Vroege Geschiedenis Van Het Boeddhisme In België (2)

Shitoku A. Peel

Men mag evenwel de situatie van het Boeddhisme in België in die jaren 1954-’55 toch niet al te zwart inzien alsof er op dit vlak enkel maar wat twijfelachtige figuren zouden werkzaam geweest zijn.

Naast een M. Br., een Rin’chen Mkhas’hgrub en een stel andere energumenen die zich hoofdzakelijk beriepen op een of ander ‘Tibetaans’ Boeddhisme of op een toch wel twijfelachtige Zen-achtergrond, vormden zich stilaan en discreet ook kleine maar open groepen die zich beriepen op bestaande, herkenbare tradities.

Het allicht belangrijkste initiatief in die zin is te danken aan een bescheiden persoon die als eerste in België aan bet Boeddhisme een waardevolle erkenning als spiritualiteit wou geven: Raymond Maurice Kiere.

Reeds vóór de oorlog had deze te Brugge geboren Luikenaar (1897 – 04/10/1981) ernstige contacten aangeknoopt, vooral met Les Amis du Bouddhisme in Parijs, waardoor hij een ruime kennis van het Boeddhisme verworven had. Bovendien is hij zijn leven lang blij geweest zich in beide landstalen te kunnen uitdrukken. Beroepshalve was hij werkzaam bij de N.M.B.S., maar elk vrij ogenblik wijdde bij aan lectuur, studie en meditatie.

Stilaan groeide in hem het verlangen de Leer van de Boeddha, overheen alle sektarische begrenzingen, in België te verkondigen. Met een nu zo goed als onbegrijpbare moed, publiceerde hij jarenlang een onregelmatig verschijnende gestencilde Le Sentier, waarin hij vaak artikels en vertalingen opnam die verschenen waren in de Parijse tegenhanger, eveneens Le Sentier genoemd. In die jaren werd het Boeddhisme nog beschouwd als een verschijnsel van schizofrenie, wat elke distributiemogelijkheid nog moeilijker maakte. Zowel oplage als distributie bleven daardoor uiterst beperkt.

Toch wist M. Kiere contacten te leggen met heel wat - in die tijd - bestaande buitenlandse boeddhistische groeperingen, o.a. met de Londense Buddhist Society (toen nog geleid door Chr. Humphreys), met de hoofdzakelijk Brits-Amerikaanse Western Buddhist Order (mede opgericht door Jack Austin en niet te verwarren met de huidige Friends of WBO), met de Arya Maitreya Mandala (zojuist in het leven geroepen door Lama Anagarika Govinda, alias E. L. Hoffmann), met de Altbuddhistische Gemeinde van Georg Grimm (in de omgeving van München),- maar ook met instellingen in Azië, zoals het Island Hermitage waar de Duitse monniken Nyanatiloka en Nyanaponika werkzaam waren, met de World Fellowship of Buddhists, eveneens in Sri Lanka, met de Maha Bodhi Society in India, met de Buddha Sasana Council te Rangoon (met een Engelstalige afdeling geleid door U Ohn Ghine, eigenlijk David Maurice, een Australiër die in Birma monnik was geworden; later keerde hij naar zijn geboorteland terug om er het Theravada-Boeddhisme te organiseren). In 1950 ontmoette Kiere zelfs Monshu Kosho Ohtani, de huidige Ere-Hoofdabt (‘Zenmon’) van Nishi-Hongwanji te Kyoto.

Zelf had hij de Mission Bouddhique Belge opgericht, met zetel te Ans bij Luik, als een niet-sektaire organisatie, de eerste in België die noch elitair academisch gericht was noch zich inliet met twijfelachtige en mercantilistische activiteiten.

Zijn aangeboren bescheidenheid, zijn essentiële eerlijkheid, zijn groot gevoelig hart en zijn grondige kennis van Boeddha’s Leer werden door ieder die hem kende hoog aangeslagen. Maar tevens hebben diezelfde karaktertrekken hem voortdurend weerhouden toegevingen te doen aan al wat hij in strijd met zijn ‘zending’ vond. Zo bv. was hij medeoprichter van het Institut Belge des Hautes Etudes Bouddhiques, waarvan hij erevoorzitter werd. Maar spoedig distantieerde hij zich van dit Institut zodra hij gewaar werd dat het meer louter-academisch (met al de personalia-problemen van dien) dan actief boeddhistisch geworden was.

