn er de Shinboeddhisten: ze eten vlees, ze drinken een pint, ze vloeken en maken plezier, en af en toe, ja, héél af en toe hoort men ze de woordjes ‘Namu Amida Butsu’ prevelen. En als men ze dan vraagt hoe dat nu eigenlijk zit met de praktijk die, naast de doctrine, toch wordt verondersteld de tweede vleugel van de boeddhistische kip te zijn, dan antwoorden ze iets in de aard van: “Wij geloven niet meer in zelf-kracht-praktijken, en vertrouwen ons toe aan Amida’s Ander-Kracht Praktijk”.

Het is allemaal heel mooi en doctrinair klopt het als een bus. Amida’s Ander-Kracht Praktijk is inderdaad voor ons - dwaze wezens als we zijn - de enige praktijk die uitzicht biedt op het heil en vertrouwen speelt hierin inderdaad een cruciale rol. Maar laten we voorzichtig zijn, laten we niet al te snel roepen dat dat vertrouwen er is. Wanneer Nagarjuna de ‘Gemakkelijke Weg van het Vertrouwen’ beschrijft als een boottochtje op de rivier, dan vergeten we dikwijls dat wanneer we een boottocht je willen maken, we eerst moeten zorgen dat we op de boot geraken. En dat, zo zou Shinran zeggen, “is het moeilijkste van het moeilijkste”.

Het is pas op het moment van de Volkomen Overgave (Shinjin), m.a.w. bij het wegvallen van om het even welke eigen heilsberekening, dat we deelachtig worden aan Amida’s Ander-Kracht Praktijk. Voor de Shin-boeddhist is dit een eindpunt. Tot dat moment is aangebroken dient men zeer goed te beseffen waar men mee bezig is. Een verkeerd begrijpen van het begrip Vertrouwen zoals dat door Shinran wordt gehanteerd kan immers leiden tot nefaste gevolgen, tot een houding die regelrecht in contradictie staat met de Leer van de Boeddha. Het is zoals de Nagarjuniaanse slang die men bij het verkeerde eind vastgrijpt…

De bewering dat we spiritueel onvermogend zijn mag geen loze bewering zijn, geen boekenwijsheid, of uitvlucht om gewoon te blijven doen waar we altijd mee bezig zijn geweest, integendeel, ze dient gebaseerd te zijn op de daadwerkelijke diepe ervaring van dit feit. En dit vraagt een werkelijke inspanning en geen halfslachtigheid. Laat ons alsjeblieft niet vergeten hoe lang Shinran zelf met dit probleem te kampen heeft gehad.

Ik zou dit stukje voorlopig - want er komt ongetwijfeld een vervolg op - willen afsluiten met de eerste boeddhistische tekst die mij ooit onder ogen is gekomen: “Jullie die hier verzameld zijn in de snelle stroom der veranderlijkheid; dit leven en de dood zijn belangrijke zaken; wees niet onachtzaam!” of met de woorden van Shinran zelf: “Alleen Shinjin is van belang, dàt houde men goed voor ogen!”

Namu Amida Butsu

Yuho

Ekō 74

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home