Vroege Geschiedenis Van Het Boeddhisme In België (1)

Shitoku A. Peel

Vermits België in zovele zaken toch achteraan hinkt, is het voorstelbaar en quasi normaal dat ook op het gebied van het Boeddhisme en de boeddhistische studies, ons land, na Engeland, na Frankrijk, na Duitsland, na Rusland en zelfs na Hongarije, op academisch niveau slechts laat de Leer van de Boeddha begon te bestuderen.

Dat gebeurde hoofdzakelijk binnen de Université Catholique de Louvain, maar dan ook wel met zo een hooggeleerdheid dat ook nu nog - zowat een eeuw later - de ‘Belgische Boeddhologie’ nog steeds mag bogen op een prestigieuze renommee. Ondanks het jammerlijke feit dat ten gevolge van ‘afslankingen’ en ‘besparingen’ de meeste insiders die boeddhologie eerder ervaren als een zaak die zo goed als voorbij is…

Maar feit blijft dat namen als Louis de la Vallée-Poussin (o.a. Abhidharma-kosa, 6 vol., Paris 1923-1931) en diens opvolger Etienne Lamotte (o.a. Traité de la Grande Sagesse, Louvain 1944-1949, en zijn Vimalakirti-nirdesa, Louvain 1962, in Eko zo rijkelijk behandeld door Katrien Haemers) aan deze Leuvense boeddhologie een opbloei bezorgd hebben. Weliswaar grotendeels filologisch gericht, o.a. door de gelijktijdige bestudering van Sanskriet, Chinese en Tibetaanse bronnen, plus daarbij een onderlinge comparatie op hoog niveau. Feit is dat nog steeds heel wat buitenlandse academici ons benijden…

Men dient evenwel goed voor ogen te houden dat het hier gaat om studies op historisch, taalkundig en puur-abstract-filosofisch vlak, uitgevoerd door katholieke geestelijken (S.J.), van wie men inderdaad geen poging tot belering of tot beleving kan verwachten.

Toch was er blijkbaar reeds vóór W.O. II, ook buiten de academische wereld om, belangstelling en misschien zelfs wel verlangen naar beleving van de Leer.

Zo was er in de Brusselse bourgeois-middens te dien tijde wel degelijk plaats voor een zeker salon-boeddhisme, plusminus geïnspireerd op de Parijse Amis du Bouddhisme. Aanvankelijk zowat Theravada-gericht (maar définitivement niet sectair…), bleken deze middens geen weerstand te kunnen bieden aan de toenmalige Zenmode, met enige - Belgische? - vertraging ontstaan uit D. T. Suzuki’s Essays on Zen Buddhism (1927-1934, in het Frans vertaald: 1954-1958). Aan zazen of satori werd qua praktijk niet veel gedaan; men kwam eigenlijk niet veel verder dan een deftige salon-gebeurtenis, zeker geen traditioneel georganiseerde gemeenschap.

Het is eerst nà W.O. II dat zich een effectieve behoefte aan groepering en gemeenschappelijk beleven deed gevoelen. In het Brusselse kristalliseerde deze neiging zich rondom de persoon van Robert Linssen, die niet enkel de auteur is van wat indertijd beschouwd werd als het referentiewerk in het Frans over Boeddhisme en Zen (Essais sur le Bouddhisme en Général et sur le Zen en Particulier, Paris 1960), - maar die zich tevens in die jaren 1954-’55 ernstig ingespannen heeft om toch aan het beleven van het Zenboeddhisme een zekere, misschien in onze ogen sociaal betwistbare, vorm te geven in zijn groep Les Amis du Bouddhisme Zen.

Dit houdt evenwel niet in dat deze Amis (steeds met een blik naar Parijs…) in België de allereerste poging zou geweest zijn om een ‘boeddhistische gemeenschap’ (ik durf het woord sangha hier niet te gebruiken) op te richten.

Ik herinner me zeer duidelijk hoe, midden in de oorlog, in 1943, er op het INR (pour les Flamands: Institut National de Radiophonie) er een interview was met een ‘boeddhistisch’ geïnitieerde, een zekere M. Br., die in de Brusselse Rue des Six Jetons een ‘boeddhistische tempel’ ingericht had: “Eglise Bouddhique Universelle (Société Bouddhique Belge - Section Eucharistique Véritas)”. Ik nam met die man contact op (via het INR) en bezocht hem in zijn ‘tempel’. Hij beriep zich op een onduidelijke want zeer ‘occulte’ Tibetaanse traditie. Wel voegde hij er een pak z.g. tantrische, ‘rituelen’ aan toe, waardoor ‘zijn’ Boeddhisme uitmondde in een cocktail van heteroseksuele en homoseksuele praktijken, die we vandaag onder de benaming esoterisch satanisme zouden kunnen onderbrengen. De man verdween tijdelijk van het toneel (‘mon temple a été ravagé par les SS’, maar het Belgisch gerecht na de ‘Bevrijding’ in 1944 had de zaak ontbonden). In 1956 kondigde M. Br. een comeback aan (aangekondigd in de Londense Middle Way!), maar vermits niemand hem toen nog au sérieux nam, wierp hij het op een andere boeg en werd hij secretaris en public-relation manager van die Menense herbergier die de Ovobiologie uitgevonden had. Met de mislukking van ook deze pseudo-wetenschappelijke pseudo-religieuze bedoening, verdween ook M. Br. van het toneel. De Rue des Six Jetons werd sedertdien heraangelegd en van de ‘eerste boeddhistische tempel’ in België is meteen ook elk spoor verdwenen.

Merkwaardig is toch dat we in die jaren 1950 een oprijzen van ‘boeddhistische’ instituten kunnen meemaken, maar veelal hadden die weinig blijvend succes of uitstraling.

Naast de Amis du Bouddhisme Zen, vinden we in die jaren, ook te Brussel, een Haut Conseil Bouddhique Mondial (High World Buddhist Council), onder de geestelijke leiding van verborgen esoterische grootmeesters ergens in Tibet, welke zich in het Westen laten vertegenwoordigen door een Secrétaire Général (General Secretary), een zekere Ven. Anagarika Rin’chen Mkhas’hgrub (alias H. R. Lievens). Bij mijn navraag over de coördinaten van zijn ‘wijding’, kreeg ik een reeks oncontroleerbare en zelfs absurde reacties. De man zou overigens een (internationaal) juridisch nogal zwaar dossier van misbruik van vertrouwen en bedrieglijke praktijken gehad hebben. Dit kleurrijke personage is nog lange tijd - zij het ook in een relatieve stilte - actief gebleven in het Brusselse waar hij de meeste van zijn (meestal vrouwelijke) volgelingen had.

Naast deze twee mavericks, was er in die jaren 1954-’56 te Leuven ook nog een ander individu die voorhield de vertegenwoordiger te zijn van de respectabele World Fellowship of Buddhists “te Thaton” (Myanmar), waar hij overigens bij navraag volkomen onbekend bleek; komt daarbij dat het WFB indertijd te Rangoon gevestigd was (later werd de zetel verlegd naar Sri Lanka; nu is hij sedert jaren te Bangkok). Zijn ‘boeddhistische’ theorieën waren nogal naïef en onschuldig, zodat niemand hem geloofde: zo mengde hij het bidden voor ‘de zielen van de overledenen’ met ‘bewustzijnbarometers ‘ en recepten voor baby-food…

(wordt vervolgd)

Ekō 74
Vroege Geschiedenis Van Het Boeddhisme In België

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home