Met het ouder worden nam de vereenzaming nog toe en het lijden nam in Kiere’s bestaan een steeds groter wordende plaats in. Zijn echtgenote was, tot ze in 1978 overleed, zwaar ziek en zo goed als steeds bedlegerig. Niet alleen heeft Kiere haar zelf met een verbazende toewijding dag en nacht verzorgd, maar zelf ook de woning onderhouden, boodschappen gedaan, liever dan vrouw en huis aan vreemde handen over te laten. En dat terwijl hijzelf met steeds grotere moeite te been kon blijven.

Het is eigenlijk via de Buddhist Society dat ikzelf in contact kwam met R. M. Kiere (1952). We vonden onmiddellijk een gemeenschappelijk belangstellingsgebied en zelfs een vriendschappelijke relatie. Als gevolg hiervan ontstond de idee om de Mission Bouddhique Belge ook in het Nederlandstalig gebied een zekere uitstraling te geven. Dat leidde in 1954 tot de stichting te Antwerpen van het Centrum voor Boeddhistische Studie en Voorlichting, met bijeenkomsten voor de sporadisch geïnteresseerden, een maandelijkse correspondentie cursus en zelfs de publicatie van een kwartaalblaadje: Magga (Pali: ‘De Weg’). Het eerste nummer verscheen maart 1954 en werd hectografisch op een 30-tal exemplaren getrokken. Het sukkelprocedé maakte dat de overlevende exemplaren onleesbaar geworden zijn. Met een lichte toename van het lezerspubliek werden de exemplaren gestencild. Aanvankelijk hoofdzakelijk Theravada- gericht, is er in de drie jaren van publicatie een zekere verschuiving naar Mahayana geschied. Als geestelijk raadsman fungeerde vanaf het begin de Britse bhikkhu Sirinyana (Francis Allen), een medewerker van Ms I. B. Horner van de Pali Text Society. In 1956 bleek dat Fr. Allen uit de sangha uitgetreden was, wat als een ware morele ontgoocheling gevoeld is geworden; men mag hierin ook het einde van het Antwerpse Centrum lezen.

De oprichting van het Antwerpse Centrum werd dra gevolgd door die van een Brussels initiatief dat uitging van George Baily, die het Centre d’Information Bouddhique oprichtte, maar de drijvende kracht hierachter was een jong Engelsman, John W. Fisher. Toen deze teruggekeerd was naar Groot-Brittannië, viel de activiteit van het Brusselse Centrum stil.

Men mag dus stellen dat vanaf 1956 zowel te Luik, te Brussel als te Antwerpen, de aanvankelijke drijfkracht zo goed als verdwenen was. Wat R. M. Kiere betreft, hij geraakte meer en meer gedesillusioneerd: in zijn schaduw verschenen nogmaals heel wat nep-reverends en dergelijke die hoopten via hem een gratis reisje-en-verblijfje in het Oosten te kunnen doen, - en als dat niet zo gemakkelijk bleek, lieten ze hem vallen. Kiere werd door deze ervaringen terughoudender. Hij verloor zijn aanvankelijk vertrouwen in zijn werking en trok zich omstreeks 1962 uit alle activiteiten terug.

Toch bleef hij belangstelling koesteren voor het ‘boeddhistisch gebeuren’. Toen in 1977 (een ‘generatie’ later!) ons Centrum voor Shin-Boeddhisme werd opgericht zond hij gelukwensen; in 1978 schonk hij aan het Centrum een gedeelte van zijn bibliotheek. Ik heb vóór me een kaartje (juni 1981!) met als enige tekst: Hou zo vol! De schok was groot toen we vernamen dat R. M. Kiere heengegaan was. Over zijn laatste ogenblikken schreef zijn dochter: “Il est tombé malade après Pâques. Il a souffert énormément… Mon mari et moi l’avons soigné pendant presque 5 mois; il était chez lui dans son appartement. Il est resté lucide jusqu’à la dernière seconde… “ (oktober 1981). Uit zijn nalatenschap ontving ons Centrum nog heel wat boeken en boeddhistische voorwerpen.

Ekō 75
Vroege Geschiedenis Van Het Boeddhisme In België

jikōji - 慈光寺

© 2007

info-at-jikoji.com
          home